advertentie

Vruchtbaarheid

Inleiding

Zoals veel natuurlijke processen is het tot stand komen van een zwangerschap een zeer ingewikkeld proces. Een belangrijke voorwaarde is de mogelijkheid tot bevruchting op het juiste tijdstip van de menstruatiecyclus. De kans op bevruchting kan worden beperkt door verschillende biologische en omgevingsfactoren en worden vergroot door enige kennis en begrip van de voortplanting.
 

Vrouwelijke vruchtbaarheid

Al tijdens de zwangerschap worden bij een ongeboren meisjesbaby door de eierstokken alle eicellen aangemaakt voor haar hele verdere leven. Bij een zwangerschapsduur van ongeveer zes maanden bevatten de eierstokken van het ongeboren kindje ongeveer zes tot zeven miljoen eicellen. Hiervan gaan er veel al voor de geboorte ten gronde. Bij de geboorte heeft de baby nog ongeveer twee miljoen eicellen en tegen de tijd van de eerste menstruatie zijn er nog ongeveer 300.000 over. Dit zijn er meer dan voldoende omdat een vrouw in haar leven ongeveer 500 menstruatiecycli heeft. Dit betekent dat er in totaal dus maar 500 eicellen echt tot rijping komen.

Iedere vrouw heeft twee eierstokken, één rechts en één links van de baarmoeder, vol met eicellen. De eicellen zitten in een blaasje dat wordt omgeven door cellen. Dit geheel wordt een follikel genoemd. Tijdens de menstruatiecyclus worden in de hersenen hormonen aangemaakt die effect hebben op de eierstokken. Een van deze hormonen is het follikel stimulerend hormoon (FSH) dat ervoor zorgt dat in de eierstokken een aantal follikels gaat groeien. Deze follikels vullen zich vervolgens met vocht en verplaatsen zich naar de buitenzijde van de eierstok. Slechts één follikel zal helemaal uitrijpen, deze wordt de Graafse follikel genoemd. Onder invloed van de Graafse follikel gaat het hersenaanhangsel vervolgens het luteïniserend hormoon (LH) afscheiden. Door dit LH wordt de Graafse follikel nog groter en barst uiteindelijk open waarna de rijpe eicel uit de follikel vrijkomt. Dit proces wordt de eisprong of ovulatie genoemd. In welke eierstok een rijpe eicel springt is willekeurig, het is bijvoorbeeld niet zo dat de ene maand links en de maand erna rechts een eisprong is.

De eierstokken staan in contact met de eileiders, die aan beide zijden aan de bovenkant van de baarmoeder ontspringen. De binnenbekleding van de eileiders bestaat uit sterk geplooid slijmvlies en in de wand zitten spiertjes. Na de eisprong vangt één van de eileiders de vrijgekomen eicel op waarna vervolgens eventuele bevruchting door een zaadcel plaatsvindt. Zeer kleine spiersamentrekkingen vervoeren de al dan niet bevruchte eicel dan via de eileiders naar de baarmoederholte waar de innesteling gebeurt. Deze reis van eileider naar baarmoederholte duurt drie tot vier dagen.

Na de eisprong sluit de Graafse follikel in de eierstok zich weer en wordt dan het gele lichaam of corpus luteum genoemd. Het gele lichaam maakt progesteron, dit is een vrouwelijk hormoon, dat er samen met een ander vrouwelijk hormoon genaamd oestrogeen voor zorgt dat de baarmoeder klaar is om een bevruchte eicel te ontvangen. Onder invloed van deze hormonen wordt namelijk in de baarmoederholte het slijmvlies dikker en beter doorbloed zodat innesteling mogelijk wordt. De plaats van innesteling is willekeurig en kan in principe overal in de baarmoeder zijn. In de eerste weken na de bevruchting is de moederkoek nog niet aangelegd en wordt de bevruchte eicel van voeding voorzien door voedingsstoffen uit de klieren in het baarmoederslijmvlies.

bevruchting1

Als er geen bevruchting van de eicel plaatsvindt sterft het gele lichaam langzaam af en vermindert de productie van het progesteron. Hierdoor kan het baarmoederslijmvlies niet meer in stand worden gehouden en wordt afgestoten. Deze afstoting veroorzaakt het vaginale bloedverlies tijdens de menstruatie.
Vervolgens begint de hele cyclus opnieuw. Bij de meeste vrouwen treedt in totaal twaalf tot dertien keer per jaar een menstruatiecyclus op.
 

Mannelijke vruchtbaarheid

Dagelijks worden onder invloed van het hormoon testosteron miljoenen zaadcellen geproduceerd in de zaadballen. Omdat de zaadvorming alleen goed verloopt bij een temperatuur van 35 graden, bevinden de zaadballen zich in de balzak buiten het lichaam.
In tegenstelling tot de vrouw, die bij haar geboorte al over de gehele voorraad eicellen beschikt, begint de man pas zaadcellen te maken in de puberteit. Zaadcellen komen tot rijping in de bijbal, dit is een langwerpig orgaan gelegen aan weerzijde gelegen tegen de achterkant van de zaadbal. In de bijbal worden de zaadcellen tevens opgeslagen. Elke zaadcel heeft een kop, die het erfelijke materiaal bevat, en een staart die ervoor zorgt dat de zaadcel zich kan voortbewegen. De kikkervormige zaadcellen hebben een grootte van ongeveer 0,06 mm en zijn dus niet zichtbaar voor het blote oog. In het lichaam van de man blijven ze een dertigtal dagen leven. Na deze periode sterven ze af en worden ze vervangen door nieuwe zaadcellen.
De prostaat maakt een vloeistof waarmee de zaadcellen bij de zaadlozing wordt vermengd. Deze vloeistof heeft onder andere als taak de zaadcellen in leven te houden en te vervoeren. Dit mengsel van zaadcellen en zaadvloeistof wordt sperma genoemd. Tijdens de zaadlozing via de urinebuis in de penis wordt sperma uitgestoten waarna de zaadcellen op eigen kracht via de vagina, baarmoederhals en baarmoederholte in de eileider terecht komen.
De vruchtbaarheid van de man hangt onder meer samen met de hoeveelheid en vorm van de zaadcellen in het sperma en de activiteit en beweeglijkheid van deze zaadcellen.
 

De bevruchting

Een bevruchting houdt in dat een zaadcel en een eicel samensmelten. Deze versmelting kan alleen plaatsvinden in een korte periode gedurende de menstruatiecyclus. De rijpe eicel overleeft na de eisprong slechts 12 tot 24 uur. Zaadcellen overleven in de eileider 48 tot 72 uur. Indien een zaadcel niet vlak na de eisprong met de eicel versmelt, zal er dus geen bevruchting plaatsvinden. Bij een bevruchting dringt één enkele zaadcel door in de eicel. De bevruchte eicel beweegt daarna langzaam door de eileider naar de baarmoederholte en nestelt zich in de baarmoederwand. De bevruchte eicel kan zich vervolgens in de baarmoeder ontwikkelen tot een volgroeide baby.

De lengte van de menstruatiecyclus wordt bepaald door het aantal dagen te tellen vanaf de eerste dag van de ene menstruatie tot de eerste dag van de volgende menstruatie. Een normale menstruatiecyclus duurt tussen de 21 en 42 dagen. Slechts een klein deel van alle vrouwen heeft daadwerkelijk een cyclus die exact 28 dagen duurt.
De periode voor de eisprong heet de folliculaire fase. In deze fase treedt de menstruatie op waarna vervolgens de eicellen rijpen in de eierstokken. De folliculaire fase eindigt met de eisprong, die in een regelmatige 28-dagen cyclus tussen de dertiende en vijftiende dag van de cyclus optreedt. Na de eisprong begint de luteale fase. Deze periode duurt tot aan de volgende menstruatie, is het meest constant wat lengte betreft en duurt in een regelmatige cyclus meestal twaalf tot zestien dagen. Als een menstruatiecyclus langer of korter is dan 28 dagen, dan komt dit doordat de folliculaire fase langer of korter duurt. Eicellen hebben minimaal acht dagen nodig om te rijpen in de eierstok en de eisprong vindt twaalf tot zestien dagen voor de menstruatie plaats. Dit betekent dat als een menstruatiecyclus korter is dan 21 dagen, de folliculaire fase daarom te kort is om een eicel voldoende tot rijping te brengen. Er is dan een grote kans dat er geen eisprong optreedt en dus ook geen bevruchting mogelijk is.

Wanneer een vrouw vruchtbaar is, wordt bepaald door het moment van de eisprong dat vooral afhankelijk is van de menstruatiecyclus. Bij een regelmatige cyclus valt de eisprong twaalf tot zestien dagen voor de menstruatie. Maar in geval van een onregelmatige cyclus is dit tijdstip zeer moeilijk vast te stellen. Een mogelijkheid om het moment van de eisprong te controleren is het bijhouden van een temperatuurcurve. Dit betekent dat elke dag voor het opstaan ’s ochtends rectaal de temperatuur wordt gemeten en genoteerd in een tabel. Hiermee wordt begonnen op de eerste dag van de menstruatie, dit is dag 1, en doorgegaan tot het begin van de volgende menstruatie. De temperatuur wordt elke dag op ongeveer hetzelfde tijdstip en dezelfde manier gemeten.
Na een eisprong vindt er onder invloed van het vrouwelijk hormoon progesteron, dat wordt aangemaakt door het gele lichaam, namelijk een stijging van de lichaamstemperatuur plaats van 0.2 tot 0.5 graden Celsius. De temperatuur blijft vervolgens op deze hoogte tot het begin van de volgende menstruatie, dan daalt de temperatuur weer naar het niveau van voor de eisprong.
Omdat de temperatuur pas stijgt als de eisprong al is geweest, heeft het geen zin om op het moment van temperatuurstijging gemeenschap te hebben. De eicel is immers maar een paar uur vruchtbaar na de eisprong en als de temperatuur stijgt is het voor een bevruchting vaak al te laat. Door een aantal maanden een temperatuurcurve bij te houden kan echter wel worden bepaald óf en op welk moment een eisprong optreedt. Als dit duidelijk is kan, om de kans op bevruchting te vergroten, vervolgens gemeenschap plaatsvinden op het moment dat de eisprong volgens de temperatuurcurve wordt verwacht.
Een andere manier om te bepalen wanneer een vrouw vruchtbaar is, is met een ovulatietest. Dit is een gemakkelijke methode die als voordeel heeft dat al voor de eisprong aangegeven wordt wanneer de vruchtbare dagen eraan komen. Op deze manier kan er dus voor gezorgd worden dat er gemeenschap is voordat de eisprong plaatsvindt.

Tijdens een zaadlozing komen miljoenen zaadcellen vrij, die een lange reis van 12 tot 24 uur moeten afleggen van de vagina naar de eileider, waar de bevruchting plaatsvindt. De kans op bevruchting is het grootst als de zaadcellen in de eileider zijn op het moment van de eisprong. Er is dus een grotere kans op bevruchting wanneer gemeenschap een tot twee dagen voor de verwachte eisprong plaatsvindt.
De zaadcellen hebben echter heel wat te overwinnen voordat ze in de eileider komen. Allereerst is daar de slijmprop die de baarmoedermond, dit is de ingang van de baarmoeder vanuit de vagina, afsluit. Deze slijmprop is het grootste deel van de cyclus zeer moeilijk doordringbaar voor zaadcellen. In de dagen voor de eisprong verandert de samenstelling van de slijmprop echter waardoor deze beter doorgankelijk wordt voor zaadcellen. Dit kan opgemerkt worden doordat de vaginale afscheiding in deze periode wateriger is en er draden mee getrokken kunnen worden. Dit verschijnsel wordt Spinnbarkeit genoemd. Wanneer het slijm tussen duim en wijsvinger wordt genomen en deze vervolgens voorzichtig uit elkaar worden bewogen, verschijnen draden die op rauw eiwit lijken. Dit is een teken dat de eisprong niet lang meer op zich laat wachten.
Als de zaadcellen deze eerste horde hebben overwonnen komen ze in de baarmoeder. Ook hier is het gedurende de meeste tijd van de cyclus vijandig voor zaadcellen waardoor velen er ten gronde zullen gaan. In de periode net voor de eisprong verandert dit echter en kunnen zaadcellen er beter overleven. Toch zullen ook dan de meeste zaadcellen de reis niet overleven. Alleen de allersterksten zullen uiteindelijk ongeveer 12 tot 24 uur na de zaadlozing in de eileider aankomen.

Als er binnen enkele dagen na de zaadlozing een eisprong is, liggen de zaadcellen te wachten op de eicel. Wanneer deze in de eileider komt zullen ze allemaal zo snel ze kunnen naar de eicel zwemmen. In een cirkel zwermen ze om de eicel heen. Er zit een beschermende laag om de eicel die normaal gesproken niet doordringbaar is. Onder invloed van de stoffen die de zaadcellen produceren lost deze laag op en kan slechts één zaadcel de eicel binnendringen en bevruchten. Zodra dit is gelukt sluit de beschermlaag zich weer en kunnen er geen andere zaadcellen meer binnendringen. Eén eicel wordt daarom altijd bevrucht door slechts één zaadcel. Nadat de zaadcel de eicel is binnengedrongen verliest deze zijn staart. De kop van de zaadcel komt bij de kern van de eicel en deze versmelten. Direct hierna begint de eerste deling en is de eerste belangrijke stap gezet in de vorming van een heel nieuw mens.
 

Meer informatie

Informatie over vruchtbaarheid
http://nhg.artsennet.nl/

Informatie over de menstruatiecyclus
www.nvog-documenten.nl/

Informatie over zwanger worden
www.zwangerstraks.nl/

 
Bron:
Medic Info
Copyright:
Medic Info
Datum:
26/03/2009
Disclaimer
advertentie