Als je zwanger bent heeft je lichaam meer zuurstof nodig. Je lichaam maakt daarom extra rode bloedcellen aan om in deze behoefte te voorzien. Omdat de hoeveelheid bloedvocht (plasma) echter ook toeneemt, neemt de concentratie van hemoglobine (Hb) en rode bloedcellen toch af. Het lijkt er dan dus op alsof je bloedarmoede hebt, maar in feite is de totale hoeveelheid hemoglobine en rode cellen juist toegenomen. Voor niet-zwangere vrouwen geldt een ondergrens van hemoglobine 7,5 mmol/l, bij een zwangere vrouw kan dit dalen tot 6,3 mmol/l (afhankelijk van de duur van de zwangerschap) zonder dat er sprake is van bloedarmoede. Rond 30-32 weken is het hemoglobinegehalte het laagst, daarna stijgt het weer iets.
In de laatste maanden van de zwangerschap is de behoefte aan ijzer die je via de voeding binnen moet krijgen, verhoogd en heb je dus extra
ijzer nodig. Als je een voeding met weinig ijzer en foliumzuur hebt gebruikt (bijvoorbeeld door een streng vermageringsdieet of een vegetarische voeding), hevige menstruaties had voor de zwangerschap, vaak moest overgeven door ochtendmisselijkheid, kort achter elkaar meerdere zwangerschappen hebt doorgemaakt of zwanger bent van een meerling, dan heb je een grotere kans op bloedarmoede.