Als gevolg van besmetting tijdens de eerste drie maanden van de zwangerschap kan de foetus doodgaan en dan krijgt de vrouw een miskraam. Wanneer de baby voldragen wordt, kan het geboren worden met allerlei afwijkingen die echter niet direct na de geboorte zichtbaar hoeven te zijn. Een baby waarvan de moeder tijdens de zwangerschap rodehond heeft gehad, moet dan ook goed in de gaten worden gehouden. Later in de kindertijd kunnen namelijk problemen met het gezichtsvermogen, het gehoor, het leervermogen en het gedrag ontstaan.
Onderstaande veelvoorkomende aangeboren afwijkingen kunnen alleen of in combinatie optreden:
- oogafwijkingen zoals grijze staar en glaucoom, die resulteren in verminderd gezichtsvermogen of blindheid
- verlies van het gehoor (doofheid) als gevolg van beschadiging van de gehoorzenuw (de zenuw die informatie van het oor naar de hersenen overbrengt)
- hartafwijkingen (open ductus arteriosus en vernauwing van de longslagader).
Deze baby's kunnen ook huiduitslag, een laag geboortegewicht, diarree, longontsteking, bloedarmoede of een geestelijke handicap hebben. Dit totale complex aan afwijkingen wordt congenitale rodehond genoemd. Baby's met deze ziekte zijn sloom en prikkelbaar.