advertentie

Kinderziekten en de risico's in de zwangerschap

ADVERTENTIE

Inleiding

De meeste kinderziekten worden veroorzaakt door een virus. Van de hier beschreven kinderziekten wordt alleen roodvonk veroorzaakt door een bacterie. Een bacteriële infectie kan bestreden worden met medicijnen. Tegen virussen bestaan geen geneesmiddelen, door inentingen of door het krijgen van de ziekte kan afweer tegen virale infecties worden opgebouwd. Voor sommige virussen bouw je een levenslange afweer op, die kun je dus maar één keer krijgen. Andere virusinfecties kun je wel vaker krijgen, maar dan in een minder sterke mate.
Voor iedere kinderziekte wordt in dit hoofdstuk beschreven wat de symptomen zijn, hoe lang het duurt voordat de ziekte zich uit als je besmet bent (incubatietijd) en wat je moet doen als je als zwangere vrouw in contact bent geweest met iemand die een kinderziekte heeft. De kans dat je als zwangere vrouw een infectieziekte krijgt, is even groot dan buiten de zwangerschap. Wel is het genezen van een infectieziekte in de zwangerschap wat problematischer omdat bij veel infecties niet alleen de moeder, maar ook de foetus wordt getroffen.
 

Waterpokken

Symptomen
Waterpokken komt het meest voor in de winter en vroege lente.
De symptomen bij kinderen zijn meestal veel milder dan bij volwassenen:
  • huiduitslag op romp, verplaatst zich naar gezicht en hoofdhuid. De uitslag worden zichtbare blaasjes die jeuken;
  • koorts;
  • hoofdpijn.
Volwassenen kunnen naast bovenstaande de volgende klachten hebben:
  • zware hoofdpijn;
  • erge rugpijn of pijn over het hele lichaam.
Incubatietijd
Na een besmetting duurt het 2 tot 3 weken tot de eerste ziekteverschijnselen zich aandienen.
Waterpokken zijn 5 dagen voor de huiduitslag tot maximaal 6 dagen na de eerste huiduitslag besmettelijk. Het virus wordt overgedragen door druppeltjes in de lucht (aanhoesten e.d.).

Behandeling
Waterpokken wordt veroorzaakt door het varicella zoster-virus. Dit virus behoort tot de herpes-familie (een ander lid van deze virus familie veroorzaakt de koortslip en weer een ander lid genitale herpes).
Omdat waterpokken wordt veroorzaakt door een virus is er geen geneesmiddel tegen. Bij hoge koorts kan er een koortswerend middel worden voorgeschreven. Zeker voor een zwangere vrouw is het belangrijk om de koorts te verlagen. Hoge koorts kan weeën opwekken en is slecht voor de baby.

Ben ik beschermd?
70 tot 80% van alle volwassenen heeft als kind waterpokken gehad. Waterpokken krijg je maar één keer in je leven, na het te hebben meegemaakt blijf je levenslang immuun.
Van de volwassenen die nooit waterpokken hebben gehad, weten we dat 80% toch immuun is.
Ben je als zwangere vrouw in contact geweest met iemand die waterpokken heeft, vraag dan je ouders (indien mogelijk) of je zelf waterpokken hebt gehad. Is dit niet zo, neem dan zo snel mogelijk contact op met je verloskundige (zie ook wat te doen als je onvoldoende beschermd bent).

Risico's voor de zwangere vrouw en haar foetus
Je kunt maar één keer waterpokken krijgen in je leven. Heb je het ooit gehad, dan is er geen enkel risico voor jezelf of voor de baby. Ook als je nooit waterpokken hebt gehad, is de kans dat je immuun bent 80%. Mocht je tijdens de zwangerschap toch waterpokken krijgen, dan is het afhankelijk van hoever je zwanger bent wat de risico's zijn voor je baby. Voor jezelf geldt dat je wat zieker zult zijn dan een kind met waterpokken. Ook kun je hoge koorts krijgen. Als dat zo is, dan is het belangrijk de koorts te temperen omdat koorts weeën op kan wekken en zo kan zorgen voor een vroeggeboorte. In een enkel geval kan er als complicatie een pneumonie optreden.

Besmetting voor de 16e week van de zwangerschap
Als een zwangere voor het eerst waterpokken krijgt in de eerste zestien weken van haar zwangerschap dan kunnen er ernstige afwijkingen bij het kind ontstaan. Bekende afwijkingen door een eerste infectie met waterpokken zijn: te kleine ledematen, oogafwijkingen, klompvoeten, spierverschrompeling, hersenafwijkingen, groeiachterstand en zelfs vruchtdood. Als je voor de 16e week waterpokken krijgt, is het in ieder geval verstandig om tussen de 20 en 22 weken een uitgebreide echo te laten doen om te onderzoeken of de baby schade heeft ondervonden van de infectie.

Besmetting na de 16e week en ruim voor de bevalling
In deze periode zal een eerste waterpokkeninfectie van de moeder geen blijvende schade veroorzaken bij het kind. De baby kan in de baarmoeder wel waterpokken ontwikkelen, maar houdt hier geen restverschijnselen aan over. De hoge koorts bij de moeder kan wel schadelijk zijn en voor een vroeggeboorte zorgen, deze moet dus zo snel mogelijk getemperd worden.

Besmetting van moeder 5 dagen voor de bevalling tot 2 dagen na de geboorte
Vlak na de geboorte is waterpokken erg gevaarlijk voor de baby. Het herpesvirus kan de pasgeborene zeer ernstig ziek maken, in 30% van de gevallen leidt dit zelfs tot de dood.
Als een vrouw voor het eerst waterpokken krijgt en ze is dicht bij de uitgerekende datum, dan is het mogelijk om de vrouw zoster immunoglobulines te geven. Deze antistoffen passeren de placenta en beschermen het kind zo al voor de geboorte tegen waterpokken na de geboorte. Heeft de moeder waterpokken tijdens de bevalling of net na de geboorte van haar kind, dan moet de baby varicella zoster immunoglobuline ingespoten krijgen. Vaak kan hiermee voorkomen worden dat het kind ziek wordt of in ieder geval de ziekte matigen.

Wat te doen als je onvoldoende beschermd bent?
Als je als zwangere vrouw nooit waterpokken hebt gehad, dan is de kans nog steeds 80% dat je immuun bent voor het varicella zoster-virus, maar dit weet je dus niet zeker. Als je nooit waterpokken hebt gehad en je bent in contact geweest met iemand die waterpokken heeft of dit krijgt binnen vijf dagen nadat je contact hebt gehad, dan is het heel belangrijk dat je zo snel mogelijk contact opneemt met je verloskundige of arts. Als het contact minder dan 96 uur geleden is dan kan met behulp van een bloedonderzoek worden bepaald of je beschermd bent tegen waterpokken. Mocht blijken dat dit niet zo is dan krijg je uit voorzorg immunoglobuline ingespoten om te voorkomen dat je waterpokken krijgt. Is het contact langer dan 96 uur geleden, dan heeft het geen zin meer om het bloed te onderzoeken of immunoglobuline te geven.
 

Rode hond (rubella)

Symptomen
Kinderen zijn vaak niet echt ziek van rode hond. De lymfeklieren achter de oren en in de nek zijn vergroot, het kind is licht verkouden. Heel soms is er sprake van koorts. Ongeveer 24 uur na het ziek worden ontstaan er rode vlekken op het gezicht, die zich snel verspreiden over de romp en ledematen. De vlekjes verdwijnen vanzelf weer, meestal na 2 dagen. Een volwassene heeft meer klachten: naast de rode vlekken, die meestal 3 dagen duren, komt hoofdpijn, algeheel ziek voelen, hoesten, oogontsteking en gewrichtsklachten voor.

Incubatietijd
De incubatietijd (dus de periode tussen besmetting en ziek worden) is tussen de 2 en 3 weken. Rode hond is besmettelijk vanaf 5 dagen vóór de huiduitslag tot 5 dagen na de huiduitslag.

Behandeling
Een ziek kind wordt niet behandeld, uitzieken is het motto.

Ben ik beschermd?
Vanaf 1987 worden alle baby's ingeënt tegen rode hond. Na inenting ben je in principe levenslang beschermd tegen de ziekte. Sinds 1974 werden alle meisje van 11 jaar en ouder ingeënt. In principe zijn de meeste vrouwen die nu in de vruchtbare leeftijd vallen dus ingeënt als zij hebben deelgenomen aan het inentingsprogramma.
Vrouwen die voor 1963 zijn geboren, kunnen niet zijn ingeënt. Vraag in dat geval aan je ouders na (indien mogelijk) of je ingeënt bent of de ziekte hebt gehad. Ook andere vrouwen die niet aan het inentingsprogramma hebben deelgenomen, moeten navragen of ze de ziekte hebben gehad. Heb je de ziekte nooit gehad en ben je niet ingeënt, dan is de ziekte zeer gevaarlijk in de eerste 16 weken van de zwangerschap.

Risico's voor de zwangere vrouw en haar foetus
Voor de zwangere vrouw zelf is er geen risico verbonden aan een besmetting met rode hond. Voor de ongeboren vrucht des te meer als het gaat om een eerste infectie. Heb je de ziekte dus nooit gehad en ben je niet ingeënt, realiseer je dan dat rode hond ernstige afwijkingen kan geven, vooral in de eerste zestien weken van de zwangerschap.
Een primaire infectie (eerste keer dat je besmet wordt met rode hond) bij zwangere vrouwen geeft een infectie van de placenta, daardoor kan het virus in de bloedcirculatie van de baby komen.

De volgende afwijkingen kunnen voorkomen:
  • laag geboortegewicht of zelfs vruchtdood;
  • oogafwijkingen;
  • doofheid;
  • hartafwijkingen;
  • botafwijkingen;
  • geestelijke achterstand;
  • longontsteking;
  • afwijkingen aan het bloed;
  • leverafwijkingen.
Bij een eerste infectie is het risico van beschadiging van de vrucht het grootst vroeg in de zwangerschap:
  • 1 tot 4 weken zwangerschap, het risico is 80%;
  • 4 tot 8 weken zwangerschap, het risico is 40%;
  • 8 tot 12 weken zwangerschap, het risico is 20%;
  • 12 tot 16 weken zwangerschap, het risico is 10%;
  • na 16 weken is de kans heel klein.
Wat te doen als je onvoldoende beschermd bent?
Rode hond komt niet zo vaak meer voor omdat bijna alle kinderen ertegen ingeënt worden. Leef je in een gemeenschap waar geen inentingen plaatsvinden, mijdt dan contact met kinderen als er gevallen van rode hond gemeld worden. Rode hond is matig besmettelijk. Om besmet te worden moet je echt in dezelfde ruimte hebben verbleven als het kind met rode hond.
Is bovenstaande het geval en ben je in contact geweest met het kind gedurende de besmettelijke periode EN ben je minder dan 17 weken zwanger, ga dan zo snel mogelijk naar je huisarts. De huisarts zal je bloed onderzoeken om te beoordelen of je daadwerkelijk besmet bent. Mocht blijken dat dit zo is, dan kunnen er immunoglobulines gegeven worden. Maar helaas weten we dat ook het geven van rode hond immunoglobulines niet met zekerheid wil zeggen dat er geen besmetting van het kind zal plaatsvinden. Bij een zwangerschap jonger dan 16 weken dient een abortus overwogen te worden, gezien de ernst van de afwijkingen die bij de foetus kunnen optreden.
Weet je dat je niet bent ingeënt en de ziekte nooit hebt gehad, dan is het raadzaam om vóór (een volgende) de zwangerschap je alsnog te laten inenten.
 

Vijfde ziekte

Vijfde ziekte

(erythema infectiosum)

De 5e ziekte is een ziekte die gepaard gaat met lichte ziekteverschijnselen, uitslag, lichte temperatuursverhoging en soms gewrichtspijn.

De ziekte heeft een piek in mei en juni, en maakt daarnaast een cyclus door met een epidemie elke 4 jaar.

De ziekte wordt veroorzaakt door het humane Parvovirus B19.

Dit virus werd in 1974 bij toeval ontdekt bij onderzoek naar donorbloed.

De besmetting vindt plaats door de lucht, via druppeltjes uit de keel. (hoesten, praten, niezen) en de incubatietijd (tijd tussen besmetting en het ontstaan van symptomen) is 7- 14 dagen.

Een week na de besmetting treedt een viremie (aanwezigheid van virus in het bloed) op, die ongeveer 5 dagen duurt, en gepaard kan gaan met lichte ziekteverschijnselen.

Ongeveer een week na de viremie treedt dan een tweede ziekteperiode op, waarbij uitslag, malaise (hangerigheid), lichte koorts en soms gewrichtspijnen optreden.

Ook kunnen keelpijn en een verstopte neus voorkomen.

Het zieke kind krijgt felrode wangen ( de ziekte wordt ook wel “slapped cheeks disease” genoemd), daarna ontstaan rozerode, licht jeukende vlekjes op de binnenkant van armen en benen en soms ook op de billen en de romp.

Ongeveer 1 op de 10 kinderen krijgt ook last van gewrichtspijn.

Alle verschijnselen verdwijnen weer binnen een paar dagen, maar kunnen in de weken daarna zo nu en dan terugkomen.

Vooral zonlicht of een heet bad kunnen ervoor zorgen dat met name de uitslag weer terugkomt.

Er zijn overigens ook kinderen die de ziekte doormaken zonder klachten (subklinisch beloop)

Na een doorgemaakte infectie is er levenslange immuniteit.

Van alle volwassenen heeft 60% antistoffen tegen het parvovirus B19.

Als een volwassene besmet raakt, staan meestal vooral de gewrichtsklachten op de voorgrond, de gewrichten van handen en voeten kunnen stijf, gezwollen en pijnlijk worden.

Dit duurt meestal 2 weken, maar in 20 % van de gevallen houden de klachten maanden tot soms jaren aan.

Bij mensen met allerlei vormen van chronische hemolytische anemie en immuniteitsstoornissen (door b.v. chemotherapie) kan een infectie met een parvovirus tot ernstige complicaties leiden.

Vijfde ziekte en zwangerschap.

Als een zwangere vrouw geïnfecteerd raakt met parvovirus B19 in de eerste 20 weken van de zwangerschap, is er een verhoogd risico op een miskraam of een doodgeboren kindje.

Je kan met het virus besmet raken door intensief contact met iemand die besmettelijk is

( kinderen met de 5e ziekte zijn besmettelijk in de week vóórafgaand aan de huiduitslag, ten tijde van de uitslag zijn ze niet meer besmettelijk).

Intensief contact is b.v. in het gezin, of als je op een kinderdagverblijf of school werkt.

Het ophalen van je kind van school, waar kinderen met de 5e ziekte zijn, geeft nauwelijks risico.

In 90% van de gevallen zal de zwangerschap ondanks de infectie normaal verlopen.

Er zijn geen aanwijzingen dat het doormaken van de infectie leidt tot aangeboren afwijkingen bij het ongeboren kind.

Zwangeren die zich zorgen maken omdat er vijfde ziekte in hun gezin voorkomt, kunnen door bloedonderzoek laten nagaan of zij al afweerstoffen hebben tegen de ziekte.

Als een zwangere de vijfde ziekte blijkt te hebben in de eerste 20 weken van de zwangerschap, wordt de zwangerschap nauwkeurig gevolgd.

Bij de foetus kan als gevolg van de infectie een ernstige bloedarmoede ontstaan, die leidt tot vochtophoping in het lichaampje (hydrops foetalis).Dit is op een echo te zien.

In deze gevallen is het soms mogelijk om via een intra-uteriene bloedtransfusie het ongeboren kindje te redden.

Voor (minder dan 20 weken) zwangere crècheleidsters en onderwijzeressen bestaan, vanwege het intensieve contact met veel kinderen, en de daardoor hoge besmettingskans, protocollen:

Er wordt een antistoffenbepaling gedaan, in afwachting van de uitslag wordt de zwangere werkneemster beschouwd als “niet-immuun”, dat wil zeggen dat ze vervangende werkzaamheden krijgt op een plaats waar ze niet met het virus in contact kan komen.

Als de zwangere beschermd blijkt te zijn –omdat ze de infectie al doorgemaakt heeft en antistoffen heeft-, kan ze haar gewone werk weer voortzetten,

Als de zwangere niet-immuun blijkt te zijn, moet ze de vervangende werkzaamheden blijven doen tot het einde van de epidemie of tot na 20 weken zwangerschap.

Leerkrachten/leidsters die recent besmet zijn en geen klachten hebben, kunnen gewoon hun werkzaamheden voortzetten.

 

Zesde ziekte

De zesde ziekte

De zesde ziekte, heet ook exanthema subitum of roseola infantum.

Het is één van de kinderziektes zoals ook: bof, mazelen, rode hond, waterpokken en vijfde ziekte.

Dit zijn allemaal infectieziekten, die meestal optreden op jonge leeftijd en die je in principe maar eenmaal doormaakt omdat je er daarna immuun voor bent.

Daarom worden ze kinderziektes genoemd.

Overigens wordt aan alle kinderen tegenwoordig een vaccinatie tegen mazelen, rode hond en de bof aangeboden. Ook is vaccinatie tegen waterpokken mogelijk.

De zesde ziekte is een onschuldige ziekte bij jonge kinderen (vooral tussen 0-2 jaar), die veroorzaakt wordt door het humane herpesvirus type 6 (HHV6).

De ziekte gaat gepaard met hoge koorts gedurende ongeveer 3 dagen en na het dalen van de koorts een plotseling ontstaan van uitslag.

De uitslag is rood en bestaat uit fijne vlekjes. Het ontstaat eerst op de nek en romp, later op de billen en dijen, en als laatste op armen en benen. De uitslag jeukt niet.

Ook kunnen de klieren in de hals en achter de oren gezwollen zijn.

Het is de meest voorkomende ziekte met uitslag bij kinderen onder de 3 jaar.

Het gaat vanzelf over, er bestaat geen behandeling voor.

Wel is het zo dat, zoals bij alle ziektes met snel stijgende koorts, koortsstuipen kunnen optreden.

De incubatietijd (tijd tussen besmetting en optreden van de klachten) wordt geschat op 14 dagen.

Besmetting vindt plaats via druppelinfectie (hoesten, praten, niezen, handen) en oraal contact (zoenen, bijten).

Voorkomen van besmetting is niet mogelijk.

De ziekte is besmettelijk vanaf het opkomen van de koorts tot het moment dat de vlekken zijn verdwenen.

Het is niet nodig om een ziek kind binnen te houden of van het kinderdagverblijf thuis te houden. Als het zich goed voelt, kan het gewoon naar de crèche, het was al besmettelijk vóórdat het ziek werd, en besmetting van de andere kinderen valt niet te voorkomen..

Wel is het wenselijk om de leidsters van het kinderdagverblijf te waarschuwen dat het om een besmettelijke ziekte gaat, zodat zij de andere ouders kunnen inlichten.

De ziekte is niet gevaarlijk voor zwangeren.

 

Mazelen

Symptomen
Mazelen komt het meest voor bij kinderen in de leeftijd van 1 tot 6 jaar en bij jong volwassenen.
De symptomen lijken op die van een flinke verkoudheid: hoesten, niezen, ontstoken ogen, zere keel en hoge koorts. Ook neusbloeden, misselijkheid en diarree komen voor. Na ongeveer 3 dagen daalt de koorts en verschijnen er kleine witte vlekjes in de mond. Na ongeveer 4 tot 5 dagen ontstaat de huiduitslag, eerst zijn dit kleine, iets opgezette, rode vlekjes op het voorhoofd en achter de oren. De vlekjes verspreiden zich over het hele lichaam, behalve de armen en benen. De vlekjes worden ook groter. Na ongeveer 6 dagen nemen de vlekken af en na ongeveer een week is het ziek zijn over.
Ernstige complicaties van de mazelen zijn herseninfectie, longontsteking en oorontsteking. Vooral bij volwassenen treden deze ernstige complicaties op. Vooral longontsteking komt bij volwassenen vaak voor als complicatie. Ook bij kinderen jonger dan 3 jaar verloopt de ziekte vaak ernstiger.

Incubatietijd en wanneer besmettelijk?
De incubatietijd (moment van besmetting tot het moment van ziek worden) is 8 tot 14 dagen.
Mazelen zijn besmettelijk van 6 dagen voor tot ongeveer één week na het verschijnen van de huiduitslag.

Behandeling
Omdat mazelen gepaard kunnen gaan met hoge koorts is het belangrijk de koorts onder controle te houden. Dit kan goed gedaan worden met paracetamol. Daarnaast moet een kind met hoge koorts veel drinken. Een verdere behandeling is niet nodig. Let wel op veranderingen bij het kind. Oor-, long- of herseninfecties kunnen als complicaties optreden. Treden er veranderingen op in het verloop van de ziekte, wordt uw kind zieker in plaats van beter, neem dan direct contact op met de huisarts. Vooral voor kinderen onder de 3 jaar verloopt de ziekte vaak ernstiger.

Ben ik beschermd?
Vaccinatie tegen mazelen is opgenomen in het vaccinatieschema. Als je als kind hebt deelgenomen aan het vaccinatieprogramma dan ben je dus beschermd tegen de mazelen. Ben je niet ingeënt, dan is er een kleine kans dat je besmet wordt als je in contact komt met een kind met mazelen.

Risico's voor de zwangere vrouw en haar foetus
De ziekte verloopt bij een volwassene vaak ernstiger dan bij een kind. Vooral de koorts kan hoog zijn. Hoge koorts kan weeën (en dus vroeggeboorte) opwekken. Het is dus zaak de koorts te temperen. Naast bovenbeschreven risico komen er als complicaties longontsteking en hartfalen voor. Belangrijk is dus om bij de eerste tekenen van de ziekte de huisarts te raadplegen om te proberen de complicaties te voorkomen en hoge koorts te temperen.
Of de mazelen afwijkingen bij de foetus veroorzaakt, is niet bekend.
Komt er mazelen voor rondom de geboorte van de baby, zorg dan dat de baby niet in contact komt met deze personen. De baby heeft immers nog geen inentingen gehad en is niet beschermd. De ziekte verloopt zeer ernstig bij een kleine baby en heeft in 27% van de gevallen zelfs de dood tot gevolg. Ook als je zelf mazelen hebt rondom de periode van de bevalling of net na de geboorte is het belangrijk om de baby te beschermen. Dit wordt gedaan door het kind immunoglobuline te geven.

Wat te doen als je onvoldoende beschermd bent?
Ben je niet ingeënt en heb je de ziekte niet gehad, vermijd dan contact met kinderen met mazelen. Mazelen komen tegenwoordig niet zo vaak meer voor omdat bijna alle kinderen zijn ingeënt.
Ben je toch in contact geweest met een kind met mazelen, dan is het gewenst om uit voorzorg immuun serum globuline toegediend te krijgen. Dit ter voorkoming van ziek worden tijdens de zwangerschap. Neem dus zo snel mogelijk contact op met je huisarts als je in contact bent geweest met een kind dat mazelen heeft. De globuline wordt bij voorkeur binnen 72 uur na het contact gegeven, is het contact langer dan 7 dagen geleden dan is de globuline minder effectief.
Heb je zelf mazelen rond de periode van de bevalling, dan krijgt de baby uit voorzorg ook immuun serum globuline. Mazelen zijn zeer gevaarlijk voor pasgeboren baby's. 27% overlijdt aan de complicaties zoals een longontsteking.
 

Bof

Symptomen
De symptomen van de bof zijn;
  • koorts;
  • pijn bij het kauwen, hoofdpijn, keelpijn, aangezichtspijn;
  • zwelling van de slapen of kaak en bij de kaakhoek.
Complicaties die kunnen optreden (vooral bij volwassenen):
  • hersenvliesontsteking;
  • zaadbalontsteking;
  • alvleesklierontsteking;
  • schildklierontsteking;
  • gewrichtspijn.
Incubatietijd en wanneer besmettelijk
De incubatietijd (moment tussen besmetting en het werkelijk ziek worden) is tussen de 18 en 21 dagen. De bof is besmettelijk van 6 dagen vóór tot 9 dagen na het ontstaan van de zwellingen. Bof wordt overgedragen middels een druppelinfectie, dus door aanhoesten e.d.

Behandeling
De bof wordt veroorzaakt door een virus, antibiotica heeft dus geen zin. De behandeling bestaat uit pijnbestrijding, rusten en veel drinken.

Ben ik beschermd?
Ook de bofinenting is opgenomen in het vaccinatieprogramma voor kinderen. Je kunt de ziekte slechts éénmaal krijgen. De bof kwam het meest voor bij kinderen en jong volwassenen, maar sinds (bijna) alle kinderen worden ingeënt is het een zeldzame ziekte geworden. Ben je niet ingeënt en heb je de ziekte niet gehad, dan ben je niet beschermd tegen de bof.

Risico's voor de zwangere vrouw en haar foetus
Zoals bij symptomen aangegeven verloopt de ziekte bij volwassenen vaak ernstiger dan bij kinderen.
Treedt de bof op in de eerste drie maanden van de zwangerschap, dan is er grote kans op een miskraam.
Later in de zwangerschap treedt er mogelijk een verdikking van de hartwand op, maar verder zijn er geen afwijkingen aangetoond bij de menselijke foetus.

Wat te doen als je onvoldoende beschermd bent?
Inenting tegen de bof is alleen mogelijk met een levend virus. Dit mag niet worden gegeven tijdens de zwangerschap. Vooral in de eerste drie maanden is het dus van het allergrootste belang dat je niet in contact komt met de bof, maar ook later in de zwangerschap is de a.s moeder vaak ernstig ziek. Besmetting moet dus voorkomen worden.
 

Roodvonk

Roodvonk is niet schadelijk voor het ongeboren kind.
Symptomen van roodvonk zijn:
  • plotseling hoge koorts en keelpijn ;
  • gezwollen amandelen ;
  • hoofdpijn en braken.
Na enkele dagen ontstaan er kleine rode puntjes in de hals en oksels. Deze puntjes breiden zich over het hele lichaam uit. Typisch voor roodvonk is een aardbeirode dikke tong. De ziekte geneest spontaan na enkele dagen. Omdat roodvonk wordt veroorzaakt door een bacterie is het mogelijk de ziekte te behandelen met antibiotica. Bij een zwangere vrouw is het in ieder geval verstandig de koorts te temperen omdat hoge koorts weeën op kan wekken. Verder zijn er geen complicaties of restverschijnselen.
 
Bron:
Sandra Vuik
Copyright:
Medic Info
Datum:
25/04/2007
Disclaimer
advertentie