Inleiding
Vrouwen die zwanger zijn of zijn bevallen, hebben vaak aan den lijve ondervonden dat de zwangerschap of de bevalling invloed kunnen hebben op het plassen en ontlasten.
Verschillende klachten worden door vrouwen gemeld:
- urineverlies
- heftige drang om te plassen
- vaak kleine beetjes moeten plassen
- moeilijk kunnen (uit)plassen
- obstipatie
- verlies van windjes
- verlies van ontlasting.
Weinig vrouwen durven deze klachten, meest uit schaamtegevoelens, bij hun huisarts, verloskundige of gynaecoloog te vertellen. Omdat deze klachten echter voor veel vrouwen grote problemen geven, willen we er graag iets meer over vertellen. Vaak hebben deze te maken met het niet goed functioneren van de bekkenbodemspieren.
Waarvoor dient je bekkenbodem
In het onderlichaam van de vrouw bevinden zich van voor naar achter de blaas en de urinebuis, de baarmoeder en vagina en de endeldarm (rectum). In figuur 1 is dit getekend.

Vlak voor de blaas ligt het schaambeen, vlak achter de darm ligt het heiligbeen. De organen in het onderlichaam van de vrouw liggen zeer dicht bij elkaar en beïnvloeden elkaar. De organen worden ondersteund door de bekkenbodemspieren. De bekkenbodemspieren zijn een groep spieren die als een hangmatje onder in de buik zijn gespannen tussen het schaambeen en het heiligbeen. Behalve het ondersteunen van de bovengenoemde organen, zorgen de bekkenbodemspieren er voor dat men urine, ontlasting en windjes op kan houden. En dat je, wanneer je dat wilt, kunt plassen, ontlasten en windjes laten. De bekkenbodemspieren zijn ook erg belangrijk bij de seksualiteit.
De functie van de bekkenbodem kan minder worden door:
- zwangerschap
- bevalling
- vaak zwaar tillen
- chronische obstipatie
- veel en intens hoesten (bijv. bij longaandoeningen)
- overgang
- veel overgewicht
- snel en veel afvallen
- een combinatie van bovengenoemde factoren.
Invloed van zwangerschap en bevalling op je bekkenbodem
Tijdens de zwangerschap neemt door de groei van het kindje en de baarmoeder de belasting van de bekkenbodem in korte tijd erg toe. Daarnaast verslapt de bekkenbodemspier door het hormoon relaxine wat in de zwangerschap in verhoogde mate aanwezig is. De bekkenbodem moet veel meer dragen, maar is dus minder sterk door het hormoon relaxine. De draaglast wordt nog groter wanneer er zwaar lichamelijk werk gedaan wordt. De draaglast wordt nog weer groter wanneer tijdens deze werkzaamheden de adem wordt vastgehouden. Zwaar lichamelijk werk en het vasthouden van de adem leiden beiden tot een verhoging van de buikdruk en deze druk kan alleen worden opgevangen door het aanspannen van de bekkenbodemspieren. Over het algemeen kun je zeggen dat wanneer je iets gaat doen dat je kracht kost bijv. iets optillen, je dan alvorens kracht te zetten eerst je bekkenbodem aan moet spannen en tijdens de gehele activiteit moet blijven doorademen. In het begin moet je hier erg bij nadenken maar je zult merken dat het na enige tijd vanzelf gaat.
Door de groei van de baarmoeder kan tevens de blaas wat gehinderd worden. Doordat er geen ruimte meer is om uit te zetten (dat gebeurt tijdens vulling), kan de blaas minder urine bevatten en zal men vaker, kleinere hoeveelheden, plassen.
De blaas is een orgaan dat snel geprikkeld is. Wanneer de blaas wordt geprikkeld, trekt deze zich samen. Dat geeft het gevoel dat je moet plassen. Deze prikkeling kan ook ontstaan door bewegingen van het kindje in de baarmoeder. Ook als een (bijna) lege blaas zich samentrekt, geeft dat het gevoel dat je moet plassen. Dat verklaart waarom zwangeren vaak voor (bijna) niets naar het toilet gaan.
De blaas kan tijdens de zwangerschap letterlijk in de verdrukking komen. Door de hoge druk die er ontstaat op de blaas kan stressincontinentie ontstaan.
Problemen rond de ontlasting worden ook vaak gesignaleerd tijdens de zwangerschap.
Het meest zien we vrouwen met obstipatie. Door de toegenomen elasticiteit van de darmen werken deze trager. Dit kan leiden tot obstipatie. Bij sommige vrouwen wordt dit door het gebruik van ijzerpreparaten nog eens versterkt.
Een vezelrijk dieet, voldoende vochtinname en voldoende beweging zijn uiteraard eerste belangrijke adviezen. Daarnaast is het toiletgedrag erg belangrijk. Neem ook nu weer voldoende tijd om naar het toilet te gaan. Wacht tot je goede drang hebt en ga dan ook gelijk naar het toilet. Ga zitten met een licht bolle rug. Adem eerst goed in en pers dan op de uitademing. Wanneer de ontlasting niet komt, kun je proberen de drang wat sterker te maken door even flink te gaan bewegen bijv. traplopen, lopen of fietsen. Probeer het opnieuw als je weer goede drang hebt.
Soms merken vrouwen dat ze windjes verliezen bij bepaalde activiteiten. Tijdens alle buikdruk verhogende momenten zoals bijv. bukken en hoesten kan dit gebeuren. Het is lastig en vervelend maar goed te voorkomen wanneer je bij dit soort activiteiten weer je bekkenbodem spant.
Tijdens de bevalling moet het kindje de bekkenbodem passeren. Deze spierlaag wordt daarbij fors opgerekt, zo fors dat in de meeste gevallen er duidelijk sprake is van overrekking en spierscheurtjes in de bekkenbodem en in de zenuwen die de bekkenbodem verzorgen.
Ook langdurige druk op de bekkenbodem leidt tot schade aan de zenuwen.
Door de bevalling kunnen ook de schedewanden overrekt raken en kan de urinebuis wat naar beneden gedrukt worden. Kunstverlossingen, vooral de tangverlossing, verhogen het risico van erge schade aan de bekkenbodemspier.
De bekkenbodem na de bevalling
Vlak na de bevalling is bij veel vrouwen het gevoel in het onderlijf verminderd. Dit merk je bijv. doordat je moet kijken of je klaar bent met plassen en dit niet meer goed voelt of dat windjes ongewild ontsnappen. Kort na de bevalling is dit normaal. De bekkenbodemspier is door de bevalling overrekt en de zenuwen kunnen beschadigd zijn. Dergelijke klachten moeten snel afnemen. Door snel te starten met oefeningen kun je helpen om de klachten te verminderen. Vrouwen die bevallen zijn met een kunstverlossing en vooral met een tangverlossing hebben een hoger risico van schade aan de bekkenbodemspier. Ook na een totaalruptuur houden veel vrouwen klachten. Zij kunnen hun ontlasting niet ophouden of verliezen ongemerkt slijmerige ontlasting.
Bij elke vrouw ontstaat, vooral bij de eerste bevalling, schade aan de spieren van de bekkenbodem. Dit geeft niet bij iedereen dezelfde klachten, veel vrouwen hebben helemaal geen klachten. Toch blijkt uit onderzoek dat 19% van de vrouwen die korter dan een jaar geleden zijn bevallen, last hebben van ongewild urineverlies. Je bent dus zeker niet de enige en er is niets om je voor te schamen. Natuurlijk is het ook geen onderwerp waar je met de hele omgeving uitgebreid over praat. Maar heb je langer dan 6 weken na de bevalling nog klachten, dan is het zeker verstandig om naar de huisarts te gaan, het gaat dan meestal niet meer vanzelf over. De huisarts kan je verwijzen naar een bekkenbodemtherapeut. Met de juiste therapie kan bijna iedereen geholpen worden.
Vrouwen kunnen problemen hebben rond het plassen, rond de ontlasting, rond seksualiteit en mogelijk kan een (lichte) verzakking van één of meerdere buikorganen (zie fig. 1) ontstaan.
De meest gehoorde klachten bij de bekkenfysiotherapeut zijn:
- stress urine incontinentie
- verlies van windjes
- heftige drang op de ontlasting
- gevoel van verzakking, drukgevoel in onderbuik en -rug
- pijn bij het vrijen.
Elke pas-bevallen vrouw doet er goed aan haar bekkenbodemspieren te oefenen. Het advies is dit zo snel mogelijk na de bevalling op te pakken. De eerste 7 tot 10 dagen na de bevalling gaat het er alleen om weer te leren voelen in je onderlijf en je bekkenbodem., later kan ook weer geoefend worden om de spieren wat krachtiger te maken.
De eerste dagen na de bevalling hebben zowel het bekken als de bekkenbodem rust nodig om te herstellen. Probeer veel te liggen, afgewisseld met kleine stukjes lopen en zitten. Sta niet te lang achter elkaar. Ga na een periode staan, bijv. om je kindje in bad te doen, weer een tijdje liggen.
Klachten voorkomen
De eerste dagen na de bevalling hebben zowel het bekken als de bekkenbodem rust nodig om te herstellen. Probeer veel te liggen, afgewisseld met kleine stukjes lopen en zitten. Sta niet te lang achter elkaar. Ga na een periode staan, bijv. om je kindje in bad te doen, weer een tijdje liggen.
De eerste weken na de bevalling is het niet verstandig zware lichamelijk activiteiten te verrichten. Je kunt ook zeggen: je kunt beter geen dingen doen waarbij je kracht moet zetten. De bekkenbodem is nog niet voldoende hersteld om de stijging van de buikdruk bij dit soort activiteiten op te vangen. Wanneer je deze activiteiten toch wilt of moet uitvoeren, span dan altijd je bekkenbodemspieren aan en zorg dat je goed doorademt.
Ook nu is het weer belangrijk zorgvuldig te zijn op het toiletgedrag. Ook na de bevalling kunnen vrouwen vaak niet in één keer uitplassen. Probeer ook nu weer door te schommelen en te kantelen de blaas zo goed mogelijk leeg te plassen.
Hard persen op de ontlasting bij een nog niet herstelde bekkenbodem wordt sterk afgeraden. Wacht weer op goede drang en pers altijd op een uitademing. Gebruik desnoods middeltjes om de ontlasting wat zachter te maken.
Het oefenen van de bekkenbodem hoort ook onderdeel te zijn van de gymnastiek voor na de bevalling.
Wanneer er zes weken na de bevalling nog klachten bestaan die te maken hebben met het functioneren van de bekkenbodemspieren, is het goed om te oefenen onder leiding van een bekkenfysiotherapeut. Een bekkenfysiotherapeut is een fysiotherapeut die na zijn/haar opleiding fysiotherapie nog een extra opleiding heeft gevolgd op het gebied van bekken, bekkenbodem en zwangerschap.
Over het algemeen kun je zeggen dat wanneer je iets gaat doen dat je kracht kost zoals iets optillen, je dan alvorens kracht te zetten eerst je bekkenbodem aan moet spannen en tijdens de gehele activiteit moet blijven doorademen. In het begin moet je hier erg bij nadenken maar je zult merken dat het na enige tijd vanzelf gaat. Daarnaast is het heel belangrijk dat je leert om je bekkenbodemspier goed onder controle te krijgen. Dit betekent dat je leert je bekkenbodemspier op de juiste momenten aan te spannen, maar ook dat je leert om je bekkenbodemspier op je juiste momenten te ontspannen. Een veel gemaakte fout is bijvoorbeeld om tijdens de ontlasting te persen met aangespannen buikspieren. Je trekt je buik in en perst vervolgens. Door je buik in te trekken, span je echter ook je bekkenbodemspier aan, terwijl je je bekkenbodemspier juist moet ontspannen om de ontlasting door te laten.
Vrouwen die ooit zijn bevallen, zouden zich aan moeten leren om dagelijks de bekkenbodemspier te oefenen. Hoewel de spankracht nooit meer hetzelfde zal worden als voor de eerste bevalling, kun je door regelmatig en goed oefenen voorkomen dat je op latere leeftijd last krijgt van incontinentie en/of verzakkingen.
Het oefenen en juist gebruiken van je bekkenbodemspier is een kwestie van gewenning. Als je eenmaal weet hoe het moet kost het je geen tijd of inspanning meer. Je kunt je bekkenbodemspier overal ongemerkt oefenen.
Dus: wil je later niet incontinent worden verzorg je bekkenbodemspier dan goed!
Oefentherapie
Het verdient aanbeveling tijdens de zwangerschap te beginnen met het oefenen van de bekkenbodemspieren. Het belangrijkste van het oefenen is dat je je bekkenbodem op de juiste manier leert gebruiken, dat je weet wanneer je moet aanspannen en weet wanneer je juist moet loslaten. Het is zeer zeker niet de bedoeling van het oefenen dat je een krachtige maar stugge bekkenbodem kweekt. Zo'n bekkenbodem is niet functioneel en zou bij de bevalling alleen maar problemen geven. Een goed geoefende bekkenbodem is sterk maar veerkrachtig, vergelijkbaar met een trampoline. Een goed geoefende bekkenbodem heeft genoeg kracht om te dragen en om continent te blijven maar kan ook voldoende ontspannen om urine, ontlasting en het kindje te laten passeren. Ook bij het bedrijven van seks is een goed ontspannen bekkenbodem belangrijk!
Het oefenen van de bekkenbodemspieren en het inpassen daarvan in de activiteiten van het dagelijkse leven is een onderdeel van de zwangerschapscursussen die door fysiotherapeuten gegeven worden.
Je kunt zelf leren hoe je je bekkenbodem goed aanspant door op een harde stoel te gaan zitten, je voeten plat op de grond en je benen zo wijd mogelijk, je rug is recht. Je schaamlippen rusten zo echt op de stoel. Vervolgens probeer je te knijpen met je anus en je vagina. Je voelt dan dat je bekkenbodem omhoog komt, dus los van de stoel. Hierbij moet je niet met je billen knijpen en ook je buik niet intrekken. Het enige wat je aanspant is dus je anus en je vaginawand. In het begin kan het moeilijk zijn om de juiste spieren aan te spannen. Probeer het dan eens als je op toilet zit. Als je moet plassen, span je de spier aan waarmee je de plas kunt ophouden, dit is de spier die we bedoelen. Een ander manier om te leren welke spier je moet aanspannen is om voorzichtig een vinger in je schede te brengen. Probeer nu in je vinger te knijpen en weer te ontspannen. Als je dit kunt zonder je billen aan te spannen of je buik in te trekken dan train je de juiste spier.
Als je eenmaal weet hoe je je bekkenbodemspier moet aanspannen dan is het verstandig om dit dagelijks een aantal keren te oefenen. Vooral als je lang staat probeer je spanning op je bekkenbodem te houden. Daarnaast moet je telkens als je tilt, eerst je bekkenbodem aanspannen en dan pas tillen. Let hierbij wel op dat je tijdens het tillen steeds blijft doorademen. Als je tilt met ingehouden adem (wat we bijna allemaal onbewust doen) dan verhoog je de druk in de buikholte waardoor er te veel druk op de bekkenbodemspier komt te staan. Ook als je moet niezen, hoesten of lachen is het verstandig om eerst je bekkenbodem aan te spannen. Daarnaast is een goede toiletgang erg belangrijk voor je bekkenbodem.
Omdat het juiste gebruik van je bekkenbodem ook inhoudt dat je de bekkenbodem goed leert ontspannen, is het uiterst belangrijk dat je niet continue spanning op je bekkenbodem gaat houden. Oefen een paar keer per dag met aanspannen en span je bekkenbodem aan bij tillen, hoesten, lachen en niezen, maar overdrijf niet. Een te gespannen bekkenbodem geeft klachten tijdens het vrijen, belemmert de ontlasting en is een obstakel tijdens de uitdrijving van de baby.
Lukt het je niet om controle te krijgen over je bekkenbodem en heb je klachten van incontinentie of kun je je ontlasting niet ophouden, neem dan contact op met een bekkenbodemtherapeut. Zij/hij kan je leren hoe je je bekkenbodemspier goed gebruikt.
Wat te doen bij klachten
Aan het eind van de zwangerschap heeft 50 tot 70% van de vrouwen last van ongewild urineverlies. Na de bevalling verdwijnen de klachten vaak, maar toch blijkt dat ongeveer 19% van de vrouwen die korter dan een jaar geleden zijn bevallen nog last te hebben van onvrijwillig urineverlies. Een groot probleem dus waar helaas weinig over gesproken wordt. Vrouwen schamen zich er vaak zelfs zo erg dat er geen medische hulp gezocht wordt. Daarnaast blijkt uit onderzoek dat ongeveer 15% van de vrouwen die ooit bevallen zijn, en geen totaalruptuur hadden, last heeft van onvoldoende controle over de ontlasting. Uit dit onderzoek blijkt dat deze vrouwen hun ontlasting niet kunnen ophouden of ongemerkt verlies van slijmerige ontlasting hebben. Bij vrouwen die tijdens de bevalling een totaal ruptuur hebben gehad liggen de cijfers nog veel hoger.
Zo zie je maar dat je zeker niet alleen bent.
Klachten van fecale incontinentie ontstaan vaak al snel na de bevalling en blijven daarna vaak bestaan.
Vaak lukt het niet om de klachten te verminderen door zelf te oefenen. Sterker nog, als je langer dan 6 weken na de bevalling nog klachten hebt van ongewild urineverlies of verlies van ontlasting dan is de kans groot dat dit niet meer vanzelf geneest. Hulp zoeken is dus uiterst belangrijk. Een bekkenbodem fysiotherapeut is speciaal opgeleid om vrouwen te leren weer controle te krijgen over de bekkenbodemspier.
Schroom dus niet en vraag via je huisarts een verwijzing naar de bekkentherapeut. De bekkentherapeut zal allereerst in beeld brengen wanneer je urine of ontlasting verliest. Daarna besteedt de therapeut aandacht aan het functioneren van de bekkenbodem. Ongewild urine of ontlasting verlies wordt niet altijd veroorzaakt door een te slappe bekkenbodemspier, ook een te gespannen bekkenbodem kan deze klachten veroorzaken. Tijdens het lichamelijke onderzoek wordt aandacht geschonken aan houding, beweging en ademhaling. Verder onderzoekt de therapeut de bekkenbodem. Dit klinkt allemaal eng, maar in de praktijk valt het erg mee. Bovendien zijn klachten als urineverlies of verlies van ontlasting dusdanig belastend voor een vrouw dat de onderzoeken bij de therapeut hierbij in het niet vallen.
De therapeut maakt je vervolgens bewust van je bekkenbodem, je leert waar hij precies zit en wat de functie is en leer je de bekkenbodem op de juiste manieren te spannen en ontspannen.
In de meeste gevallen leidt de begeleiding van een bekkenbodemtherapeut tot een aanzienlijke afname van de klachten.
Vormen van incontinentie
Stressincontinentie
Stressincontinentie ontstaat wanneer de druk die op de blaas, dus in de buik heerst, groter is dan de druk die de bekkenbodemspieren kunnen ontwikkelen. In rust hebben de meeste vrouwen geen last van urineverlies. Maar wanneer men gaat bewegen en de buikdruk toeneemt, kunnen er problemen ontstaan. Zoals al eerder werd geschreven, neemt de buikdruk nog meer toe bij zware lichamelijke arbeid als bijv. tillen en dragen. Maar ook bij hoesten, niezen, lachen en bukken ontstaat vaak urineverlies. Hier geldt hetzelfde advies als eerder werd gegeven. Tijdens deze activiteiten moet preventief, dus van tevoren, de bekkenbodem worden aangespannen en worden doorgeademd. Stressincontinentie is dus het verlies van urine tijdens hoesten, niezen, lachen of tillen.
Urge-incontinentie
Er is sprake van urge-incontinentie als je de plas niet kunt ophouden als je voelt dat je moet. Er is dus geen sprake van een verhoogde druk door hoesten of lachen. Nee, je voelt dat je moet plassen, maar voordat je het toilet hebt bereikt plas je al. Je kunt het niet ophouden. Urge-incontinentie wordt veroorzaakt door een overprikkelde blaaswand. Bij de minste of geringste vulling van de blaas treedt er een plasreflex op. Urge-incontinentie kan worden veroorzaakt door een te gespannen bekkenbodem en door veelvuldig persen tijdens het plassen.
Overloopincontinentie
Er is sprake van onderloop incontinentie als je niet voelt dat je blaas vol is. Je krijgt geen prikkel om te plassen en de blaas wordt te vol. Als de blaas uiteindelijk zo vol is dat hij niet meer kan uitrekken, verlies je zomaar urine, vaak in druppeltjes. Je verliest dus niet ineens een grote plas. Dit soort incontinentie kan ontstaan na een gynaecologische operatie, maar ook na een langdurige baring kan vochtophoping in de plasbuis ervoor zorgen dat overloop incontinentie optreedt.
Echte-incontinentie
Bij echte incontinentie is er sprake van een lek in de blaas of in de plasbuis, waardoor er continue urine verlies optreedt. Het kan ontstaan na een operatie, bij een mechanische ingreep tijdens de bevalling als een tangverlossing, maar ook bij een zeer langdurige uitdrijving (zeer zeldzaam).
Fecale incontinentie
Het ongewild verliezen van ontlasting of windjes niet op kunnen houden. Deze vorm van incontinentie kan worden veroorzaakt door een totaalruptuur, maar ook door een "normale" bevalling waarbij zichtbaar geen schade is veroorzaakt aan de kringspier. Ook fistels kunnen een oorzaak zijn van fecale incontinentie.
Stress-, urge- en fecale incontinentie zijn vaak te verhelpen door bekkenbodem therapie. De bekkenbodemtherapeut is in deze gevallen van incontinentie ook de eerst aangewezen specialist om te bezoeken. Een verwijzing naar een bekkentherapeut wordt gegeven door je huisarts.
Belang van goede toiletgang
Het is belangrijk bij elke toiletgang de blaas zo goed mogelijk leeg te plassen. Resturine kan leiden tot blaasontstekingen en prikkelt bovendien de blaas erg snel waardoor er na korte tijd weer opnieuw plasdrang zal ontstaan.
Neem altijd de tijd om te plassen. Ga rechtop op het toilet zitten, de voeten moeten op de grond steunen en plas zo mogelijk in één keer uit. Persen tijdens het plassen heeft geen zin en is zelfs schadelijk. Wanneer er geen urine meer komt, wordt het bekken nog een aantal keren (10) gekanteld ten einde ook de laatste restjes urine richting urinebuis te verplaatsen zodat deze ook uitgeplast kunnen worden. Soms helpt het ook nog wat links-rechts te schommelen. Wanneer je echt klaar bent, span je je bekkenbodem één keer goed aan om de urinebuis af te sluiten.
Tijdens de ontlasting mag je wel wat meepersen, maar let erop dat je druk opbouwt tijdens het uitademen en met een bolle buik. Als je je buikspieren aanspant dan spant je bekkenbodemspier ook aan en werk je de ontlasting onbewust tegen.
Wacht tot je goede drang hebt en ga dan ook gelijk naar het toilet. Ga zitten met een licht bolle rug. Adem eerst goed in en pers dan op de uitademing. Wanneer de ontlasting niet komt kun je proberen de drang wat sterker te maken door even flink te gaan bewegen bijv traplopen, lopen of fietsen. Probeer het opnieuw als je weer goede drang hebt.
Pijn tijdens het vrijen
De eerste keer weer vrijen na de bevalling is voor de meeste vrouwen (maar ook mannen) een spannende aangelegenheid. Er is zoveel gebeurd met je lichaam en angst dat het pijn zal doen zorgt ervoor dat je gespannen bent. Bovendien hebben vrouwen die borstvoeding geven minder vaginale afscheiding. Ze blijven dus wat droger ook tijdens opwinding. Bovenstaande zorgt ervoor dat veel vrouwen aangeven dat het vrijen pijnlijk is na de bevalling. Om te voorkomen dat het pijnlijk is wordt geadviseerd om in het begin glijmiddel te gebruiken en het vrijen langzaam op te bouwen. Speel eerst wat met elkaar zonder tot penetratie over te gaan. Zorg ervoor dat je goed opgewonden bent. Zorg voor een ontspannen sfeer, een huilende baby of een baby op de slaapkamer kan erg remmend werken. Heb je zelf het gevoel toe te zijn aan penetratie, probeer dan eerst met een vinger of het niet pijnlijk is. Pas als dat goed gaat wordt de penis naar binnen gebracht. Uiteraard moet je partner weten dat dit wat voorzichtiger moet gebeuren dan voorheen. Praten over je angst helpt, je partner zal waarschijnlijk aangeven het ook best eng te vinden. Zo kunnen jullie samen toegroeien naar een goed seksleven.
Sommige vrouwen houden pijnklachten tijdens het vrijen na de bevalling. Het gaat hier om pijn die niet wordt veroorzaakt door een eventuele knip of scheurtje. Een knip of scheurtje behoort 6 weken na de bevalling zo goed genezen te zijn dat er geen pijnklachten worden veroorzaakt tijdens het vrijen.
Pijn tijdens het vrijen kan veroorzaakt worden door een te hoge spanning in de bekkenbodemspier. Door verkeerd of te veel oefenen kan er een zo hoge spanning worden opgebouwd in de bekkenbodemspier dat er onvoldoende ruimte is om de penis naar binnen te brengen. De vrouw knijpt (vaak onbewust) met haar bekkenbodem en de penis kan slechts met moeite worden ingebracht. Heel vaak weet de vrouw niet dat ze knijpt met haar bekkenbodem. De bevalling kan psychisch zo ingrijpend zijn geweest dat ze onbewust haar vagina afsluit. Ook kan te fanatiek oefenen van de bekkenbodem leiden tot overspanning.
Je kunt zelf proberen dit probleem op te lossen door het vrijen voorzichtig op te bouwen. Geniet van elkaar zonder tot penetratie over te gaan. Als dit lukt ga dan een klein stapje verder door tijdens opwinding voorzichtig een vinger (zelf doen kan helpen) in je vagina te brengen. Pas als dit pijnloos lukt, kan er geprobeerd worden om de penis voorzichtig naar binnen te brengen. Verwacht niet dat dit gelijk bij de eerste paar keer vrijen lukt. Bouw het heel voorzichtig op en vertrouw erop dat je partner je met liefde zal behandelen en niet verder gaat dan jij aangeeft. Bespreek het dus ook met je partner, zo voorkom je veel misverstanden en problemen. Lukt het na enkele weken oefenen nog niet om pijnloos te vrijen, zoek dan hulp bij een bekkenbodemtherapeut. Zij kan je helpen je bekkenbodem weer te leren ontspannen.
Vrouwen die vaginistisch zijn, hebben ook een te grote spanning in de bekkenbodem, ook zij kunnen vaak geholpen worden door een bekkentherapeut al dan niet in combinatie met psychotherapie.
Klachten na een totaal ruptuur
Uit onderzoek blijkt dat 40% van de vrouwen na een totaal ruptuur klachten houden van onvoldoende controle over de bekkenbodemspier. Dit uit zich in onvoldoende kunnen ophouden van de ontlasting en/of onopgemerkt verlies van slijmerige ontlasting.
21% van de vrouwen met een subtotaalruptuur houdt dergelijke klachten tegen 31% van de vrouwen wiens kringspier volledig geruptureerd was, maar waarbij de slijmvliezen van de anus wel intact zijn gebleven. 64% van de vrouwen met een volledige ruptuur van zowel de kringspieren als het slijmvlies houdt klachten.
In dit onderzoek zijn vrouwen met een (sub) totaal gedurende 14 jaar na de bevalling gevolgd.
Uit dit onderzoek is naar voren gekomen dat de tot dan toe gebruikte techniek van hechten bij een totaalruptuur waarschijnlijk verbeterd kan worden. Tot dan toe worden de uiteinden van de kringspier vaak tegen elkaar aan gelegd en vervolgend gehecht. Na bekendwording van deze resultaten zijn steeds meer artsen de uiteinden van de kringspier over elkaar gaan leggen en ze zo gaan hechten. De spieren worden dus overlappend gehecht. Of dit tot betere resultaten leidt is nog niet bekend.
Tot slot
Zoals je hebt kunnen lezen, zijn er nogal wat vrouwen met klachten van incontinentie na de bevalling. Helaas blijkt uit onderzoek dat slechts 40% van de vrouwen met klachten dit bespreekt met de huisarts of een andere vorm van hulp zoekt. Schaamte is een belangrijke reden om geen hulp te zoeken.
Toch is die schaamte nergens voor nodig. Jouw probleem is bij de huisarts bekend, hij of zij vindt het echt niet vreemd en weet dat veel vrouwen na de bevalling dergelijke klachten houden. Een bekkentherapeut doet niet anders dan vrouwen met incontinentie behandelen. Ook hij/zij vindt het dus de normaalste zaak van de wereld en geloof me, jouw klachten of onderkantje is echt niet veel anders dan die van andere vrouwen.
Schaam je dus niet en zoek hulp als je langer dan 6 weken na de bevalling nog klachten hebt van incontinentie. Klachten zijn heel vaak te verhelpen met de juiste therapie.
Adressen van bekkenfysiotherapeuten kun je krijgen via de website van de Nederlandse Vereniging voor Fysiotherapie en Bekkenproblematiek
(NVFB): www.nvfb.nl.
Bronnen
Anal sphincter damage after vaginal delivery; De Leeuw en Vierhout
Long term folluw up after third degree perineal rupture: De Leeuw en Vierhout
Urine-incontinentie post partum: Jongeneel en Hofstra
Liesbeth Westerik: bekkenfysiotherapeut
Tijdschrift voor verloskundigen: De bekkenbodem
Praktische gynaecologie: dr. Lammes