De BMR-vaccinatie brengt weinig risico's met zich mee. Veruit meeste kinderen en volwassenen die worden gevaccineerd, ondervinden nauwelijks problemen. Na de vaccinatie kan de injectieplaats enigszins rood, opgezwollen en pijnlijk zijn. Leg liever geen natte lappen of ijskompressen op de prikplek. Dat kan zelfs extra klachten veroorzaken. In de loop van een of twee dagen wordt dit minder. Omdat het BMR-vaccin levende verzwakte virusdeeltjes bevat, kunnen er 5 tot 12 dagen na de vaccinatie lichte ziekteverschijnselen ontstaan.
Na de tweede BMR-prik zijn er bijna nooit klachten. Oudere kinderen en volwassen kunnen wel, zoals bij elke injectie, flauwvallen.
Er is geen enkel bewijs dat er een verband bestaat tussen BMR-vaccinatie en het ontstaan van autisme.
Het is belangrijk dat iemand geen ernstige ziekten of hoge koorts heeft op het moment dat het vaccin wordt toegediend. Als er een allergie is voor eieren of voor bepaalde geneesmiddelen, moet dit aan de arts worden gemeld. Het bof- en het mazelenvirus in BMR-vaccins worden gekweekt op cellen van kippenembryo’s. De eiwitten van deze kippencellen zijn niet identiek aan de eiwitten van het kippenei, zodat BMR-vaccins meestal zonder bezwaar aan personen gegeven kunnen worden die allergisch zijn voor kippenei-eiwit.Het vaccin mag niet worden gegeven wanneer het afweersysteem is verzwakt, bijvoorbeeld bij kanker of AIDS, bij mensen die corticosteroïden (prednison) gebruiken, bestraald worden of chemotherapie krijgen. Zwangere vrouwen mogen niet worden ingeënt met het BMR-vaccin of met een ander vaccin tegen bof, mazelen en/of rode hond. Gevaccineerde vrouwen moeten voorkomen dat ze de eerste 3 maanden na de BMR-vaccinatie zwanger worden.
| Bron: LSHTM | Copyright: Medic Info | Datum: 02/05/2008 | Disclaimer |