advertentie

De ontsluiting

Inleiding

Voordat de baarmoeder open gaat (ontsluiting) moet de baarmoedermond eerst verweken en verstrijken.
 

Verstrijken

Als je de baarmoeder voorstelt als een grote ballon, dan is de baarmoedermond het opblaastuitje. De baarmoedermond is ongeveer 3 cm lang en rondom 1 cm dik. Voordat deze zich kan openen, moet het tuitje 'verdwijnen', dat wil zeggen glad worden met de rest van de baarmoederwand.

Als je geen weeën hebt, is het weefsel van de baarmoedermond erg stug. De eerste periode van weeën zorgt ervoor dat de baarmoedermond verweekt en dat het weefsel soepeler wordt. Pas als het weefsel week is, kan de baarmoedermond verstrijken: deze wordt dunner totdat de mond gelijk loopt met de rest van de baarmoederwand.

Pas als dit hele proces van verweken en verstrijken is voltooid kan er ontsluiting ontstaan.
 

Eerste kind

Vooral bij een eerste kind, kan dit verweken en verstrijken nogal wat moeite kosten. Je hebt dan al een hele tijd weeën, maar er is nog geen ontsluiting. Wel wordt de baarmoedermond soepeler en dunner. De weeën zijn in deze periode ook nog niet zo sterk en komen rond de 5 tot 10 minuten.
 

Omgaan met pijn

Er komt een periode dat je met niets anders meer bezig bent dan met de weeën. Ze komen steeds vaker, maar doen vooral steeds meer pijn. Hoe ga je om met die pijn?

  • Verzet je er niet tegen.
  • Praat jezelf moed in.
  • Bedenk dat de pijn over een minuut weer over is.
  • Bedenk dat iedere wee je dichter bij het einde brengt. Hoe meer pijn, hoe beter de weeën, hoe sneller je volledige ontsluiting bereikt.
  • Probeer geen controle te hebben over je lichaam: laat alles los.
  • Schreeuw het uit als je niet anders kunt. Als je dit gênant vindt, stop je gezicht dan in een kussen om het geluid te dempen.
  • Verkramp niet met je onderlichaam. De baarmoeder is een spier en als daar spanning op staat gaat de baarmoeder moeilijker open. Als je het gevoel hebt dat je ergens spanning op moet zetten, knijp dan met je handen in een kussen of iets dergelijks.
Als je je verzet tegen de pijn, belemmer je - onbewust - de bevalling, waardoor die vaak trager verloopt en de weeën niet goed doorzetten.
 

Rust

Tijdens de bevalling is een rustige omgeving een vereiste. Als er kinderen rondlopen of er zijn mensen bij die druk praten en voor onrust zorgen, kun je je niet concentreren en zetten de weeën niet goed door. Zorg dus voor een behaaglijke omgeving:

  • Zoek een plek waar het comfortabel is.
  • Stuur mensen die je storen weg.
  • Demp de verlichting of sluit de gordijnen.
  • Trek de stekker uit de telefoon (behalve als de verloskundige of kraamzuster kan bellen).
  • Zorg voor zo min mogelijk afleiding en concentreer je op je lichaam.
  • Zeg het tegen omstanders als je vindt dat ze teveel praten.
  • Trek jezelf terug op een lekker en rustig plekje: de wc is een prima plek. Demp de verlichting door b.v. waxinelichtjes neer te zetten.
  • Iedere vrouw kan de pijn van een normale bevalling verdragen. Miljoenen vrouwen zijn je voor gegaan en sterker nog, miljoenen vrouwen kiezen bewust voor een tweede keer.
 

Steun is belangrijk

Steeds meer onderzoeken tonen aan dat goede begeleiding tijdens de bevalling van essentieel belang is.
Deze onderzoeken geven aan dat de ontsluiting korter is, de pijn beter te verdragen en de gehele bevalling vlotter verloopt als er iemand bij is die je volledig vertrouwd en waar je op bouwt.
Wie die iemand moet zijn kan per vrouw verschillen. Je partner hoeft niet per se de beste keuze te zijn. Dat ligt er erg aan hoe rustig jouw partner is bij de bevalling en of hij je echt kan ondersteunen of zelf zo druk en nerveus wordt van de bevalling dat hij je alleen nog maar beklaagd.
Je kunt je voorstellen dat je meer hebt aan iemand die je positief ondersteunt, dan aan iemand die alleen maar verteld hoe zielig en hoe erg het is dat je zoveel pijn hebt.
Daarnaast is het belangrijk dat de persoon die je ondersteunt ook wat kennis heeft van bevallen. Het hoeft niet per se de verloskundige te zijn, maar wel iemand die nuchter naar de bevalling kan kijken en weet wat hij/zij kan doen om jou te ondersteunen. Je tips geeft om je pijn beter te verdragen en ook weet hoe te masseren bijvoorbeeld.

Bedenk ruim voor je bevalling hoe je graag begeleid zou worden. Schrijf dit voor jezelf ook op. Denk je dat je het het prettigst vindt als je partner je steun en toeverlaat is? Zorg er dan ook voor dat hij voldoende weet over het proces van bevallen en de ondersteuning daarin. Wanneer is het tijd om de rug te masseren en hoe doe je dat? Zou een heet bad nu helpen? Moet ik nu echt een verloskundige bellen of kunnen we het samen nog af? Dit zijn dingen die de persoon die jou gaat begeleiden wel moet weten. Laat de persoon die je gaat begeleiden dan ook veel lezen over het onderwerp en volg samen een goede cursus over begeleiding tijdens de bevalling.
Een geboorteplan kan je helpen om een beeld te krijgen van hoe jij het zou willen. Schrijf op maximaal 2 A4tjes op wat je wilt rondom de bevalling. Dingen waaraan je kunt denken zijn:

  • De sfeer tijdens de bevalling (licht, muziek ed)
  • Wie wil je erbij hebben en wie per se niet
  • Wil je continue begeleiding van iemand tijdens de weeën of wil je zolang mogelijk alleen met je partner zijn?
  • Wat verwacht je qua pijn
  • Wil je de baby bloot op je borst hebben liggen na de bevalling en zo ja hoe lang?
  • Wil je partner de navelstreng doorknippen?
  • Enz.
Door hier goed over na te denken kun je de regie in eigen hand houden. Natuurlijk kan niemand je beloven dat de bevalling verloopt zoals jij dat wilt, maar met een geboorteplan kun je wel aangeven wat jij wilt en perse niet wilt.
Schrijf in korte zinnen op wat je wilt, bespreek dit ook met je partner. Lees natuurlijk veel over de bevalling zodat je wel reële dingen opschrijft. Als je denkt dat je geboorteplan klaar is, bespreek het dan met je verloskundige of arts. Maak duidelijk dat jij wilt dat je geboorteplan zo goed mogelijk wordt aangehouden.

Heb je zelf geen persoon in je nabije omgeving waarvan je denkt dat die de ideale steun is tijdens de bevalling? Vraag dan aan je verloskundige of zij mogelijk in staat is om continue bij je aanwezig te zijn tijdens de weeën (mocht dat je wens zijn). Het is sterk afhankelijk van hoe druk de praktijk is of dat lukt. Maar als dat niet lukt, is het misschien mogelijk om af te spreken dat er vroeg een kraamverzorgster gebeld wordt, zodat zij je steun en toeverlaat kan zijn. Mocht ook dit niet mogelijk zijn, denk dan eens na over een Doula. Dit zijn vrouwen met veel kennis over het verloop van de bevalling en begeleiding daarin. Het zijn geen medici, zoals je verloskundige, maar ze kunnen je wel goed en professioneel ondersteunen.
 

Oxytocine

Aan het eind van de zwangerschap, gaat je lichaam meer prostaglandine produceren. Dit hormoon zorgt ervoor dat je voorweeën krijgt en dat de baarmoedermond verweekt en verstrijkt. Op een gegeven moment heb je zoveel prostaglandine in je lichaam dat de baarmoeder steeds meer gaan samentrekken. Dit zorgt ervoor dat je lichaam oxytocine gaat aanmaken. Dat zorgt voor regelmatig en gecoördineerde samentrekkingen van de baarmoeder: de weeën. Het proces versterkt zichzelf, hoe meer weeën, hoe meer oxytocine je gaat aanmaken, met als gevolg meer en krachtigere weeën enzovoort.
Door angst, stress, onrust e.d. wordt de productie van oxytocine verminderd met als gevolg minder weeën en het trager verlopen van de ontsluiting.
 

Adrenaline

Adrenaline remt de aanmaak van oxytocine. Daar oxytocine van uiterst belang is bij het vlot verlopen van de bevalling, is het dus zaak zo min mogelijk adrenaline in je lichaam te hebben tijdens de bevalling. Zodra je adrenalinegehalte stijgt, neemt je oxytocinegehalte af, met als gevolg het afnemen van de weeën en het langer duren van de bevalling.

Er is bijvoorbeeld bekend dat bij wilde dieren die aan het bevallen zijn, de weeën stoppen als er gevaar dreigt. Zo kan het barende dier zich in veiligheid stellen en pas als het veilig is komen de weeën weer op gang. Dit gebeurt allemaal doordat bij stress de adrenaline stijgt. Zodra de kust weer veilig is neemt de adrenaline af en kan de oxytocine weer zijn werk doen.

De adrenalinespiegel stijgt bij:

  • kou (trek een paar sokken aan en zorg voor een warme omgeving);
  • teveel afleiding;
  • onvoldoende privacy;
  • onrustige mensen;
  • teveel praten;
  • schrikken;
  • veel licht (overdag is je adrenalinespiegel hoger dan 's nachts);
  • je geremd voelen;
  • zelfmedelijden;
  • teveel nadenken;
  • verplaatsen (bij te vroeg verplaatsen van thuis naar het ziekenhuis, kan de autorit verstorend werken waardoor de weeën afnemen);
  • schaamte;
  • teveel nadenken;
  • onveilig gevoel.
 

Endorfine

Hoewel de weeën steeds meer pijn gaan doen, merk je bij veel barenden dat ze de pijn beter kunnen verdragen. Dit komt omdat je lichaam je meehelpt. Als je langdurig aan pijn wordt blootgesteld, produceert je lichaam endorfine. Dit is een natuurlijke pijnstiller die je helpt de weeën beter te verdragen. De pijn gaat zeker niet weg, maar je merkt dat je tussen de weeën door beter kunt ontspannen. Je verkeert in een soort roes en bent minder aanspreekbaar voor je omgeving. De productie van endorfine wordt verstoord door adrenaline. Reden om te zorgen voor zo veel mogelijk rust en geborgenheid.

Endorfine werkt alleen als je de pijn laat komen. Barenden die zich verzetten tegen de pijn hebben geen profijt van endorfine.
 

Houding

Tijdens de eerste weeën hoef je meestal nog niet een bepaalde houding aan te nemen om de weeën op te vangen. Pas als ze verergeren is het noodzakelijk om een houding te zoeken waarin je ze het beste op kunt vangen.

Bewezen is dat een verticale houding (lopen, staan, zitten) meehelpt om de ontsluiting beter te laten vorderen. Door de verticale houding drukt het hoofdje van de baby op de baarmoedermond, waardoor deze wordt open gedrukt. Deze druk zorgt ervoor dat de hersenen meer oxytocine produceren waardoor je betere weeën krijgt.

Iedere barende is anders en het is vaak zoeken naar de juiste houding waarbij je jezelf het prettigste voelt:
  • ga met je knieën op een kussen, voor de bank (of het bed) zitten en hang, tijdens een wee, met je bovenlichaam op de bank.Door met je billen te wiebelen is de wee beter op te vangen. Na de wee ga je op je voeten zitten en rust je uit;
  • zitten op een stoel met een hoge rugleuning, waarbij je 'andersom' op de stoel zit en op de rugleuning een kussen legt, waar je je hoofd op kunt leggen. Je partner kan zo ook achter je gaan zitten en zonodig je rug masseren;
  • hangen aan een deur of om de nek van je partner;
  • zijligging in bed, vooral het laatste stukje van de ontsluiting is dit vaak prettig. Leg een kussen tussen je benen, dit ligt comfortabeler;
  • de wc is een heel comfortabele plek om je terug te trekken, bovendien is dit de plek waar je vaak het makkelijkst alles los kunt laten. Je bent immers gewend om op de wc ongegeneerd jezelf tezijn.
  •  

    De eerste 4 centimeter

    Deze periode wordt de beginfase genoemd en kan - zeker bij een eerste kind - soms heel lang duren. Een beginfase van twee dagen is zeker niet abnormaal. Dit komt omdat de baarmoedermond eerst moet verweken en verstrijken. Voordat de baarmoedermond open kan moet er heel wat werk verzet worden.

    De weeën zijn nog niet echt krachtig. De nachten kunnen vervelend zijn omdat de weeën dan vaak erger zijn.

    • Tip 1: Als je twee nachten niet echt goed geslapen hebt en de weeën zetten niet door, ga dan bijvoorbeeld voor het slapen in een warm bad - als de vliezen nog niet gebroken zijn - of een half uurtje onder de warme douche. Zorg voor een lekker warm bed. Leg bijvoorbeeld een kruik in bed en neem een rubberen kruik mee naar bed om tegen je buik aan te leggen. Dit ontspant de baarmoeder.
    • Tip 2: Paracetamol kan de pijn van de weeën wat verzachten, neem bijvoorbeeld twee tabletten voor het naar bed gaan. Hierdoor ontspan je beter, waardoor je soms toch wat kunt slapen. De ontspanning kan er voor zorgen dat de bevalling beter doorzet.
     

    Van 4 tot 8 centimeter

    De middenfase wordt gekenmerkt door het vlotter vorderen van de ontsluiting en het sterker worden van de weeën.
    De weeën worden krachtiger en volgen elkaar sneller op: ongeveer om de 4-5 minuten in het begin tot om de 2-3 minuten later in deze fase. Kon je in de beginfase de weeën nog gemakkelijk opvangen, nu heb je al je aandacht nodig om de weeën op te vangen.
    Aan het eind van de middenfase hebben de meeste barenden het heel moeilijk. Kreten als 'Ik wil niet meer' en 'Nooit meer een tweede keer' zijn niet van de lucht.
    De ontsluiting vordert bij regelmatige en krachtige weeën ongeveer 1 cm per uur bij het eerste kindje. Bij een tweede of volgend kindje gaat het vaak sneller.
    Veel vrouwen zijn misselijk aan het eind van de middenfase. Ook overgeven komt regelmatig voor.
     

    De laatste 2 centimeter

    De moeilijkste periode. De weeën volgen kort op elkaar. De ene wee is nog niet weg of de volgende komt alweer.
    Kenmerkend voor de laatste 2 cm is de wanhoop van de barende. Je kunt geen kant meer op, het opvangen van de weeën is bijna niet meer te doen. Je wilt bijna geen contact meer met je omgeving en als de omstanders staan te praten raak je makkelijk geïrriteerd.

    Veel vrouwen hebben last van scherpe pijn onder in de rug. Ook tussen de weeën door gaat deze pijn vaak niet weg.

    • Tip 1: Drukken op de onderrug kan verlichting geven. Laat je partner flink drukken net boven je bilspleet. Dit is meestal de plek waar je het meeste last van hebt.
    • Tip 2: Als je niet meer wilt staan of rondlopen, ga dan in ieder geval niet op je rug liggen. Dit verergert de rugpijn. Op je zij of op handen en knieën in bed, waarbij je partner druk uitoefent op de zere plek.

    Sommige vrouwen hebben last van trillende benen. Probeer dit niet te onderdrukken.
    Aan het einde van de overgangsfase hebben veel vrouwen beginnende persdrang. Het gevoel dat je moet poepen neemt toe. Dit gevoel wordt veroorzaakt doordat het hoofdje steeds dieper wordt gedrukt door de weeën en tegen je anus aan drukt. Het gevoel van persdrang duurt meestal maar een paar seconden en gaat dan over in een 'gewone' wee. Ook al heb je nog geen volledige ontsluiting, je mag best iets toegeven aan het drukgevoel.
    Vaak krijg je aan het eind van deze periode ook wat meer bloedverlies.
    De persdrang wordt steeds heviger tot het niet meer tegen te houden is. Dit is het moment dat je (meestal) volledige ontsluiting (10cm) hebt bereikt en ook echt mag gaan persen.
    De overgangsfase duurt gemiddeld een half tot anderhalf uur.

     

    Wanneer naar het ziekenhuis?

    Als je besloten hebt om in het ziekenhuis te gaan bevallen, stel de rit naar het ziekenhuis dan zo lang mogelijk uit. Als je zo'n zes tot zeven centimeter ontsluiting hebt is het vroeg genoeg om naar het ziekenhuis te gaan. Door de autorit wordt je adrenalinepeil verhoogd, hierdoor nemen de weeën vaak af. Ook door de vreemde omgeving (het ziekenhuis) nemen de weeën vaak af. Vooral als je te vroeg naar het ziekenhuis gaat werken deze factoren vertragend op de ontsluiting. Als je wat later gaat werkt de autorit vaak juist bevorderend voor de weeën. Je oxytocinegehalte is dan al zo hoog dat de adrenaline niet veel invloed meer heeft.
    Als je in het ziekenhuis moet bevallen, overleg dan met de gynaecoloog wanneer je naar het ziekenhuis moet gaan.
     

    Meer informatie

     
    Bron:
    Sandra Vuik
    Copyright:
    Medic Info
    Datum:
    29/08/2008
    Disclaimer
    advertentie