Niet vorderen van de ontsluiting
Gelukkig verlopen veel bevallingen spontaan en probleemloos, maar er kunnen verschillende redenen zijn waarom het nodig is tijdens de bevalling medisch in te grijpen. Eén ervan is een niet vorderende ontsluiting. Als de ontsluiting niet vordert, zal de verloskundige besluiten dat het tijd wordt om de hulp van de gynaecoloog in te roepen.
Oorzaken van het niet vorderen van de ontsluiting kunnen zijn:
- Onvoldoende weeënactiviteit. De weeën zijn niet sterk genoeg, of komen niet vaak genoeg.
- Wanverhouding tussen het hoofdje en het bekken. Het hoofdje daalt niet goed in. Hierdoor is er geen druk die de baarmoedermond open duwt. Als er sprake is van een wanverhouding, is een keizersnede vaak de enige oplossing.
Als er geen goede weeën zijn, kan pijnstilling helpen is je rustiger te krijgen waardoor je adrenalinegehalte afneemt en de oxytocine haar werk kan doen. Soms is een infuus nodig met oxytocine om betere weeën te krijgen. Dit soort behandelingen moeten in het ziekenhuis, onder verantwoordelijkheid van een gynaecoloog plaatsvinden.
Inleiden
Als de bevalling niet vanzelf op gang komt, bij bijvoorbeeldlangdurig gebroken vliezen of als je over tijd loopt, kan het zijndat de gynaecoloog besluit om te gaan inleiden. Dit kan op tweemanieren:
- Met behulp van een prostaglandinegel. Deze gel zorgt ervoor datde baarmoedermond verweekt en verstrijkt en soms is dit voldoendeom je lichaam aan te zetten om het verder zelf over te nemen enweeën te krijgen. De gel wordt via de vagina op de baarmoedermondgesmeerd. Als bij het inwendig onderzoek is gebleken dat debaarmoedermond nog hard en niet verstreken is, is de gel-inleidingde enige methode om de bevalling op te wekken. Een infuus metweeënopwekkende middelen kan alleen gegeven worden als debaarmoedermond week en verstreken is. Als de gel is ingebracht wildat niet zeggen dat je weeën krijgt of dat de baarmoedermond directgaat verstrijken. Soms is het nodig om de gel een aantal keer in tebrengen.
- Je krijgt een infuus met oxytocine. Dit zorgt ervoor dat je(betere) weeën krijgt. Een infuus kan alleen gegeven worden als debaarmoedermond al week en verstreken is.
Langdurig gebroken vliezen
Als je vliezen langer dan 24 uur gebroken zijn en je hebt nog steeds geen goede weeën, wordt je meestal naar het ziekenhuis gestuurd. Als de vliezen gebroken zijn is de natuurlijke barrière (de vliezen) voor bacteriën om bij het kind te komen weg. Hierdoor neemt de kans op een infectie bij de baby toe. In het ziekenhuis kunnen ze de conditie van de baby beter in de gaten houden. Een aantal keer per dag zal een een hartfilmpje (CTG) van de baby worden gemaakt, en wordt jouw temperatuur nauwlettend in de gaten gehouden.
Zolang alles goed is, wordt afhankelijk van het ziekenhuis - 24 tot 48 uur gewacht om te zien of je spontaan weeën krijgt (95% van de vrouwen krijgt spontaan weeën binnen 72 uur na het breken van de vliezen). Bij spontane weeën verloopt de bevalling namelijk over het algemeen beter.
Het CTG
In het ziekenhuis wordt regelmatig een hartfilmpje (CTG) gemaakt om de conditie van de baby te controleren. Door gedurende een half uur, of langer, de hartslag van de baby te registreren kan de gynaecoloog beoordelen hoe het met je baby gaat. Redenen voor een CTG zijn:
- langer dan 10-14 dagen overtijd lopen;
- langdurige ontsluiting of uitdrijving;
- langdurig gebroken vliezen;
- inleiding;
- met de doptone is een minder goede hartslag gehoord;
- voor een vacum- of tangverlossing;
- alle andere redenen waarbij er twijfel is over de conditie van de baby.
Het CTG kan op twee manieren worden gemaakt:
- Uitwendig. Je krijgt twee banden om je buik heen, met grote knoppen eraan. De ene knop registreert de hartslag van de baby, de andere de weeënactiviteit. Beiden worden uitgeschreven op papier;
- Inwendig. Als je al ontsluiting hebt en je vliezen zijn gebroken, dan kan de gynaecoloog een draad naar binnen brengen met eraan een klein soort schroefje. Dit minuscule schroefje wordt op het hoofdje van de baby vastgedraaid waardoor de hartslag nauwkeurig gemeten kan worden.
Tijdens het CTG komt het voor dat je de hartslag ineens niet meer hoort. Schrik hier niet van. Dit kan worden veroorzaakt doordat het apparaat de hartslag even niet kan registreren, b.v. tijdens een wee.
Hartslag van de baby is te laag
Tijdens de bevalling luistert de verloskundige regelmatig naar het hartje van de baby. Bij veel geboortes daalt de hartslag van de baby aan het begin van het persen even. Dit komt omdat de baby even moet wennen aan het persen en de druk die op hem wordt uitgeoefend. Meestal herstelt de baby zich snel en hoor je weer een normaal ritme. Een enkele keer blijkt de baby de bevalling niet goed aan te kunnen. De verloskundige merkt dat aan de snelheid van de hartslag.
Soms herstelt de baby zich weer als je een paar weeën niet meeperst en op je zij gaat liggen. Hierdoor wordt de druk op de grote bloedvaten - die de baby van zuurstof voorzien - minder en krijgt de baby tijd om te herstellen. Als de hartslag dan niet herstelt zal de verloskundige ingrijpen. Als de baby al bijna voor de 'uitgang' zit, kan de verloskundige besluiten om een knip te geven en de kraamverzorgster vragen om even mee te drukken op de buik.
Als de baby nog te hoog in het baringskanaal zit, heeft het geen zin om een knip te zetten en mee te drukken, het duurt dan nog te lang voordat de baby spontaan geboren zal worden. In dat geval zit er niets anders op dan naar het ziekenhuis te gaan, of, als je daar al bent, de gynaecoloog te bellen voor hulp. Je zult met de ambulance vervoerd worden en gevraagd worden om zo min mogelijk mee te persen en op je zij te gaan liggen.
Als de gynaecoloog besluit dat de baby zo snel mogelijk geboren moet worden, zal hij meestal besluiten tot een vacumverlossing. Als de baby echter nog heel hoog zit, kan het zijn dat een dergelijke verlossing niet mogelijk is, en is een keizersnede de oplossing.
Vacuümverlossing
Bij een vacumverlossing wordt je van onderen verdoofd. Vervolgens wordt er een knip gezet om voldoende ruimte te maken waarna een cup wordt ingebracht die op het hoofdje van de baby wordt geplaatst. Dit kan ietwat pijnlijk zijn. Hierna wordt de cup vacum gezogen door een apparaat. Als de cup goed vacum zit, moet je tijdens een volgende wee uit alle macht meepersen. De gynaecoloog helpt mee door aan de cup te trekken. Normaal gesproken wordt de baby bij een vacumverlossing na twee tot drie weeën geboren.Advies: Als je baby met behulp van een vacum geboren wordt, heeft hij vaak hoofdpijn. Laat de baby de eerste 24 tot 48 uur zoveel mogelijk rustig liggen. Hij mag best lekker bij jullie in bed, maar laat hem niet door de familie oppakken.
Tangverlossing
De tangverlossing wordt tegenwoordig alleen nog gebruikt als het hoofdje een verkeerde stand heeft, die m.b.v. de tang kan worden bijgedraaid. In de meeste andere gevallen wordt de voorkeur gegeven aan de vacumverlossing.
De tang bestaat uit twee grote lepels, die aan weerszijden van het hoofdje worden ingebracht en het hoofd omvatten. Aan het handvat van de lepels kan de gynaecoloog trekken. Net als bij de vacumverlossing is het van groot belang dat je zelf ook flink meeperst.
Keizersnede
Als het bekken voor de bevalling al te klein lijkt kan het zijn dat de gynaecoloog van tevoren besluit om een keizersnede (Sectio Caesarea) te verrichten. Vaker komt het voor dat gedurende de bevalling blijkt dat het niet lukt om vaginaal te bevallen, dan wordt er gedurende de bevalling alsnog besloten om een keizersnede te doen. Redenen voor een sectio zijn:
- te krap bekken of te groot kind;
- niet vorderen van de ontsluiting (ook niet na goede weeën);
- niet vorderen van de uitdrijving en het hoofdje staat te hoog om een vacum- of tangverlossing te doen;
- niet lukken van een inleiding;
- slechte conditie van de baby.
Tegenwoordig kun je bijna altijd kiezen tussen een volledige narcose of een ruggenprikverdoving. Als je mag kiezen heeft de ruggenprik voorkeur omdat je de bevalling bewuster meemaakt, je minder ziek voelt na de operatie en je direct contact kunt hebben met je kindje.
Veel vrouwen zijn op voorhand bang voor de ruggenprik, ze denken dat dit erg pijnlijk is. Waarschijnlijk komt dit doordat men verhalen heeft gehoord over de ruggenprik die mensen met een hernia soms krijgen. Deze is inderdaad erg pijnlijk. Maar de verdovingsruggenprik die plaatsvindt bij een keizersnede doet niet echt pijn.
Schouder blijft steken
Normaal gesproken is de geboorte van het hoofdje het moeilijkste stuk van de bevalling. Als het hoofdje eenmaal geboren is volgen de schouders en het lichaampje meestal vlot. Maar een enkele keer komt het voor dat de schouders vast blijven zitten. Het is dan vaak een extreem groot kind. Dit komt vaker voor bij vrouwen die bevallen van het 3e of 4e kind.
Als de schouders blijven steken zal de verloskundige een aantal handgrepen moeten uitvoeren om het kind eruit te krijgen. Vaak zal ze je vragen om even te blijven zuchten en een po onder je billen schuiven, hierdoor krijgt ze meer ruimte om de baby naar beneden te bewegen en floept de schouder alsnog onder het schaambot (waar hij vast blijft zitten) door. Het kan ook zijn dat de verloskundige je vraagt om op je zij te gaan liggen. Hierdoor wordt de bekkenuitgang iets anders van vorm en kan de verloskundige het hoofdje ook makkelijker naar achteren bewegen, waardoor de schouders geboren kunnen worden.
Placenta wil niet worden geboren
De placenta wordt normaal gesproken binnen een uur na de geboorte van het kind geboren. Een enkele keer lukt dit echter niet ondanks het meedrukken op je buik door de verloskundige of het geven van medicijnen om de placenta los te krijgen. In dat geval moet je per ambulance naar het ziekenhuis (de baby mag met je mee). In het ziekenhuis zal de placenta onder narcose worden verwijderd.Je krijgt een lichte narcose toegediend. De gynaecoloog haalt - via de vagina - de placenta los van de baarmoeder. Op zich voel je hier niets van, maar het geeft altijd een katterig gevoel als je - na een goed verlopen bevalling - alsnog naar het ziekenhuis moet.
Overmatig bloedverlies
Na de geboorte van de baby, moet de placenta er nog uit. De baarmoeder gaat flink samenknijpen om de placenta los te werken. Daar waar de placenta aan de baarmoederwand vast zat onstaat een grote wond, waar heel veel bloedvaten van moeder lopen. Als de baarmoeder direct na de geboorte van de placenta niet voldoende gaat samentrekken (naweeën) dan wordt die wond niet dichtgeknepen en staan de bloedvaten open. Hierdoor kan er overmatig bloedverlies optreden. Daarnaast kun je veel bloed verliezen door een scheurtje ergens in de vagina of baarmoedermond. Ook als de placenta er niet (volledig) uit wil komen kun je veel bloed verliezen.
Tot 500 ml bloedverlies is heel normaal. Tussen de 500 en 1000 ml spreken we van ruim bloedverlies en boven de 1000 ml is echt overmatig bloedverlies.
Als je ruim bloed verliest, zal de verloskundige eerst kijken waar het bloedverlies vandaan komt. Is er b.v. een gesprongen bloedvat in een scheurtje, dan is het zaak dit bloedvat af te binden.
Veel vaker komt het bloedverlies uit de baarmoeder en wordt het veroorzaakt doordat de baarmoeder niet goed samenknijpt. De verloskundige zal dan proberen de baarmoeder te activeren.
Trucs of medicijnen die de baarmoeder laten samentrekken:
- baby aanleggen, door het zuigen van de baby aan de borst gaat je lichaam oxytocine maken, hierdoor krijg je weer weeën;
- een bevroren koelelement op je buik prikkelt de baarmoeder om te gaan samentrekken;
- een volle blaas zorgt ervoor dat de baarmoeder niet goed kan samentrekken, dus plassen of catheteriseren;
- Een injectie met oxytocine . Deze medicijnen geven flinke naweeën;
Als bovenstaande niet helpt, of je hebt zoveel bloed verloren dat je er naar van wordt, dan zit er niets anders op dan per ambulance naar het ziekenhuis te gaan. Daar zullen ze een infuus geven om weeën te creëren en kunnen ze het tekort aan bloed bijvullen.
Stuitligging
Als de baby aan het eind van de zwangerschap met de billen naar beneden ligt, wordt dit een stuitligging genoemd.
De ontsluiting kan bij een stuitligging langer duren omdat de druk op de baarmoedermond niet zo gelijkmatig is als bij een hoofdligging. Het is bij een stuitligging belangrijk dat je pas perst als er sprake is van een volledige ontsluiting. Vaak krijg je al eerder persdrang omdat er b.v. een voetje op je anus drukt. Je mag absoluut niet toegeven aan deze persdrang. Het grootste deel van het kindje (het hoofdje) komt immers als laatste en al kan de stuit misschien al door 8 cm. ontsluiting heen, het hoofdje heeft echt 10 cm nodig.
Als je mag gaan persen dan verschilt dit niet zoveel met een hoofdligging. Je moet alles op alles zetten om de kleine eruit te krijgen. Bij een stuitligging is het - nog meer dan bij een hoofdligging - van belang dat je goed luistert naar de instructies van de gynaecoloog. Als de billen en een deel van het lichaampje is geboren kan het zijn dat je een wee moet wegzuchten omdat de gynaecoloog graag een nieuwe wee afwacht voor de geboorte van het hoofdje.
Bereid je hier goed op voor. Eerst moet je een tijd uit alle macht persen en als je denkt dat je er bijna bent moet je ineens zuchten. Hoe sterk je perswee ook is, probeer uit alle macht te zuchten. De geboorte van het hoofdje moet bij voorkeur in een wee gebeuren, dus het is belangrijk dat je met een nieuwe wee begint als het hoofdje er bijna aankomt.
Bij een stuitligging wordt bijna standaard een knip gezet om zoveel mogelijk ruimte te creren voor het hoofdje. Een enkele keer is een knip niet nodig, bijvoorbeeld als je al meerdere kinderen hebt gehad.
De laatste jaren wordt er bij een stuitligging steeds vaker voor gekozen om een keizersnede te doen.
De baby heeft in het vruchtwater gepoept
Normaal gesproken is vruchtwater helder (soms lichtroze) van kleur, net als water. Er kunnen wat witte vlokken inzitten. Een enkele keer zie je echter dat je vruchtwater groenig of bruinig van kleur is. Dit betekent dat de baby in het vruchtwater heeft gepoept, we spreken dan van meconiumhoudend vruchtwater.
Als een baby in het vruchtwater poept, is dat een teken dat hij het op een bepaald moment niet naar zijn zin heeft gehad. Is het gekleurd, maar dun als water, dan is het al enige tijd geleden gebeurd. Is het gekleurd en een dikke drab, dan heeft hij net in het vruchtwater gepoept.
In principe is meconiumhoudend vruchtwater een reden om naar het ziekenhuis te gaan. In het ziekenhuis zal de conditie van de baby worden gecontroleerd door een CTG te draaien. Gelukkig valt dit in de meeste gevallen mee en kan een normale bevalling worden nagestreefd.
Het meconiumhoudende vruchtwater is gevaarlijk als de baby het in zijn longen krijgt. Het is dus belangrijk dat het mondje van de baby wordt schoongemaakt, voordat hij voor de eerste keer gaat ademen. De mond- en keelholte worden door de arts uitgezogen zodra het hoofdje geboren is, daarvoor moet je na de geboorte van het hoofdje even blijven zuchten. Vervolgens mag je verder persen om de rest van de baby geboren te laten worden.
In veel ziekenhuizen moet de baby na de geboorte 24 uur ter observatie blijven. De baby mag gewoon bij jou op de kamer blijven, maar men wil de kleine goed observeren om zeker te weten dat er geen meconium in de longen is gekomen.
Als er bij jou meconiumhoudend vruchtwater wordt geconstateerd en de bevalling schiet al aardig op, dan kan het zijn dat de verloskundige toch besluit om je thuis te laten bevallen. Vooral bij een tweede of volgend kind is er vaak geen tijd meer om naar het ziekenhuis te gaan. De verloskundige zal dan extra vaak naar het hartje luisteren en de baby uitzuigen zodra het hoofdje geboren is. Na de geboorte zullen zowel de verloskundige als de kraamverzorgster de baby extra goed in de gaten houden.