Als de placenta geboren is en het eventuele hechten is klaar, dan zal de verloskundige de baby nakijken. De meeste verloskundigen doen dit op je bed zodat je alles kunt zien. Er wordt gekeken of je baby niets mankeert en of hij goed reageert op prikkels. De rug wordt nagekeken evenals de schedelnaden. De anus en de vagina of penis worden gecontroleerd. Er wordt gevoeld of de sleutelbeentjes niet gebroken zijn tijdens de bevalling. Daarnaast wordt een aantal reflexen getest, zoals de loopreflex. De baby wordt door de verloskundige in staande positie gehouden waardoor de meeste kinderen loopbewegingen gaan maken.
De verloskundige geeft je kind 1 minuut en 5 minuten na de geboorte een cijfer. Dit getal geeft aan hoe de conditie van je kind is direct na de geboorte: de Apgarscore. De maximale score is 10 punten en wordt opgebouwd uit:
- maximaal 2 punten voor de hartslag;
- maximaal 2 punten voor de ademhaling;
- maximaal 2 punten voor de reflexen;
- maximaal 2 punten voor de spierspanning;
- maximaal 2 punten voor de kleur.
Als alles perfect is krijgt de baby een 10, maar het kan ook zijn dat de kleur in het begin iets bleek is. Dan krijgt de baby voor kleur maar 1 punt en zal de eindscore een 9 zijn. Alle scores tussen de 7 en 10 wijzen op een goede conditie na de geboorte.
De baby wordt gewogen. Het gemiddelde geboortegewicht in Nederland is 3.500 gram, de lengte 51 cm. De lengte wordt meestal niet gemeten omdat veel baby's hun beentjes niet willen strekken. Om ze goed te kunnen meten moet je de beentjes min of meer recht forceren en dit is niet goed voor het heupgewricht.
Als de baby is nagekeken wordt hij vaak aangekleed. Baby's koelen heel snel af en het gevaar van onderkoeling is aanwezig. Als de kleine lekker warm is ingepakt mag hij bij jullie liggen.