Zwanger per week en per trimester

Een zwangerschap duurt ongeveer 40 weken. Die weken tel je niet vanaf de bevruchting, maar vanaf de eerste dag van je laatste menstruatie, waardoor je in week 1 en 2 nog niet zwanger bent. Verloskundigen verdelen de 40 weken in drie trimesters van elk ongeveer 13 weken, omdat bij elke periode andere ontwikkelingen, klachten en controles horen.

Hieronder staan de mijlpalen van de zwangerschap per week in één kalender, gevolgd door wat er per trimester bij je baby gebeurt, wat je zelf merkt en welke afspraak of echo erbij hoort.

Tellen hoe lang je zwanger bent

De telling begint op de eerste dag van je laatste menstruatie, want die dag weet je meestal zeker en de dag van de bevruchting niet. De bevruchting volgt pas aan het eind van week 2. Daarna duurt het nog 5 tot 12 dagen voordat de eicel zich innestelt in de baarmoeder. Je uitgerekende datum ligt 40 weken na die eerste menstruatiedag en ongeveer 38 weken na de bevruchting, legt de KNOV uit in het artikel over de uitgerekende datum.

Zelf rekenen is eenvoudig: neem de eerste dag van je laatste menstruatie en tel er 40 weken bij op. Weet je die dag niet meer, dan lukt dat niet precies. De termijnecho is hoe dan ook de betrouwbaarste methode. Tussen 10 en 12 weken groeien alle baby’s ongeveer even hard, dus de echoscopist leidt uit de meting van je baby af hoe ver je bent.

Reken met een periode in plaats van met één dag. Van elke 100 zwangeren bevallen er 5 precies op de uitgerekende datum. De meeste baby’s komen ergens tussen 37 en 42 weken en dat heet allemaal op tijd.

Zwangerschapskalender met je zwangerschap per week

Deze zwangerschapskalender zet de mijlpalen onder elkaar: wat er gebeurt en welke controle of echo in die weken valt. De weken zijn gemiddelden en je beslist bij elke echo zelf of je die wilt.

Week

Wat er gebeurt

Controle of echo

1 en 2

Je bent nog niet zwanger. De bevruchting volgt aan het eind van week 2.

Geen

3 en 4

De bevruchte eicel nestelt zich 5 tot 12 dagen na de bevruchting in de baarmoeder in.

Geen

Na week 4

Bij een regelmatige cyclus blijft je menstruatie nu uit.

Zwangerschapstest

Rond 8

In het eerste trimester ontstaan de belangrijkste organen, zoals het hart en de hersenen.

Eerste afspraak bij de verloskundige, de intake

9 tot en met 12

Aan het eind van week 12 werken de meeste organen en is de placenta gegroeid.

Termijnecho, meestal rond week 10

12 tot en met 14

Je baby heet vanaf 12 weken geen embryo meer, maar foetus. In week 13 begint het tweede trimester.

13-wekenecho, van 12 weken en 3 dagen tot en met 14 weken en 3 dagen

15 tot en met 17

Het geslacht is vanaf 15 weken op een echo te zien. Bij een volgende zwangerschap voel je vaak vanaf ongeveer 16 weken beweging.

Controle, meestal elke 4 weken

18 tot en met 21

Bij een eerste kind voel je je baby meestal tussen week 18 en 22 voor het eerst bewegen.

20-wekenecho: de echoscopist bekijkt je baby op lichamelijke afwijkingen

22

Je baby beweegt steeds krachtiger.

22-wekenprik tegen kinkhoest, vanaf nu mogelijk

24

Je baby hoort geluiden, ook jouw stem.

Controle voortaan elke 3 weken

27 en 28

Het derde trimester begint. Vanaf 28 weken voel je je baby elke dag bewegen.

Controle elke 3 weken

32

Je baby heeft minder ruimte en de bewegingen voelen anders.

Controle voortaan elke 2 weken

35 en 36

De meeste baby’s liggen met het hoofd naar beneden.

Gesprek over de bevalling, daarna elke week controle

37 tot 42

De uitgerekende periode. Met 40 weken is het je uitgerekende datum.

Controle elke week

Eerste trimester, week 1 tot en met 12

Het eerste trimester loopt van week 1 tot en met week 12. De eerste twee weken ben je nog niet zwanger; de zwangerschap zelf begint met de innesteling van de bevruchte eicel. In de weken daarna ontstaan de belangrijkste organen, zoals het hart, de hersenen, het zenuwstelsel en de bloedsomloop. Aan het eind werken de meeste organen, is er een placenta gegroeid en spreekt je verloskundige niet meer van een embryo maar van een foetus.

Zelf merk je vooral dat de aanmaak van je hormonen verandert. Gevoelige borsten, vermoeidheid, vaak plassen, verstopping en een opgeblazen gevoel komen veel voor, net als snel wisselende emoties. Ook misselijkheid hoort bij deze periode. In het eerste trimester is dat normaal, terwijl het later in de zwangerschap een reden voor onderzoek kan zijn. Bespreek het in dat geval met je verloskundige.

Rond 8 weken volgt de eerste zwangerschapscontrole, de intake bij je verloskundige, waarbij ook bloedonderzoek mogelijk is. Tussen week 9 en 12 krijg je de termijnecho aangeboden. Je verloskundige bespreekt in dit trimester ook de 13-wekenecho en de NIPT met je, een test die laat zien of er kans is op een DNA-afwijking bij je baby.

Voor het eerste trimester geeft de KNOV deze algemene adviezen:

  • Slik foliumzuur tot je 10 weken zwanger bent.
  • Zorg voor gezonde voeding, genoeg rust en beweging.
  • Stop met roken, vapen, alcohol en drugs.
  • Bespreek medicijnen meteen met je huisarts of verloskundige, want soms is aanpassen nodig.
  • Regel kraamzorg op tijd. In veel woonplaatsen moet dat al vroeg in de zwangerschap.

Tweede trimester, week 13 tot en met 26

Van week 13 tot en met week 26 ontwikkelen de organen zich verder en gaan ze aan het werk. De nieren zorgen ervoor dat je baby gaat plassen en de zintuigen komen op gang, waardoor je baby vanaf 24 weken geluiden hoort. Je kind oefent ook de spieren om te slikken, te zuigen en na de geboorte te ademen.

Bij veel zwangeren neemt de misselijkheid af en komt de energie terug. Je buik groeit zichtbaar en dat merk je aan je kleren: zwangerschapskleding geeft dan meer ruimte. De groei geeft soms bandenpijn en lage rugpijn. Kramp in je benen, brandend maagzuur en aambeien komen in dit trimester ook voor.

In deze maanden voel je je baby voor het eerst. Bij een eerste kind is dat meestal tussen week 18 en 22. Bij een volgende zwangerschap herken je de bewegingen van je baby eerder, vaak al vanaf ongeveer 16 weken. De eerste bewegingen voelen zacht, als bubbeltjes of gefladder. Later groeien ze uit tot duidelijke schoppen.

Het tweede trimester begint met de 13-wekenecho. Volgens Thuisarts is die mogelijk van 12 weken en 3 dagen tot en met 14 weken en 3 dagen, als je meedoet aan het wetenschappelijk onderzoek naar deze echo. Hij maakt sommige ernstige lichamelijke afwijkingen al vroeg zichtbaar.

Tot 24 weken ga je meestal elke 4 weken op controle, daarna elke 3 weken. De 20-wekenecho valt tussen 18 en 21 weken. De echoscopist kijkt dan of je baby lichamelijke afwijkingen heeft, al is niet alles op een echo te zien. Vanaf 22 weken is de kinkhoestprik mogelijk, die je baby de eerste 2 maanden na de geboorte beschermt.

Dit is ook de periode om met je werkgever aanpassingen op je werk te bespreken en een zwangerschapscursus te kiezen, bijvoorbeeld zwangerschapsyoga.

Derde trimester, week 27 tot aan de bevalling

Vanaf week 27 groeit je baby volgens de KNOV vooral in gewicht, doordat er een vetlaag rond de organen en botten komt. De organen rijpen: de longen maken bijvoorbeeld een stof aan waarmee je baby na de geboorte gaat ademen. De ruimte in de baarmoeder neemt af en de meeste baby’s gaan met het hoofd naar beneden liggen.

Vanaf 28 weken voel je je baby elke dag en herken je soms een patroon van slapen en wakker zijn. Na ongeveer week 32 veranderen de bewegingen. Salto’s lukken niet meer, duwen en strekken wel. Je baby beweegt dan nog even veel, alleen voelt het meer als schuiven langs je buikwand.

Zelf merk je de grote buik bij zitten, lopen en slapen. Vocht vasthouden, harde buiken en kortademigheid komen in deze weken veel voor.

De controles volgen elkaar sneller op: vanaf 27 weken om de 3 weken, vanaf 32 weken om de 2 weken en na 36 tot 37 weken elke week. Rond 36 weken bespreek je met je verloskundige je wensen voor de bevalling, zoals waar je wilt bevallen en wie je steunt. Zorg dat vóór 37 weken alles voor de bevalling en je baby in huis is.

Wanneer je direct de verloskundige belt

Met vragen of zorgen mag je je verloskundige altijd bellen. In deze situaties bel je volgens de belinstructies van de KNOV direct, ongeacht het tijdstip:

  • helderrood bloedverlies uit je vagina;
  • minder of geen beweging van je baby;
  • tekenen dat de bevalling begint vóór 37 weken, zoals regelmatige weeën, gebroken vliezen, verlies van vocht uit je vagina of buikkrampen die erger worden en niet overgaan;
  • gebroken vliezen terwijl je baby nog niet is ingedaald, of vruchtwater dat groen of bruin is;
  • aanhoudende hoofdpijn, sterretjes zien, misselijkheid, veel vocht in je gezicht, handen en benen, of een bandgevoel of pijn onder je ribben;
  • flauwvallen of je ernstig onwel voelen.

Twijfel je of het spoed is, bel dan ook. Deze pagina geeft algemene informatie en vervangt het advies van je eigen verloskundige of huisarts niet.

De uitgerekende periode en de kraamtijd

Van 37 tot 42 weken zit je in de uitgerekende periode en ga je elke week naar de verloskundige. Een geboorte vóór 37 weken heet een vroeggeboorte en na 42 weken ben je overtijd. De meeste vrouwen zijn dan al bevallen.

Na de geboorte begint de kraamtijd. De eerste 10 dagen is de verloskundige je aanspreekpunt voor de gezondheid van je baby, daarna nemen de huisarts en het consultatiebureau dat over. Met vragen over je eigen herstel bel je je verloskundige tot 6 weken na de bevalling (bron: KNOV).