Ieder nieuw vermogen stelt je baby in staat nieuwe dingen te leren. Vaardigheden die hij vóór deze leeftijd nooit had kunnen leren, hoe vaak je het ook zou hebben geoefend. Bij baby’s heeft men tot nu toe een aantal leeftijden ontdekt, waarop hersenveranderingen plaatsvinden (dit blijkt onder andere uit veranderingen in de hersengolven, vast te leggen in een elektro-encefalogram, oftewel een EEG). Op al die leeftijden zie je dat de ontwikkeling van de baby ook een duidelijke sprong maakt. Bij elke sprong ontwikkelt zich plotseling en heel snel iets nieuws in de baby. Bijna altijd gebeurt dat in zijn zenuwstelsel en levert het de baby een nieuw vermogen op. Zo’n nieuw vermogen beïnvloedt zijn hele gedrag en opent de mogelijkheid om nieuwe dingen te leren. Jouw baby met zijn aanleg, zijn voorkeur en zijn temperament, maakt zijn eigen keuze uit de brede aanbod aan mogelijkheden. Het enige wat je kunt doen is hem daarbij helpen. Wannéér hij zich wat eigen maakt, hangt af van de interesse van de baby en de gelegenheid die hij krijgt. Bovendien verloopt de rijping van de hersenen van iedere baby niet even snel, wat ook maakt dat iedere baby zijn nieuw vermogen in zijn eigen tempo laat zien. Dit betekent dat veel vaardigheden waarschijnlijk pas enkele maanden na de sprong tot uiting komen.
Let op, ieder kind is anders, als jouw kind iets soms wat later kan dan hieronder aangegeven wil dat niet zeggen dat er iets mis is. De periode waarin een kind iets leert kan sterk verschillen, hieronder worden dan ook de gemiddelden aangegeven, het ene kind zal wat sneller zijn het andere wat langzamer.
Rond de 5 weken en soms al rond de 4, maken de zintuigen van de baby een snelle groei door. Maar je baby kan nog steeds alle indrukken niet goed verwerken. Hij raakt eerder van slag, huilt soms meer en verlangt terug naar zijn meest vertrouwde plek, de warme, zachte, rustige buik van zijn mama. Rond deze leeftijd zoeken baby’s meer lichaamscontact en aandacht, ze zijn onrustiger, ze kunnen slechter slapen, ze huilen meer.
Je baby heeft in deze periode een grote behoefte aan veiligheid en troost. Geef aan die behoefte van je baby net zoveel toe als je zelf aankunt. Leg je hem vaker aan de borst,als hij daar behoeft aan heeft; draag hem lekker bij je. Je hoeft niet bang te zijn dat je op deze manier je baby verwent. Een baby die vaak en liefdevol getroost wordt, leert zich veilig en geborgen bij jou te voelen.
Lichamelijke veranderingen zijn ook waar te nemen: hij ademt regelmatiger, schrikt minder, traant als hij huilt, groeit over de meeste spijsverteringsstoornissen heen: verslikt zich minder, spuugt minder, heeft minder last van boeren. Zijn bewegingen zijn grof, licht asymmetrisch en variërend.
Je baby is langer wakker is duidelijk meer geïnteresseerd in de wereld om hem heen. Hij kan nu zijn ogen scherp stellen op een grotere afstand. Je krijgt duidelijk oog contact. Ook zie je hem vaker en langer ergens naartoe kijken. Hij luistert vaker met meer aandacht ergens naar. Hij reageert duidelijker op aanrakingen, geuren en hij lacht voor het eerst gericht.
De baby beleeft de wereld en zichzelf niet meer als één geheel. Hij begint vaste 'patronen' te onderscheiden. Bijvoorbeeld: hij ontdekt zijn handjes. Hij bekijkt ze verbaasd en draait ze rond. En nu hij weet dat zijn handen er zijn, kan hij ze gaan gebruiken om, bijvoorbeeld speelgoed proberen te pakken. Verder begint hij ook zijn knietjes en voeten te ontdekken. Het is leuk om je baby de kans te geven om ze te bestuderen. Hiervoor heeft je baby ruimte nodig ( gebruik een groot badlaken of een plaid op de vloer. Als het lekker warm is laat hem dan eens bloot spelen.).
Je baby begint nu mensen langer te bekijken en te volgen met de ogen en hoofd. Bewegende beelden en voorwerpen boeien hem. Loop met je baby op de arm door het huis of in de winkel terwijl je de dingen benoemt waar jullie langs lopen.
In buikligging drukt de baby zich op en hij kan al naar links en rechts kijken. Als hij goed wakker is, probeert hij het hoofd zelf rechtop te houden. Hij wil ook vaak zitten, op schoot. De meeste baby’s vinden het heerlijk om zichzelf te latten optrekken van half-zit tot zit, of van zit tot staan.
Baby’s maken korte stootgeluiden en af en toe maken ze een serie van die geluiden, ze mompelen en murmelen, alsof ze heel veel te vertellen hebben. Als je het uitlokt doet hij diezelfde geluidjes na, net of jullie grote gesprekken hebben. Hij 'praat' en lacht ook tegen knuffels.
Je baby kan nu voor het eerst 'bewust' zien, horen, ruiken, proeven, voelen, bewegen. Alles verloopt vloeiender om hem heen en dat neemt hij waar. Maar hij ontdekt ook dat hij het zelf kan. De baby leert, bijvoorbeeld, om geleidelijk van de ene houding naar de andere te gaan. Hij kan nu voelen hoe zijn arm rustiger naar een speeltje kan gaan. De bewegingspatroon van je baby wordt langzamerhand minder houterig en schokkerig van kwaliteit. Hij lijkt 'bewuster' te bewegen en dat is goed te zien aan het hoofd motoriek. Deze hoeft amper nog gesteund te worden en alle bewegingen lopen vloeiend, de reacties op geluid verlopen sneller en soepeler.
Je baby is nu ook actiever, hij spartelt en draait alle kanten om. Veel baby’s proberen te rollen, maar bijna allemaal hebben ze hier hulp voor nodig. Hij pakt steeds vaker zijn voetjes en stopt de teentjes in de mond. Het zich optrekken tot zit en staan verloopt nu veel gemakkelijker, met minder steun.
Het grijpen wordt gerichter en vaker worden beide handen ervoor gebruikt. De handen worden naar de middellijn gebracht en eroverheen. Steeds meer bestudeert je baby jouw handen, gezicht, ogen, mond, haren en kleding. Zijn handjes en voetjes worden ook aan een gedetailleerde onderzoek geworpen. Alles wordt in de mond gestopt.
De baby ontdekt nieuwe geluiden, zoals gillen en kraaien, keel geluiden. Hij gaat van hoog naar laag, en andersom met zijn stemmetje. Vaak ligt of zit hij ergens en 'vertelt' hij hele verhalen.
Jouw baby laat nu ook duidelijk merken als hij iets leuk vindt (door te blijven kijken, luisteren, grijpen of door te 'praten' en dan wachten op jouw antwoord). Ook laat hij het merken dat hij zich verveelt als hij steeds hetzelfde ziet, hoort, voelt of doet. Afwisseling wordt heel belangrijk. Hij gedrag zich ook anders bij verschillende mensen (door anders te kijken, glimlachen, huilen, 'praten' en bewegen). Één ding is duidelijk: als je baby lacht, heeft hij het prima naar zijn zin.
Hoewel de motoriek en de waarnemingsvermogen van je baby bewuster en vloeiender was, stopte hij na iedere beweging of na iedere waarneming ermee. Meer kon hij niet vatten. Zijn wereld bestond uit een aaneenschakeling van afzonderlijke bewegingen of gebeurtenissen. Nu begint hij het vermogen te krijgen om alles aan elkaar te 'plakken' en op verschillende manieren te combineren. Hij kan een paar vloeiende bewegingen achter elkaar maken, herhalen en combineren. Zo kan hij nu alles wat binnen zijn bereik komt, uitgebreid onderzoeken. Speelgoed wordt van links naar rechts en van boven naar beneden geschud. Je ziet hem ergens herhaaldelijk op drukken en slaan. Je baby kan ook dingen van de ene in de andere hand overpakken, of iets pakken en meteen in zijn mond steken. Hij kan nu ook leren om de bewegingen van zijn lijfje, arm, hand en vingers aan te passen aan de plaats waar het speeltje ligt. Hij kan dus de ene vloeiende beweging in de andere doen overgaan.
Je baby kan nu al 'aangeven' wanner hij opgepakt wil worden door zijn armpjes uit te steken. Hij smaakt als hij honger heeft (zwaait er soms bij met armpjes en beentjes), doet zijn mond open en reikt uit naar je eten of drinken. Bij het voeden, duwt hij de fles/borst weg als hij genoeg heeft, of draait er van af.
Op de grond of in de box, wordt hij heel actief en de meeste baby’s kunnen van buik naar rug, en omgekeerd omrollen. In buikligging kan hij zijn armen helemaal strekken en gaat hij op handen en voeten staan. Sommigen willen ook al gaan kruipen. Je baby wilt ook steeds vaker rechtop zitten en even lukt het ook. Hij steunt op zij handen en brengt het hoofd naar voren. In een kinderstoel met verkleinkussen kan hij stevig zitten. Verder is hij erg bezig met de bewegingen van zijn mond: hij steekt zijn tong uit, hij zuigt op zijn lippen en trekt leuke mondjes.
Het gekeuvel van jouw baby wordt afgewisseld met een afwisseling van medeklinkers en klinkers. Hij brabbelt en doet dit later ook terwijl hij een speeltje onderzoekt. Hij gebruikt zijn eerste 'woordjes': mummum, baba, abba, hada-hada, data, tata, enz. Baby’s overal ter wereld gaan op deze leeftijd allemaal met dezelfde klanken brabbelen. Vervolgens zal iedere baby dit gebrabbel verder uitwerken tot de taal die om hem heen het meest wordt gepraat.
Je baby kan nu een korte serie van klanken horen en herkenen. Hij wordt geboeid door een serie omhooggaande en dalende geluiden. Zo reageert hij nu op ieder stem, die goedkeuring laat blijken, en schrikt hij van een verbiedende stem. Hij reageert op eigen naam, maar kan dat ook met andere geluiden in de kamer. Een liedje kan hij nu herkennen. Baby’s gaan nu ook de eerste woordjes begrijpen. Bijvoorbeeld, als je vraagt 'waar is het beertje' zoekt hij het beertje op. Je baby begint ook zich aan te stellen. Bijvoorbeeld: als de ouders aandacht geven aan het hoesten, dan hoest hij lachend nog een keer. Hij begint ongeduld te vertonen door te gaan gillen als iets niet lukt. Hij heeft een speciale knuffel (kan ook een doekje, slofje of speeltje ook zijn).
Je baby kan geboeid kijken naar een korte serie van beelden of patronen, zoals: het stuiteren van een bal, het op en neer schudden van zijn fles, het roeren in een pan, een deur die open en dicht gaat, het borstelen van haren. Verder kijkt je baby geboeid naar je lippen en tong als je praat; hij zoekt je, kijkt ook om. Je baby kan ook naar een speeltje zoeken dat buiten zijn gezichtsveld ligt. Hij reageert op zijn spiegelbeeld, lacht erom of is bang.
Rond deze leeftijd krijgt je baby een speciale waarnemingsvermogen die wij volwassenen tot onze beschikking hebben: het vermogen om elk gebeurtenis als één ondeelbaar geheel waar te nemen. Als wij een bal zien stuiteren, weten wij meteen bij het vallen daarvan dat het een stuiterende bal is, en ook zolang die voortduurt.
Je baby kan nu voor het eerst allerlei soort 'relaties' waarnemen en uitvoeren. De hele wereld hangt aan elkaar aan relaties. Het ene heeft altijd iets met het andere te maken. Hij begrijpt nu dat twee mensen, dingen, geluiden, situaties, enzovoort bij elkaar kunnen horen. Of dat een geluid bij iets bepaalds hoort.
Hij begint het verband tussen oorzaak en gevolg te ontdekken. Bijvoorbeeld, het indrukken van het knopje van de stereo en een muziekje. Hij wil daarmee bezig zijn en wordt aangetrokken tot televisie, stereo, lichtknopjes en (speelgoed)piano’s.
Het dringt tot hem door, dat mensen en dingen zich altijd op een bepaalde afstand van elkaar bevindt. Dat blijkt het sterkst uit de interactie met zijn moeder. Als zij wegloopt, protesteert hij of hij probeert haar achterna te kruipen (wanneer hij niet in de box zit). De baby wordt bang als hij merkt dat moeder onvoorspelbaar is, dat ze elk moment weg kan lopen. Met andere woorden, hij voelt dat hij geen controle heeft over de afstand tussen hem en zijn moeder. Als hij bezig is, maakt hij steeds contact met mama. Zolang hij haar kan zien, is het goed. Later kan hij ook leren dat het genoeg is om haar te kunnen horen.
Je baby begrijpt nu ook dat mensen en dieren hun bewegingen op elkaar afstemmen. Hij kijkt aandachtig naar de bewegingen van een mens of dier, vooral als die anders dan normaal doet. Hij kijkt afwisselend van het ene voorwerp naar het andere, als hij het in zijn handen heeft. Hij onderzoekt zijn eigen lichaam. Hij begint te vertonen veel aandacht voor kleine details of onderdelen aan of op speelgoed (of andere spullen, zoals etiketten aan handdoeken en knuffels, stickertjes op speelgoed).
Verder voelt je baby nu dat hij de bewegingen van zijn lijf en ledematen op elkaar kan afstemmen en dat ze kunnen samenwerken. Als hij dat aanvoelt, kan hij méér met zijn speelgoed gaan doen. Hij klapt in zijn handen en gaat zijn duim en wijsvinger gebruiken om dingen te pakken en voelen. Hij tilt het kleed op om eronder te kijken; hij pakt een balletje, dat je naar hem toe gooit; hij haalt speeltjes uit elkaar; hij legt speelgoed op- en naast- een mand, in- en uit- een doos, onder- en op- een stoel, uit de box, haalt het tussen de spijlen door. Hij trekt zijn sokken uit, pulkt veters los, haalt kasten en planken leeg, probeert uit hoe iets valt. Hij kan 'volwassener' gaan kruipen (overal in-, onder-; heen en weer, over lage verhogingen; de kamer in-en-uit; om de tafel heen), hij kan proberen zelf te gaan zitten, zich op te trekken tot staan en weer gaan zitten. Hij kan heel trots lopen, met hulp. Al deze lichamelijke oefeningen kunnen vrij beangstigend zijn voor een baby want zij kunnen zich heel goed realiseren wanneer ze de controle over hun eigen lichaam dreigen te verliezen. Ze moeten leren hun evenwicht te bewaren en dit heeft onder ander te maken met afstanden kunnen zien.
Je baby kan nu ook verbanden leggen tussen woorden en daden: begrijpt korte commando’s, zoals nee, niet doen, kom we gaan, klap eens in je handen. Hij luistert heel aandachtig als je iets uitlegt, naar een stem door de telefoon, naar een diergeluid dat bij een plaatje van dat dier past. Geluiden die bij bepaalde handelingen horen, of dat hij zelf maakt vindt hij heel boeiend (bijv. bij het zemen van de ramen; het krassen met zijn nagels over het behang).
Je baby zegt rond deze leeftijd zijn eerste 'woordjes' in de juiste context. Zegt bijvoorbeeld 'boe' (=boem) als hij valt, 'aai' als hij aait, 'hatsjie' als iemand niest. Verder kan hij de relatie tussen een gebaar en een gebeurtenis leren om vervolgens zelf te leren gebruiken. Je kunt praten aantrekkelijk maken door veel tegen je baby te praten bijvoorbeeld, door de alledaagse dingen te benoemen, door vragen te stellen, door versjes te laten horen en zangspelletjes met hem te spelen.
Nadat je baby ontdekt heeft dat er relaties tussen dingen waren, krijgt hij nu het vermogen om categorieën waar te nemen en te maken. Hij gaat beseffen dat hij zijn wereldje in groepjes kan indelen (dingen die erg op elkaar lijken). Dit gebeurt natuurlijk niet van de een op de andere dag. Eerst moet hij mensen, dieren en dingen goed leren kennen. Hij gaat ze goed bestuderen, d.w.z. bekijken, vergelijken en sorteren op overeenkomsten, en ze opbrengen in een bepaalde categorie. En hij gaat daarmee experimenteren, onderzoeken.
Als je kind straks gaat praten, zul je merken dat hij onze categorieën al lang heeft ontdekt hoewel hij deze soms een andere naam geeft (bijvoorbeeld, een stapelhuis is onze flatgebouw). In de naam van de dingen vind je de eigenschap terug die voor hem het meest kenmerkend was.
Dit nieuw vermogen beïnvloedt het gedrag van je baby. Ineens moet hij zijn hele belevingswereld herzien. Hij merkt dat hij mensen, dieren, dingen en gevoelens in kan delen in groepjes die iets gemeenschappelijks hebben en dat die één naam krijgen. Voor het eerst kan hij met categorieën datgene gaan ordenen wat zijn zintuigen waarnemen. Dat wil zegen dat je baby nu voor het eerst kan gaan denken zoals wij denken. En bovendien kan hij ook gaan vertellen op een manier dat wij begrijpen.
Voor volwassenen is dit heel gewoon. Voor baby’s kan dit tot 'rare' angsten leiden, door dat hij situaties of dingen tegen komt dat hij niet goed begrijpt. Toon begrip hiervoor.
Je baby kan nu al bepaalde (individuele) mensen, dieren, objecten en emoties herkennen. Dat laat hij merken door bepaalde reacties:
Zijn invoelvermogen ontwikkelt zich, waardoor hij gevoeliger is voor stemmingen van anderen, bijv. hij huilt als een ander kind huilt. Sommige baby’s kunnen nu de rol van moeder of een oudere broer spelen. Dat komt door dat hij nu weet dat hij ook een mens is, en dat hij dezelfde dingen kan doen als die ander. Hij kan bijvoorbeeld zelf een spel starten, moeder de fles voeren, kiekeboe spelen met een jongere baby, of met mama.
Je baby kan nu ook steviger en behendiger zitten, kruipen, staan of lopen. Er komt een verfijning in zijn motoriek; hij past steeds meer variatie toe: hij gaat op de hurken zitten, klimmen (omhoog kruipen), op zijn tenen staan als hij ergens bij wil komen. Laat je baby lekker oefenen, geef hem de ruimte in huis, maar let op de veiligheid en verlies hem geen moment uit het oog.
Nadat je baby categorieën heeft ontdekt, begint hij nu te begrijpen dat het uitvoeren van bepaalde handelingen, in een bepaalde volgorde, tot een resultaat leidt. Bovendien gaat hij nu vaker opeenvolgende handelingen verrichten. Je ziet hem nu eerst goed kijken naar dingen, om te bepalen of ze bij elkaar passen, voordat hij ze in, aan of op elkaar doet. Hij weet dat een rond blok door een rond gat kan duwen, nadat hij het goeie uit een stapel blokken heeft uitgekozen. Hij kan een puzzel, uit drie delen bestaand, in elkaar zetten. Hij probeert verschillende vierkante bakjes in elkaar te stoppen; pakt een sleutel van tafel en probeert de kast open te maken. Je baby weet ook al dat je bij de hoorn van de telefoon praten moet. Hij kan eindeloos een doos met speelgoed vullen, het deksel dicht doen, om vervolgens dat weer open te doen en de speelgoed eruit halen. En dit opnieuw herhalen. Hij kan ringen om een piramide doen en met speelgoedauto’s rijden en 'brrrrm' maken. Je baby ontdekt ook hulpobjecten voor het leren lopen of klimmen. Hij maakt, bijvoorbeeld een la open en gebruikt die als opstap om op een kast te klimmen.
Zijn motoriek vertoont weer nieuwe ontwikkelingen. Het kruipen gaat steeds soepeler en wordt ook gebruikt om achterstevoren van de trap,bank of stoel af te gaan (in het begin kruipt je kind al achterstevoren een kamer uit voor dat hij aan de afdaling begint). Veel kinderen kunnen al voor hun eerste verjaardag (enkele stapjes) los lopen. Sommige kinderen rennen (met of zonder hulp) achter een bal aan en kunnen die weg schoppen. Enkele nog lukt het om met beide voetjes van de vloer te springen.
Zijn vermogen om mensen, dieren of dingen te koppelen aan een geluid of woord neemt toe: hij wijst van alles aan die je opnoemt om vervolgens zelf mensen, dieren en objecten te gaan aanwijzen zodat je ze zelf benoemt. Later begint je baby zelf actief te benoemen wat hij ziet en aanwijst. Hij bladert ook bewust in een boekje en 'leest' erin (hij maakt allerlei geluidjes bij de plaatjes ). Rond deze leeftijd komen ook de eerste woorden zowel in de vorm van 'geluidswoorden' – het imiteren van diergeluiden, bijvoorbeeld – maar ook andere eigen woordjes met een eigen betekenis. Luister naar je kind en laat het merken hoe trots je op hem bent en hoe goed je hem verstaat. Probeer niet zijn uitspraak te verbeteren, wat je kunt doen is steeds het goede woord te gebruiken. Sommige kinderen vertellen met lichaamstaal en geluiden dat zij zich bepaalde situaties of mensen herinneren. Als je dat merkt, ga er daar op in en herhaal wat je begrepen hebt. Praat met je kind erover. Luister naar wat hij daarover te 'vertellen' heeft.
Niet alleen worden er geluidjes geïmiteerd, je kind begint ook gebaren, die je na elkaar maakt; hij bestudeert ze in de spiegel en hij doet ze mee, als jullie bijvoorbeeld samen een liedje zingen.
Je zult merken dat je kind steeds vaker alles zelf wil doen en dat hij zich actief verzet tegen hulp: zelf eten, zichzelf aankleden, zelf tanden poetsen, enz. Helpen in de huishouding vinden de meeste kinderen fantastisch, ook al komt het niet altijd even goed uit voor moeder. Veel kinderen gaan uitproberen of dingen anders gedaan kunnen, hij experimenteert en bekijkt wat er gebeurt als de volgorde verschilt. Let extra goed op je kind, hij kent immers geen gevaar en bovendien kan hij er bijna overal bij. Je kind denkt alles zelf te kunnen, en als het niet lukt raakt hij behoorlijk gefrustreerd. Dat ben je niet van je baby gewend, je denkt gauw dat hij tegendraads is. Soms krijg je het gevoel dat je alleen maar bezig bent met verbieden en afpakken. Als je goed naar je kind kijkt, zie je vaak dat hij eigenlijk bezig is met 'zelf doen' en 'zelf beslissen'. En misschien voelt hij zich soms tegengewerkt omdat hij iets niet (van jou) mag en niet omdat het niet lukt, en dan gaat hij vervelend doen. Probeer hem af te leiden met iets dat hij leuk vindt. Toon begrip voor zijn frustraties en geef hem soms de ruimte om te experimenteren en beslissen. Probeer daarin consequent te zijn. Maar als je het gevoel krijgt dat je kind je aan het uitproberen is (wat kinderen van deze leeftijd beginnen te doen), en iets fout doet, mag je hem dat laten weten, d.w.z. je grenzen stellen. En als hij iets goed doet, prijs hem dan ook. Zo leert hij zelfvertrouwen te kweken.
Je baby probeert of doet nu weer nieuwe dingen. Je merkt dat hij wijzer met mensen en speelgoed omgaat, dat hij andere dingen leuk vindt. Een nieuwe vermogen breekt rond deze leeftijd door: het waarnemen en zelf uitvoeren van programma’s.
Dit zijn alle bezigheden dat hij al op een bepaalde manier geleerd heeft, bijv.: - de was doen – afwassen – tafeldekken – opruimen – eten – aankleden – toren bouwen – noem maar op. Allemaal dingen die je kunt doen op verschillende manieren, er is geen voorgeschreven volgorde om deze 'programma’s' uit te voeren. Flexibiliteit, daar gaat het om. Als je baby met een programma bezig is, kan hij steeds andere keuzes maken, op bepaalde punten, om het zelfde uit te voeren. Bijvoorbeeld, hij kan tijdens het eten, na iedere hap ervoor kiezen om weer een tweede hap te nemen of liever een slok; of twee; enz. Of hij kan misschien de keuze maken tussen met de handen of met een vork eten, maar uiteindelijk gaat het nog steeds om een eetprogramma. Als je baby dit door heeft, gaat hij vervolgens met keuzes spelen, uitproberen. En hij moet natuurlijk nog leren wat de gevolgen van die verschillende keuzes zijn. Later gaat hij ook actie ondernemen, om zelf programma’s te starten: bijvoorbeeld, zijn eigen jas halen om naar buiten te gaan, of winkelen. Maar wat gebeurt er als mama andere plannen had? Dan raakt je kind gefrustreerd en hij kan driftig worden. Het begrip 'wachten' hoort op deze leeftijd nog niet bij zijn woordenschat! Behalve zelf programma’s uitvoeren, kan je kind ze waarnemen en, nog belangrijker, weigeren. Daar heeft hij ook een keus in en dat botst vaak met de wensen en plannen van zijn ouders. Geen wonder dat er op deze leeftijd vaak driftbuien ontstaan. Laat je niet van de kaart brengen. Het ontdekken van een eigen wil is een belangrijke mijlpaal in de ontwikkeling van je kleine! Hoe frustrerend dat ook soms voor jezelf is, bedenk dat het voor je kind nog moeilijker is. Hij moet nog met zijn frustraties leren omgaan, en jij bent degene die hem daarin moet begeleiden.
Als je merkt dat je kind zelf initiatief vertoont, en dat hij je wilt helpen, probeer blij te zijn met zijn hulp. Laat hem je soms ook helpen met kleine dingetjes halen of wegbrengen. Je zult zien hoe hij ervan zal genieten.
Misschien vindt je kind het leuk om bezig te zijn met uitkleden, aankleden en verzorgen. Laat hem dan zien hoe je het doet en waarom. Geef hem ook eens de kans zichzelf of iemand anders te wassen, af te drogen en aan te kleden, ook gaat dit niet meteen perfect. Hetzelfde geldt voor zelf willen eten. Geef hem de gelegenheid om dat te proberen en houd er rekening mee dat het rommel kan geven. Wat je kunt doen, is een groot stuk plastic onder zijn stoel leggen, zodat je later alles makkelijker kunt opruimen. Je zult ook merken dat je kind interesse krijgt in speeltjes, waarmee hij echte dagelijkse activiteiten na kan spelen, bijvoorbeeld poppen met verzorgingsartikelen, serviesjes met potten en pannen, en boerderij met dieren, enz. Laat hem ook echte dingen bekijken, dat zal je kind zeer interessant vinden. Sommigen willen zelfs niets liever dan met de echte spullen (tassen, radio, TV, poetsspullen, enz.) van mama en papa spelen. Hun eigen speelgoed blijft dan, tijdelijk, aan de kant.
Je kind vertoont nu ook veel interesse in verhaaltjes en andere activiteiten. Je kunt zelf een verhaaltje vertellen, met of zonder prentenboek, maar je kunt hem ook dat op TV laten kijken. Het verhaal moet wel aansluiten op datgene wat hij meemaakt of interessant vindt. Geef hem ook wel eens de kans om zelf een verhaal te 'vertellen' als jullie samen een prentenboek bekijken.
'Praten' vindt je kind ook leuk. Veel baby’s vertellen hele verhalen, compleet met vragen, pauzes en uitroepen. Ze verwachten dan van jou ook een antwoord. Neem zijn verhalen serieus, ook versta je niet altijd alles wat hij zegt.
Veel kinderen luisteren graag naar een eenvoudige, korte kinderliedje. Je kunt ze nu de bijbehorende gebaren leren. Anderen vinden het ook leuk om zelf muziek te maken (trommels, piano’s en toeters zijn heel geliefd).
Sommige baby’s kunnen eindeloos bezig zijn met onderzoeken. Zij kunnen keer op keer het ene voorwerp op de grond laten vallen, om hetzelfde hierna te herhalen met iets anders. Geduldig observeren, eindeloos herhalen, systematisch experimenteren, zoeken naar nieuwe oplossingen. Net als een kleine wetenschapper, zo leert je kind hoe de wereld, en hijzelf in elkaar zit. Zo verzamelt hij allerlei gegevens, informatie die hij later weer goed kan gebruiken als hij iets nieuws tegenkomt. Spelen is niet zomaar 'een spelletje'. Het is hard, nuttig werken. 'Al doende leert men', niet waar?
| Bron: Sandra Vuik | Copyright: Medic Info | Datum: 06/05/2004 | Disclaimer |