Inleiding
Iedere baby is anders. Het kan goed zijn dat je baby zich in een ander tempo ontwikkelt dan andere baby's. Als je je zorgen maakt over dat je baby zich langzaam ontwikkelt, praat dan met de medewerkers van het consultatiebureau of je huisarts.
Hoe?
Gewoonlijk krijg je na de geboorte van je baby het zogenaamde '
groeiboekje', waarin wordt bijgehouden hoe je baby zich ontwikkelt. Het bevat gegevens over zijn lengte, gewicht en vaccinaties. Bij ieder bezoek aan het consultatiebureau of je huisarts, moet dit worden meegenomen.
Om te controleren of je baby zich goed ontwikkelt, voert de arts en/of de medewerkers van het consultatiebureau onderzoekjes uit. Zij testen bijvoorbeeld de ogen, het gehoor, het gewicht en de lengte, en bespreken ook eventuele problemen die je hebt opgemerkt in zijn ontwikkeling.
Een pasgeboren baby kan niet zoveel. Hij mist de controle over zijn spieren en de kracht ontbreekt om zich bijvoorbeeld om te draaien. Het is dan ook erg belangrijk de baby zoveel mogelijk over het hele lichaam te ondersteunen. Teveel zitten is bijvoorbeeld erg slecht voor de stand van de ruggenwervel. Bij ongeveer twee maanden kan de baby zijn hoofdje zelf in balans houden.
Gewicht en lengte
Direct na de geboorte worden het gewicht en de lengte van de baby geregistreerd. Dit gebeurt bij elk bezoek aan het consultatiebureau of je huisarts. Baby's nemen over het algemeen het snelst in gewicht toe gedurende de eerste zes tot negen maanden. Als je baby vier tot vijf maanden oud is, weegt hij ongeveer tweemaal zo veel als bij de geboorte.
De groeipatronen van jongens en meisjes lopen enigszins uiteen. Zolang je baby - over een aantal maanden genomen - normaal groeit, is het niet belangrijk of hij de ene week veel aankomt en de volgende minder. Baby's maken namelijk vaak groeisprongetjes. Vooral als ze ziek zijn geweest of vaardigheden aan het ontwikkelen zijn, zoals bijvoorbeeld lopen, groeien ze minder snel. Het is ook goed om in gedachten te houden dat er een relatie is tussen de uiteindelijke lengte en lichaamsvorm van een kind en die van zijn ouders.
Lopen
Leren lopen kost tijd en voordat je baby leert lopen, leert hij eerst om te zitten en te staan. Vanaf ongeveer zes weken zal je baby zijn hoofd zelfstandig rechtop kunnen houden.Met ongeveer drie tot vijf maanden kan hij zich omrollen, zijn hoofd optillen wanneer hij op zijn buik ligt en probeert hij voorwerpen te pakken. Als hij zes tot tien maanden is, kunnen de meeste baby's zitten zonder steun en beginnen ze te kruipen. Vervolgens trekken ze zichzelf op aan het meubilair en leren ze te staan. Dan beginnen ze te lopen, waarbij ze de steun van het meubilair nog nodig hebben. Dit is vaak een zenuwslopende tijd voor bezorgde ouders, want de baby valt vaak. Wanneer jouw baby in deze fase is, moet je alle gevaarlijke voorwerpen die zich binnen zijn bereik bevinden weghalen.
Tussen de tien tot achttien maanden zal jouw baby waarschijnlijk los leren lopen. Als jouw baby met achttien maanden nog niet loopt, is het verstandig om contact op te nemen met het consultatiebureau of de huisarts.
Iets waar veel ouders zich zorgen over maken is het zogenaamde bilschuiven'. Dat wil zeggen dat de baby heeft geleerd zich al schuivend of wippend op zijn billen voort te bewegen, en vaak snel. Omdat ze zonder te lopen overal kunnen komen waar ze willen, vertraagt dit vaak de ontwikkeling van het leren staan en lopen. Dit is geen probleem. Uiteindelijk leert je baby toch te lopen.
Zien
Baby's kunnen direct na de geboorte al zien. Met ongeveer twee weken kan je baby bewegende objecten met de ogen volgen en gezichten herkennen. Bij de eerste controle van de baby wordt dit getest. Als je ziet dat je baby scheel kijkt, breng dan je arts daarvan op de hoogte, zodat deze een afspraak kan regelen met een oogarts die is gespecialiseerd in kinderogen. Tegenwoordig is men van mening dat de ogen zo snel mogelijk moeten worden behandeld, omdat dan uiteindelijk een beter resultaat wordt bereikt.
Horen
Baby's worden voor het eerst getest op hun gehoor als ze enkele dagen oud zijn. Tegelijk met de hielprik wordt een zogenaamde 'neonatale gehoortest' gedaan. Een goed gehoor is zeer belangrijk voor het ontwikkelen van spraak. Ook in een later stadium is het belangrijk aandacht aan het gehoor van de baby te blijven geven. Je kunt een gehoorprobleem opmerken doordat je baby niet goed leert praten. Mocht je een probleem ontdekken, praat daar dan over op het consultatiebureau of met je arts, zodat deze je kind eventueel kan doorverwijzen naar een oorarts en mogelijk naar een logopedist.
Babys beginnen meestal te brabbelen rond de zes tot zeven maanden en kunnen rond negen maanden mama of papa zeggen (echter niet altijd tegen de juiste persoon).
Tandjes
De meeste baby's krijgen hun eerste tandje rond de zes maanden Het kan ook veel eerder of later zijn. Sommige baby's worden zelfs al met tandjes geboren. Meestal komt een van de twee onderste voortandjes als eerste door. De baby kan veel last hebben van doorkomende tandjes en veel kwijlen, maar de pijn kan met eenvoudige middelen worden verzacht. Geef de baby een kinderparacetamol en iets kouds om op te kauwen, bijvoorbeeld een stukje wortel. Er worden veel ziekteverschijnselen toegeschreven aan het krijgen van tandjes, maar je baby kan geen koorts of uitslag krijgen van een doorkomend tandje. Dergelijke symptomen wijzen eerder in de richting van een infectie.