Inleiding
Waterpokken is een infectie die wordt veroorzaakt door het varicella-zoster-virus. Deze ziekte komt vooral bij kinderen voor, en dan meestal in een milde vorm. Als volwassenen ziek worden dan verloopt de ziekte heftiger. In Nederland komt dit laatste vrijwel niet voor omdat 95 tot 100% van de bevolking volledig beschermd is, ook al hebben ze niet altijd een duidelijke waterpokkeninfectie als kind doorgemaakt. De ziekte kan kennelijk ook onopgemerkt verlopen. In ieder geval worden dan ook afweerstoffen opgebouwd.
Zwangere vrouwen
De meeste zwangere vrouwen hebben een afdoende afweerstoffenspiegel in hun lichaam. Ze hebben deze afweer opgebouwed voor hun 15de jaar omdat het waterpokkenvirus overal volop aanwezig is.
De ziekteverschijnselen bij zwangere vrouwen, als ze al optreden, zijn echter vaak heftiger dan bij kinderen, zoals overigens bij alle volwassenen. De kans op ernstige complicaties is bovendien gelukkig ook klein. Datzelfde geldt voor het risico dat de moeder de infectie overdraagt op de ongeboren baby (foetus).
Oorzaak
Het varicella-zoster-virus verspreidt zich via druppeltjes die uit de neus of mond van een besmet persoon in de lucht terechtkomen wanneer deze hoest of niest. Mensen in de omgeving ademen deze druppeltjes in. Waterpokken kan zich ook verspreiden via direct contact met de huiduitslag van een besmet persoon. Ook handen schudden of gezamenlijk gebruik van een handdoek of zakdoek kan tot besmetting leiden. Mensen die de ziekte eenmaal hebben gehad, zijn normaal gesproken voor de rest van hun leven immuun. Het virus dat waterpokken veroorzaakt, blijft echter wel latent in het lichaam aanwezig en kan in een later stadium een ander soort huiduitslag veroorzaken, die
gordelroos wordt genoemd.
Verschijnselen
Normaal gesproken krijgt een met waterpokken besmet persoon twee of drie dagen voordat de uiterlijke kenmerken optreden, last van verkoudheidsverschijnselen (virusinfectie) zoals koorts, oogirritatie, hoesten en een algemeen gevoel van lusteloosheid. Wanneer de koorts zijn hoogste punt heeft bereikt, verschijnt de uitslag in de vorm van intens jeukende, kleine verhoogde vlekjes op de huid, die zich ontwikkelen tot kleine heldere blaasjes. In slechts een paar uur verschijnt de uitslag in groepjes op de romp en het gezicht, alvorens zich over de rest van het lichaam te verspreiden. Er kunnen ook blaasjes in de neus, mond en oren komen. De koorts verdwijnt als er geen nieuwe blaasjes meer verschijnen. De blaasjes zelf drogen in een paar dagen tijd in tot korstjes. Het virus kan op anderen worden overgebracht vanaf twee dagen vóórdat de uitslag verschijnt, totdat alle blaasjes zijn ingedroogd tot korstjes.
Complicaties
De complicaties van waterpokken doen zich vooral voor bij volwassenen. Een bacteriële infectie van de blaasjes komt vaak voor. Longontsteking is een ernstiger complicatie, die zich meestal zo'n een tot zes dagen na de uitslag ontwikkelt. Andere complicaties van waterpokken zijn oorontstekingen en ontsteking van de hersenen.
De foetus
Zwangeren die geen afweerstoffen hebben (een zeer klein percentage) kunnen besmet raken. De kans dat ze daarbij de besmetting op de foetus overdragen is wederom zeer klein. Toch is het niet onmogelijk. Een besmette foetus kan ernstige afwijkingen ontwikkelen, ook wel het congenitaal varicellasyndroom genoemd. Dit is een zeldzame aandoening die wordt gekenmerkt door ernstige afwijkingen, bijvoorbeeld aan de ledematen (de armen en benen zijn niet goed gevormd en zijn zeer klein), oogafwijkingen, littekenvorming aan het weefsel, en afwijkingen aan het zenuwstelsel. Soms wordt de baby dood geboren. Als de moeder besmet wordt in de periode van twee dagen voor de bevalling tot vijf dagen erna, dan kan de pasgeboren baby ook met waterpokken besmet zijn. Deze aandoening komt veel vaker voor en wordt neonatale varicella genoemd. In dit geval zal de baby niet worden beschermd door afweerstoffen van de moeder (die zijn nog niet aangemaakt), en wordt de baby speciaal immunoglobuline toegediend.
Diagnose
De diagnose wordt gesteld op basis van de verschijnselen en een lichamelijk onderzoek van de patiënt. Ook kan het bloed worden onderzocht, of een kleine hoeveelheid vocht uit de blaasjes.
Behandeling
Bij de meeste mensen hoeven waterpokken niet behandeld te worden. Krijgt de vrouw waterpokken in de periode direct voor of na de bevalling, dan moet de pasgeboren baby een immunoglobulineninjectie krijgen.
Voorzorgsmaatregelen
Mensen met een verzwakt immuunsysteem, die waterpokken hebben gekregen, kunnen behandeld worden met varicella-zoster-immunoglobulinen (VZIG). Datzelfde geldt voor pasgeboren babies van vrouwen zonder afweerstoffen, als die vrouwen waterpokken hebben opgelopen in de laatste dagen van de zwangerschap. Mensen die er niet aan zijn blootgesteld, maar die gevoelig worden geacht voor besmetting, zoals volwassenen en kinderen met een zwak afweersysteem, kunnen op een selectieve basis worden behandeld met het varicella-vaccin. Dit is nog experimenteel.
Verder is het in het algemeen voor zwangeren niet nodig om bezorgd te zijn voor contact met varicellavirus, aangezien meer dan 95% van de bevolking afweerstoffen heeft, en dus voldoende is beschermd.
Meer informatie
Landelijke coordinatiestructuur Infectieziektenbestrijding
Protocol Infectieziekten 2001
Campbell, S., & Lees, C. (2000), Perinatal infections,17th ed, Obstetrics by Ten Teachers, Arnold, London.
Farthing, M.J.G., Jeffries, D.J., Anderson, J.(1999), Infectious diseases, tropical medicine and sexuallytransmitted diseases, in: Kumar, P. & Clark, M. (eds) ClinicalMedicine, 4th ed, Harcourt Publishers, London.
Griffin, G.E., Sissons, J.GP, Chiodini, P.L., etal. (1999), Diseases due to infection, in: Haslett, C., Chilvers,E.R.E., Hunter, J.A.A. & Boon, N.A. (eds) Davidson'sPrinciples and Practice of Medicine, 18th ed, Harcourt Publishers,London.
Paige, D., Leigh, I.M. (1999), Dermatology, in:Kumar, P. & Clark, M. (eds) Clinical Medicine, 4th ed, HarcourtPublishers, London.
Seidman, Daniel. S. Stevenson, David. K. AndArvin, Ann. M. (1996), 'Varicella vaccine inpregnancy', British Medical Journal, September 21, 313:701-702