Een baby heeft een aangeboren behoefte om te zuigen (zuigreflex).
Het “duimen” geeft je baby een prettig gevoel, en daarom zal het dit, als het z’n duimpje eenmaal ontdekt heeft, blijven doen.
Bij het zuigen op een duim, vingers of een speen zijn de tong, kaken en tanden in dezelfde positie als bij het zuigen aan de borst of een fles.
De tong heeft contact met de binnenkant van de onderlip, als er nog geen tanden zijn. Als de tanden doorkomen, hoort de tong achter de tanden te blijven.
Het zuigen op een duim, vingers of speen geeft weliswaar een prettig gevoel, maar als het langdurig wordt gedaan, kan het nadelige gevolgen hebben:
- Je kindje kan verkeerd gaan slikken
- Je kindje kan gaan slissen, waardoor spraakproblemen ontstaan
- Door de druk van duim en/of vingers kunnen de benedentanden naar achteren worden geduwd en de voortanden naar voren worden getrokken.
De bovenkaak wordt daardoor vervormd.
- Als de boventanden erg naar voren staan, kunnen de boven- en ondertanden niet meer op elkaar sluiten. Het is daardoor moeilijk om iets af te bijten, b.v. een appel.
- Verkeerde ademhalingsgewoonten kunnen ontstaan: door de mond ademen in plaats van door de neus.
Met als gevolg een grotere kans op infecties en cariës (tandbederf)
Als duimzuigers niet op hun duim zuigen, staat hun mond vaak open en ademen ze door hun mond.
Daarnaast vallen de meeste duimzuigende kinderen met hun duim in de mond in slaap. Kort na het inslapen verliezen ze hun duim en vervolgens blijven ze door hun geopende mond adem halen.
Door de lage luchtstroom door de neus, reageert de neus door het vullen van de zwellichamen van de neusschelpen. Er treedt ophoping van slijm op, wat de neusdoorgankelijkheid nog meer vermindert.
Het slijm is een voedingsbodem voor bacteriën, waaruit neusslijmvliesontsteking, kaakholteontsteking en vergroting van de neusamandel kunnen ontstaan.
Kinderen die altijd verkouden zijn, zijn dan ook vaak kinderen die door hun mond ademhalen.
De luchtstroom door de mond leidt tot het verdampen van het speeksel, daardoor slikt een kind dat door z’n mond adem haalt minder vaak dan iemand die door de neus ademhaalt.
Dit heeft als gevolg dat dor de buis van Eustachius, een kanaal dat van de keelholte naar het middenoor loopt, minder lucht komt, met als gevolg vaker vochtophoping achter het trommelvlies (en dat leidt uiteindelijk weer tot het plaatsen van buisjes).
Daarnaast veroorzaakt mondademhaling tandvleesontsteking en afwijkingen in de stand van de tanden.
Als zuiggewoonten tijdig worden gestopt kunnen groeiafwijkingen in tanden en kaken worden voorkomen.
Overigens is het wel zo dat het zuigen op een speen bij jonge baby’s zorgt voor een verminderd risico op wiegendood, waarschijnlijk omdat tijdens het zuigen op een speen door de neus en niet door de mond wordt geademd.