advertentie

De geboorte

Inleiding

Het baringskanaal, waar het kind tijdens de geboorte doorheen moet, bestaat uit het benige baringskanaal (de botten van het bekken) en het weke baringskanaal (de baarmoedermond, de vagina en de bekkenbodemspier).
 

Inwendige spildraai

De ingang van het benige baringskanaal is dwars-ovaal van vorm. Het hoofdje van de baby past hier alleen door als hij z'n hoofdje dwars draait en z'n kin op de borst legt. De bekkenuitgang is staand-ovaal. Dit betekent dat de kleine aan het begin van de uitdrijving dwars ligt met z'n hoofdje, hij later recht moet gaan liggen - het liefst met z'n achterhoofd onder het schaambot van moeder door - om door de bekkenuitgang te kunnen. De baby moet zich dus in het nauwe baringskanaal draaien: de inwendige spildraai. Halverwege het benige bekken zit het schaambot. Hier is het bekken op zijn smalst en er zit ook nog eens een bocht in het baringskanaal.

Als het hoofdje onder het schaambot door is, is het moeilijkste deel achter de rug en weet je pas zeker dat het bekken groot genoeg is om het hoofdje door te laten. Hierna ondervindt de kleine alleen nog weerstand van het weke bekken en met name van de bekkenbodemspier.
 

Uitwendige spildraai

Als de baarmoedermond helemaal open is (volledige ontsluiting is tien centimeter) kan het hoofdje er pas door en komt het in de vagina. De wanden van de vagina zijn zeer rekbaar en vormen geen echte belemmering voor de geboorte. Als het hoofdje onder het schaambot door is ondervindt het alleen nog last van de bekkenbodemspieren. Doordat deze spieren vaak stevig zijn kost het nogal wat persen om de baby hier langs te krijgen. De spieren van de bekkenbodem rekken millimeter voor millimeter op. Je kunt nu voor het eerst van buiten een klein stukje hoofd zien verschijnen. Het duurt nog wel even voor het helemaal geboren wordt omdat de spieren en het weefsel rustig opgerekt moeten worden. Anders bestaat de kans op beschadigingen (bij een tweede kindje gaat dit vaak een stuk sneller).

Langzaam maar zeker zie je steeds iets meer van het hoofdje naar buiten komen. In het begin schiet het hoofdje, als de wee over is, terug in de diepte, maar na verloop van tijd blijft het ook buiten een wee zichtbaar: het 'staan van het hoofdje'. Bij iedere wee komt het hoofd een klein stukje meer naar buiten. Dan schiet het hoofdje langzaam maar zeker naar buiten. Het is nu heel belangrijk dat je goed luistert naar je verloskundige. Zij zal je vertellen wanneer je moet persen en wanneer je moet zuchten. Als het hoofdje geboren is draait het terug in de oorspronkelijke stand die het had voor de inwendige spildraai, we noemen dit de uitwendige spildraai. De verloskundige zal nu voelen of de navelstreng niet om de nek van de baby zit. Als dit wel zo is, moet je nog even zuchten zodat zij de navelstreng om het nekje kan weghalen. Is de navelstreng eraf gehaald of zit hij niet meer om het nekje, dan mag je nog een keer flink persen waardoor de schouders en het lichaam meestal vlot volgen.

Tip: Als het hoofdje voor een groot deel is geboren doet dit vaak erg zeer van onderen. Het lijkt wel alsof je volledig openscheurt, een brandend gevoel. Een warm washandje tegen de huid tussen het hoofdje en de anus aan drukken, vermindert dit gevoel. Bovendien zorgt de warmte ervoor dat het weefsel soepeler wordt. Hierdoor rekt het makkelijker op en heb je minder kans op een scheurtje.
 

Knip of scheurtje

Een enkele keer is het nodig om een knip te zetten om de ruimte voor het hoofdje van de baby groter te maken. Een knip zetten kan pas op het allerlaatste moment als het hoofdje bijna geboren wordt. Sommige vrouwen vragen om een knip als het persen niet vordert, maar dit heeft geen enkele zin. Met een knip maak je alleen de uitgang groter en dit helpt dus niet als het hoofdje nog hoog zit.

Veel verloskundigen kiezen er tegenwoordig voor om het weefsel iets te laten scheuren. Een scheurtje geneest makkelijker en doet minder pijn tijdens de kraamdagen dan een knip. Bij een knip ga je immers dwars door alle structuren van het weefsel heen, een scheurtje volgt de natuurlijke structuur van het weefsel waardoor het beter geneest. Een knip moet alleen gezet worden als het kindje het laatste stukje van de geboorte niet meer aankan en de hartslag laag wordt. In de andere gevallen is het beter om het weefsel te laten scheuren.

Als je ingeknipt bent of als er een scheurtje is ontstaan, is het nodig om dit weer netjes te hechten. Dit is een zeer secuur werkje omdat het belangrijk is dat er goed gehecht wordt. Een goed gehechte knip of scheur geneest beter en geeft veel minder klachten in de kraamtijd. Bovendien kan een slordig gehechte knip later voor problemen zorgen bij het vrijen. Een klein scheurtje waarbij het weefsel netjes tegen elkaar valt, hoeft vaak niet gehecht te worden omdat dit vanzelf mooi geneest.

Het hechten kan zo'n 15 tot 30 minuten in beslag nemen. Vaak is zowel de huid als de vaginawand en de spierlaag van de bekkenbodem kapot als de huid kapot: deze lagen moeten een voor een hersteld worden. 
 

Geboorte van de placenta

Als de baby is geboren moet de placenta er nog uit. De placenta zit vast aan de baarmoederwand. Doordat de baby eruit is, kan de baarmoeder flink kleiner worden. Door dit verkleinen en de naweeën laat de placenta los. Gemiddeld wordt de placenta binnen 15 minuten geboren. Meestal krijg je een flinke nawee en moet je nog 1 keer persen en dan voel je de placenta komen. In een liggende houding is het vaak nodig dat de verloskundige even flink meedrukt op je buik om de placenta geboren te laten worden. Als je zittend bevalt komt de placenta er vaak gemakkelijker uit.

Je verliest altijd wat bloed als de placenta loslaat. Daar waar de placenta aan de baarmoederwand vastzat, is een grote wond ontstaan. De verloskundige en de kraamzuster houden het bloedverlies in de gaten.

Als de verloskundige vindt dat het te lang duurt voordat de placenta geboren wordt, of als je veel bloed verliest, kan je een prikje krijgen met oxytocine, wat ervoor zorgt dat je flinke naweeën krijgt. Hierdoor laat de placenta los van de baarmoederwand. In principe moet de placenta binnen een uur na geboren worden. Als dit niet is gebeurd, moet de hulp van de gynaecoloog ingeroepen worden.

Tip 1: Leg de baby zo snel mogelijk na de geboorte aan, hierdoor gaat de baarmoeder samentrekken en laat de placenta makkelijker los. Bovendien vermindert het bloedverlies als de baarmoeder goed samentrekt.

Tip 2: Door een bevroren koelelement op de buik te leggen trekt de baarmoeder beter samen waardoor het bloedverlies afneemt en de placenta loslaat.
 

Controle baby

Als de placenta geboren is en het eventuele hechten is klaar, dan zal de verloskundige de baby nakijken. De meeste verloskundigen doen dit op je bed zodat je alles kunt zien. Er wordt gekeken of je baby niets mankeert en of hij goed reageert op prikkels. De rug wordt nagekeken evenals de schedelnaden. De anus en de vagina of penis worden gecontroleerd. Er wordt gevoeld of de sleutelbeentjes niet gebroken zijn tijdens de bevalling. Daarnaast wordt een aantal reflexen getest, zoals de loopreflex. De baby wordt door de verloskundige in staande positie gehouden waardoor de meeste kinderen loopbewegingen gaan maken.

De verloskundige geeft je kind 1 minuut en 5 minuten na de geboorte een cijfer. Dit getal geeft aan hoe de conditie van je kind is direct na de geboorte: de Apgarscore. De maximale score is 10 punten en wordt opgebouwd uit:

  • maximaal 2 punten voor de hartslag;
  • maximaal 2 punten voor de ademhaling;
  • maximaal 2 punten voor de reflexen;
  • maximaal 2 punten voor de spierspanning;
  • maximaal 2 punten voor de kleur.

Als alles perfect is krijgt de baby een 10, maar het kan ook zijn dat de kleur in het begin iets bleek is. Dan krijgt de baby voor kleur maar 1 punt en zal de eindscore een 9 zijn. Alle scores tussen de 7 en 10 wijzen op een goede conditie na de geboorte.

De baby wordt gewogen. Het gemiddelde geboortegewicht in Nederland is 3.500 gram, de lengte 51 cm. De lengte wordt meestal niet gemeten omdat veel baby's hun beentjes niet willen strekken. Om ze goed te kunnen meten moet je de beentjes min of meer recht forceren en dit is niet goed voor het heupgewricht.

Als de baby is nagekeken wordt hij vaak aangekleed. Baby's koelen heel snel af en het gevaar van onderkoeling is aanwezig. Als de kleine lekker warm is ingepakt mag hij bij jullie liggen.
 

Meer informatie

www.verloskundigeninnederland.nl Informatie van de Koninklijke Nederlandse Organisatie van Verloskundigen

www.schooltv.nl/beeldbank/ Een filmpje van de nederlandse schooltelevisie
 
Bron:
Sandra Vuik
Copyright:
Medic Info
Datum:
01/09/2008
Disclaimer
advertentie