Inleiding
De meeste baby's zijn net na de geboorte erg wakker. Ze kijken met grote ogen rond en lijken alle nieuwe dingen in zich op te willen nemen. Als je borstvoeding wilt geven, is dit het moment om de baby voor de eerste keer aan te leggen. De kraamverzorgende of verloskundige zal hierbij helpen. Juist zo kort na de geboorte hebben veel baby's een sterke zuigreflex en daar kun je gebruik van maken.
Dag een
De baby kan de eerste dag misselijk zijn en spugen. Dit komt door het vruchtwater dat hij heeft binnengekregen. De meeste baby's kunnen een flinke bult op hun hoofdje hebben. Die is veroorzaakt door het persen en de aanpassing van het hoofdje aan het nauwe geboortekanaal. Deze bult trekt binnen een paar dagen weg.
Het is heel belangrijk dat je de baby goed warm houdt. De baby is een temperatuur van 37 graden gewend en moet dus erg wennen aan de nieuwe, koudere omgeving. Je houdt de baby het makkelijkst warm als je hem op je borst legt. De normale lichaamstemperatuur van een baby is tussen de 36,5 en 37,5 graden.
Als je de baby een schone luier omdoet, smeer dan de billetjes in met vette zalf. Als je geen zalf gebruikt is het erg moeilijk om het meconium (de zwarte ontlasting die baby's in het begin hebben) van de billetjes af te krijgen.
Als jullie een dochter hebben gekregen, kan ze iets bloed verliezen uit de vagina. Dit wordt pseudo-menstruatie genoemd en wordt veroorzaakt door de hormonen die ze van de moeder heeft meegekregen.
Als je flesvoeding geeft, mag de baby iedere drie uur 10 tot 15 cc drinken. Dit lijkt erg weinig, maar de darmen van de baby moeten nog gaan werken en de baby moet dus langzaam wennen aan voedsel.
Als je een normale bevalling hebt gehad, mag je meestal onder de douche, maar het hoeft niet. Als je moe bent kan het prettiger zijn om je op bed te laten wassen door de kraamverzorgende.
Wel is het belangrijk dat je zo snel mogelijk na de bevalling probeert te plassen. Een te volle blaas kan verhinderen dat de baarmoeder zich samentrekt. Daardoor kun je extra bloed verliezen. Omdat alles een beetje pijnlijk is en vreemd aanvoelt, voel je vaak geen aandrang, maar je blaas vult zich meestal snel na de bevalling. Al het extra vocht dat je in de zwangerschap bij je had, verdwijnt nu namelijk weer uit je lichaam.
Als je uit bed wil komen, ga dan eerst langzaam overeind zitten en bungel een poosje met je benen over de rand. Als je je raar voelt in je hoofd, ga dan weer liggen. Anders is de kans groot dat je op de wc of onder de douche flauwvalt.
Je kunt de eerste dag flinke bloedstolsels verliezen. Een stolsel van tien centimeter groot is niet verontrustend. Let er wel op of je na het verliezen van een stolsel niet blijft doorbloeden. Als je een stolsel verliest is het normaal om daarna druppelsgewijs bloed te verliezen. Maar blijf je daarna straaltjes bloed verliezen, waarschuw dan de kraamverzorgende. Als de kraamverzorgende al weg is, bel dan de verloskundige.
Voor de kersverse vader is dit eveneens een drukke dag. Alles aangeven, kaartjes regelen en boodschappen doen, en dit alles na zo'n indrukwekkende gebeurtenis. Ook de meeste vaders zijn aan het eind van de dag doodop.
De eerste nacht
Veel jonge ouders vinden het best eng om voor het eerst alleen te zijn met de baby. Maar als je op je intuïtie of gezond verstand afgaat, dan lukt het vaak het beste. Laat je niet gek maken door alle goedbedoelde adviezen van omstanders.
De eerste uren na de geboorte zijn veel baby's erg alert. Ze kijken rond en nemen alles in zich op. Daarna vallen ze vaak een paar uur in slaap, moe van de bevalling en alle indrukken die ze hebben opgedaan. Als de baby dan weer wakker wordt en hij ligt alleen in bed, is de kans groot dat hij gaat huilen. Hij voelde zich negen maanden lang lekker warm en beschermd in de buik, en opeens is alles weg. Geen geluiden meer van moeders hart en darmen, niet meer het beschermend omhulsel van warm water. Om de baby zo goed mogelijk te laten wennen aan de buitenwereld kan het wiegje het best naast het bed van de ouders staan. De baby is vaak wakker en zal zich veiliger voelen als je in de buurt bent.
Bovendien is het makkelijk om de baby al strelend te troosten als hij naast jouw bed staat. Tot voor kort werd geadviseerd om de baby bij je in bed te laten slapen. Hoewel de baby dit het prettigst zal vinden is het toch beter om dit niet te doen. Uit onderzoek is gebleken dat wiegendood vaker voorkomt bij kinderen die tussen de ouders slapen.
De eerste nacht slaapt de nieuwe moeder meestal niet veel. Hoewel ze tijdens de bevalling misschien riep dat ze alleen nog maar wilde slapen, zijn de meeste vrouwen zo onder de indruk van alles wat gebeurd is, dat ze de eerste nacht klaarwakker blijven en de bevalling nog een aantal keer in hun hoofd herbeleven.
Als je naar het toilet moet, maak dan je partner wakker en doe de wc-deur niet op slot. Het is veiliger als je partner oplet, want het kan voorkomen dat je plotseling duizelig bent of flauwvalt op de wc.
Als de baby huilt, is hij vaak te troosten door hem bij jou, of je partner, op de borst te leggen. Borst tegen borst, de dekens over het ruggetje. Honger hebben de meeste baby's de eerste dag niet. Ze hebben voldoende reserve vanuit de baarmoeder meegekregen. Maar de baby heeft wel vaak zuigbehoefte. Als je borstvoeding geeft is het goed om de baby regelmatig aan te leggen, dat stimuleert de melkproductie. Ook als je flesvoeding geeft, mag je de baby natuurlijk een beetje voeden als hij huilt. Als je gevoed hebt en de baby blijft huilen, probeer dan of het helpt als je je pink in z'n mondje stopt.
Dag twee
Vandaag gaat je baby voor het eerst in bad en wordt meestal gewogen. Normaal gesproken worden baby's direct na de geboorte niet in bad gedaan omdat het huidsmeer nog moet intrekken. De meeste baby's vinden het badje zelf heerlijk, het herinnert ze aan het warme water in de baarmoeder. Maar zodra baby's uit bad gehaald worden, gaan ze vaak flink schreeuwen. Ook al moet je ervoor zorgen dat de kamer warm is, voor de baby is het toch kouder dan hij gewend was.
Bijna alle baby's vallen de eerste paar dagen af. De borstvoeding moet nog gestimuleerd worden. Vooral bij een eerste kind komt er de tweede dag meestal nog geen voeding. Let wel op dat de baby de tepel goed in zijn mondje heeft. Hij mag niet sabbelen, want dit verhoogt de kans op tepelkloven. Als je flesvoeding geeft, krijgt de baby vandaag 20 tot 25 cc per keer. Om aan zijn zuigbehoefte te voldoen is het belangrijk dat de baby de fles niet te snel leeg heeft. Een speen met een klein gaatje is het meest geschikt.
De baby kan vandaag nog wat misselijk zijn, maar meestal is het al een stuk minder.
Zelf ben je meestal voldoende opgeknapt om te gaan douchen. Als je je slap voelt is het beter om een plastic stoeltje onder de douche te zetten en zittend te douchen.
Het bloedverlies is meestal nog ruim en je kan ook nog een stolsel verliezen. Als je hechtingen hebt, probeer dan goed op beide billen te gaan zitten. Dit is even vervelend, maar het remt het ontstaan van zwellingen en bevordert de genezing van de knip of het scheurtje.
Je zult vandaag waarschijnlijk nog geen ontlasting krijgen. De bevalling heeft de darmen zo leeg geperst, dat het meestal een dag of vier duurt voor je weer ontlasting hebt.
De kans is groot dat je vannacht niet veel hebt geslapen, en je weet niet hoe het de komende nacht zal zijn. Probeer de middagslaap dan ook goed te benutten. Ook voor de nieuwe vader is het verstandig om een paar uur bij je te komen liggen. Ten eerste zal ook hij behoorlijk moe zijn van alle gebeurtenissen en emoties. Bovendien gebeurt er heel veel en is er daarbij vaak ook nog visite; de partners komen nauwelijks aan elkaar toe. De middagrust is dan een goed moment om bij te praten of gewoon tegen elkaar aan te liggen en te slapen.
Schroom niet om eventueel bezoek 's avonds om negen uur weg te sturen. Je moet de kleine nog voeden en verschonen en wilt waarschijnlijk nog met je partner napraten. Voordat jullie kunnen slapen, is het zo anderhalf uur later. Als je tegen de visite zegt dat je moe bent en de baby nog moet voeden, zal niemand vreemd opkijken als je ze verzoekt weg te gaan.
Dag drie
Meestal is dit een rustige dag. Sommige baby's zien een klein beetje geel, en zelf ben je weer wat fitter. Het bloedverlies neemt af en je borsten beginnen iets te stuwen.
Als je flesvoeding geeft, is het belangrijk dat je de borsten zoveel mogelijk met rust laat. Draag een ondersteunende, goedpassende beha. Zet onder de douche de douchekop niet op de borsten. Dat stimuleert de melkproductie, waardoor je alleen maar meer stuwing krijgt.
Eventueel kunt u de kraamverzorgende maandverband laten invriezen. Ze zal een paar verbanden vol laten zuigen met water en ze in een half ronde vorm in een plastic zakje in de vriezer leggen. Als je vannacht veel last hebt van stuwing, doe dan de bevroren maandverbanden in een doek gewikkeld tussen je beha. De stuwing zal met een paar dagen vanzelf wegtrekken. Als je borstvoeding geeft, dan begint de voeding vanaf vandaag meestal op gang te komen. Leg de baby aan als hij wakker is, maar let op dat hij niet sabbelt.
Heb je beginnende tepelkloven, houd je tepels dan zo goed mogelijk droog. Als de borsten veel lekken, is het beter om borstschelpen te dragen dan tepelkompressen. De kompressen blijven namelijk vochtig en dit maakt de huid week. Ook is het voor de genezing van kloven goed om bloot te slapen. De tepels blijven dan droog en er komt veel zuurstof bij, wat de genezing bevordert.
Heb je erge kloven, gebruik dan de gel van aloë vera. Dit geneest de wondjes. Deze gel is bovendien ongevaarlijk voor de baby, dus je hoeft de tepels niet schoon te maken voor het voeden.
Als je vannacht weer niet geslapen hebt, vraag de kraamverzorgende dan om tijdens de middagrust de baby mee uit de slaapkamer te nemen, trek de stekker uit de telefoon en schakel de deurbel uit. Zo kun je een paar uur slapen.
Dag vier
De meeste baby's worden wat geel. De verloskundige zal hier goed op letten om te zien of het niet te erg is.
Vandaag krijgt je baby ook wat naars te verwerken: de hielprik. Dit hielprikje wordt bij alle baby’s gedaan ter controle van een stofwisselingsziekte, een schildklierafwijking en een biijnierafwijking en nog een flink aantal andere aandoeningen. Als je zorgt dat het hieltje goed warm is, dan stroomt het bloed er makkelijker uit en huilen de meeste baby’s maar heel even. Geef na de prik voeding om de baby te troosten.
Op de vierde dag ben je zelf vaak wat labiel. De bekende kraamvrouwentranen horen er voor veel vrouwen bij. Onderdruk dit niet, het is heel normaal dat je het even niet ziet zitten en je kunt hier beter over praten. Door er over te praten kan de omgeving beter beoordelen of het 'de normale tranen' zijn, of dat er misschien iets meer aan de hand is.
Veel moeders vinden de 4e dag een rotdag, je bent labiel, hebt last van stuwing of van kloven, de hechtingen doen zeer en als de baby dan ook nog geprikt moet worden omdat hij geel is, dan is het helemaal genoeg. Kortom: Wat nou genieten van de kraamtijd! Gelukkig is dit na 1 dag meestal weer over. Geef aan als je vindt dat er teveel visite komt. De kraamverzorgster kan dat prima verminderen. Als de kraamverzorgster tegen de visite zegt dat ze bv maar 10 minuten boven mogen blijven, dan zal daar niemand boos over worden.
Probeer vanavond geen bezoek te krijgen.
Vaak krijg je de vierde dag voor het eerst weer ontlasting. Veel vrouwen zien hier erg tegenop, vooral als ze hechtingen hebben. Achteraf hoor je van alle vrouwen dat het erg is meegevallen en geen pijn deed. Neem de tijd voor je ontlasting, ga rustig met een boekje op de wc zitten als je het gevoel hebt dat je moet poepen en ga niet als een bezetene zitten drukken, het komt vanzelf wel een keer.
Tip: Heb je erg veel last van 1 bepaalde hechting, vraag dan of de verloskundige die eruit kan halen. Vaak is het de achterste hechting waar je last van hebt en meestal kan die er de 4e dag wel uit.
Dag vijf
Meestal is dit een rustige dag. De kraamvrouw gaat zich doorgaans wat beter voelen en doet vaak op deze vijfde dag de baby voor het eerst zelf in bad. De baby zal vanaf vandaag waarschijnlijk weer gaan groeien. Als de borstvoeding nog niet zo goed loopt, zie dan het informatieblad 'Tips ter bevordering van de borstvoeding'.
Ook al voel je je fit, hou voldoende rust. Vrouwen die zich flink houden, na een paar dagen weer volledig uit bed zijn en doen of er niets gebeurd is, komen zichzelf vaak na de kraamtijd tegen. De kraamdagen zijn er niet voor niks. Je hebt ze nodig om te herstellen. Als je te snel van alles gaat doen, dan is de kans groot dat je na twee weken een behoorlijke terugslag krijgt. Natuurlijk kun je zo langzamerhand wat meer uit bed komen, maar luister goed naar je eigen lichaam en hou je niet groter dan je je voelt.
Dag zes
Je kunt je al behoorlijk redden met de baby, de kraamverzorgster kijkt over je schouder mee, maar je kan het best wel zelf.
Vandaag gaan je hechtingen eruit. Wees hier niet te bang voor, het is geen prettig gevoel, maar het doet niet echt pijn. En de opluchting is groot als ze er uit zijn.
Probeer wat meer uit bed te zijn. Het eind van de kraamtijd komt met rasse schreden naderbij en je moet weer wennen aan lichaamsactiviteit. Ga 's middags nog wel een poosje rusten.
Als de baby iets geel is geweest, dan wordt het vanaf vandaag meestal al weer minder. Het navelstompje moet nu zwart van kleur zijn, dit wil zeggen dat het goed is ingedroogd (zie navelstomp verzorging). Meestal valt het navelstompje tussen de 6e en de 8e dag af. Het navelhofje kan soms iets pussig zijn of iets bloeden. Houdt het dan schoon met een steriel gaasje met alcohol en vouw de luier onder het navelhofje, zodat er zoveel mogelijk zuurstof bij kan komen, dit bevordert de genezing. Als de navelhof goed droog is, hoef je er verder niets aan te doen.
Normaal gesproken krijg je vandaag een recept voor Vitamine K van je verloskundige, de vitamine is voor de baby (zie 'Vitamine K'). Het moet, meestal, vanaf de achtste dag worden gegeven. Er zijn echter ook doseringen Vitamine K die direct vanaf de geboorte gegeven moet worden, het is dus maar net welke dosering jullie verloskundige voorschrijft.
Dag zeven
De meeste vrouwen zijn op de zevende kraamdag al aardig op de been en kunnen zichzelf redelijk redden. Natuurlijk ben je nog sneller moe; het duurt wel een paar maanden voordat je weer volledig de oude bent. De middagrust is voorlopig nog wel nodig.
De baby is in één week al een heel ander mensje geworden. Het hoofdje heeft de normale vorm gekregen en de oogjes zijn niet meer dik. Ook begint hij wat meer te wennen aan het leven buiten de baarmoeder, al is hij toch het liefst in de buurt van de moeder of vader. Veel knuffelen is goed voor de baby. Hij heeft dit nodig om zich beschermd en geborgen te voelen.
Als je het gevoel hebt dat je nog niet goed uit bed kunt zijn, bespreek dit dan met de kraamverzorgende en verloskundige. Er kunnen vele oorzaken zijn waarom je het nog niet aankan om uit bed te komen en de baby te verzorgen.
Als het goed is, is het bloedverlies nu een stuk minder en heb je aan normaal maandverband voldoende. Toch is het niet uitzonderlijk om ook nu nog een stolsel te verliezen.
Als de borstvoeding nog steeds niet goed gaat, neem dan contact op met een lactatiekundige. Lactatiekundigen zijn opgeleid om vrouwen te begeleiden bij problemen met borstvoeding. De Nederlandse Vereniging van Lactatiekundigen geeft ook bijscholing aan kraamverzorgende en verloskundigen omtrent de borstvoeding. Meer informatie kun je krijgen via
www.borstvoeding.nl.
Dag acht
De achtste kraamdag is vaak een dag met tegenstrijdige gevoelens. Enerzijds is het een fijn vooruitzicht om straks alleen met je eigen gezin te zijn. Hoe fijn de kraamverzorgende ook is, ze is en blijft een 'vreemde' in je huis. Anderzijds is er de angst dat je straks alles zelf moet kunnen, zonder geen kraamverzorgende aan wie je van alles kan vragen. Ook de verloskundige komt vandaag voor het laatst. Zij zal waarschijnlijk een afsluitend gesprekje met je hebben over het verloop van de bevalling en over de weken die volgen. Enkele adviezen en tips ter afsluiting van het kraambed, die je kraamverzorgende of verloskundige misschien ook zal geven:
Bloedverlies
Als je volop in beweging komt, kan het bloedverlies tijdelijk toenemen. Gemiddeld houdt het vloeien vier tot zes weken aan, waarbij het steeds minder wordt en later overgaat in een bruinige en dan gele afscheiding. Er kan nog steeds een stolsel vrijkomen, soms wel zo groot als een gebalde vuist.
Rust houden
Verwacht niet teveel van jezelf. Als je jezelf, de baby en eventueel het eten kan verzorgen, dan is dat al heel wat. Veel vrouwen verwachten dat ze gelijk weer het hele huishouden kunnen regelen. Meestal lukt dit niet. Schroom niet om hulp te vragen aan je partner, je moeder of aan een goede vriendin. Luister goed naar je lichaam.
Vooral bij een eerste kindje zijn veel vrouwen onzeker en willen graag alles goed doen. Maar eigenlijk doe je het juist goed als je op tijd je rust neemt, en erkent dat je niet alles nog aankan. Vrouwen die maar door blijven gaan en teveel van zichzelf eisen, genieten niet van hun baby en raken gespannen. Daar wordt ook de baby onrustig van. Dat kan een neerwaartse spiraal veroorzaken. Dus: luister naar je lichaam, rust op tijd en probeer van je baby te genieten. Na een aantal weken tot maanden kom je vanzelf weer in een ritme waarbij je de rest onder controle hebt.
Geslachtsgemeenschap
Het is verstandig om de eerste drie weken geen geslachtsgemeenschap te hebben. De baarmoedermond moet zich nog volledig sluiten. Zolang dat nog niet gebeurd is, kan er een infectie optreden. Hoe schoon ook, de penis brengt altijd bacteriën naar binnen en die kunnen een ontsteking veroorzaken. De meeste vrouwen, en zeker ook de mannen, vinden het doodeng om voor het eerst weer te vrijen. Maar hoe lang je het ook uitstelt, de eerste keer komt.
De baby wegen na het kraambed
Als de baby goed groeit, hoef je hem na de kraamdagen niet meer te wegen. Doe de weegschaal weg, want anders heb je snel de neiging om toch te wegen en hier word je alleen maar onzeker van.
Als je borstvoeding geeft, merk je over het algemeen aan het gedrag van de baby wel of hij genoeg heeft. Hij is dan tevreden en rustig tussen de voedingen door. Lijkt het of je baby ineens om de twee uur honger krijgt, dan kan het zijn dat je voeding wat is teruggelopen. Als je twijfelt of de baby genoeg voeding krijgt, kun je naar het weegspreekuur gaan op het consultatiebureau. De meeste bureaus hebben een paar keer per week een weeguur, waar je zonder afspraak terecht kunt.
Middagdutje
Probeer 's middags te rusten. Je lichaam heeft dit nodig. Als je geen zin hebt om te slapen, of als je niet naar bed kunt vanwege andere kinderen, ontspan je dan op de bank liggen met een boek of een film. Volledig herstel van een bevalling duurt enkele maanden. Tot die tijd moet je niet meer doen dan je kunt. Ook het nachtelijk voeden zorgt ervoor dat je overdag een rustperiode nodig hebt.
Oefening van de bekkenbodemspier
Deze spier heeft door de bevalling een grote klap gehad. Het is heel belangrijk om deze spier weer goed in conditie te krijgen. Je hebt dan weer beter controle over je urine en ontlasting. Ook voorkomt het problemen als incontinentie en verzakkingen.
Als de verloskundige het kraambed afsluit, kun je dingen te bespreken die je minder prettig hebt gevonden aan de geleverde zorg. . Het kan goed zijn om dit te uiten, en de verloskundige kan de informatie gebruiken om haar zorg te verbeteren.
Na de kraamdagen
En dan sta je er alleen voor: De kraamdagen zijn afgesloten, je partner is waarschijnlijk weer aan het werk en iedereen gaat weer zijn normale gang.
Terwijl veel vrouwen juist nu volledig ontregeld zijn. Het lijkt onmogelijk: de baby baden, jezelf verzorgen, het huishouden doen, boodschappen halen, koken, wassen, strijken en dan al die voedingen tussendoor. Alleen al het voeden kost een paar uur per dag, en voor knuffelen is ook tijd nodig. Vrouwen die dit alles van zichzelf verwachten, komen iedere dag uren tekort.
Bijna iedere 'jonge' moeder heeft een periode nodig om een nieuw ritme te vinden. Bij de een duurt dit een paar weken, bij de ander een paar maanden. Stel daarom prioriteiten. Maak een lijstje met wat voor jou belangrijk is. Zet je eigen welbevinden en dat van de baby op de eerste plaats en leg voor het overige je doelen niet te hoog. De eerste weken zul je waarschijnlijk niet verder komen dan de verzorging van jezelf en je baby, en eventueel het koken van maaltijden. Langzaam maar zeker kun je meer taken aan. Maar zorg ook dan dat je niet de hele dag loopt te rennen en vliegen. De baby voelt feilloos aan dat z'n moeder gespannen is en reageert hierop, gaat meer huilen. Een neerwaartse spiraal ligt dan op de loer en de mooie droom, het leuke beeld van een baby, valt makkelijk in duigen.
Kortom, accepteer dat je de tijd nodig hebt om in een nieuw ritme te komen en probeer niet aan de omgeving te bewijzen dat je alles onder controle hebt. Het belangrijkste is rust, knuffelen en genieten van je baby. De rest is bijzaak.