Vroege bloedtest

De vroege bloedtest is een vorm van prenatale screening en wordt ook wel dubbeltest of serumscreening genoemd. Dit onderzoek vindt plaats bij een zwangerschapsduur van 9 tot 14 weken. Tegenwoordig wordt de vroege bloedtest gecombineerd met de nekplooimeting tot de combinatietest.
 

Prenatale screening

Prenatale screening is onderzoek tijdens de zwangerschap om te beoordelen of het ongeboren kind een verhoogde kans heeft op een aangeboren afwijking, zoals het syndroom van Down of een open rug. Met bepaalde onderzoeken wordt de kans dat het kind een aandoening zou kunnen hebben berekend. Alle zwangere vrouwen komen in aanmerking voor prenatale screening. Deze screening staat los van leeftijd, gezondheid en de vraag of er aangeboren aandoeningen in de familie of die van de partner voorkomen.
 

Bloedonderzoek

Bij de vroege bloedtest worden de waarden van twee stoffen in het bloed van de zwangere vrouw gemeten. Dit zijn PAPP-A en vrij bèta-hCG. De bloedafname vindt plaats tussen de 9 en 14 weken zwangerschap. De hoogte van deze twee stoffen wordt gecombineerd met de leeftijd, het gewicht en het rookgedrag van de aanstaande moeder en de exacte zwangerschapsduur. Hieruit wordt de kans berekend op het syndroom van Down. Aan het onderzoek zijn geen risico’s verbonden. De uitslag is na ongeveer twee weken bekend.
 

Uitslag

Als uit de test blijkt dat de kans op een kind met het syndroom van Down verhoogd is, komt de zwangere vrouw in aanmerking voor verder onderzoek. Dit vervolgonderzoek wordt prenatale diagnostiek genoemd en kan bestaan uit een vruchtwaterpunctie, vlokkentest of uitgebreid echo-onderzoek. Deze vervolgonderzoeken zijn niet verplicht.
 

Beperkingen

Er kan niet met zekerheid worden vastgesteld of het kind de aandoening wel of niet heeft. De vroege bloedtest geeft alleen de kans op het syndroom van Down aan. Bij een lage kans kan de aandoening toch aanwezig zijn. En bij een hoge kans staat nog niet vast dat de aandoening ook daadwerkelijk aanwezig is. Ook wordt niet altijd antwoord gegeven op de vraag gegeven of het kind verder gezond is en in welke mate een eventuele aandoening zijn of haar leven zal beïnvloeden.
 

Begeleiding

De keuze wel of geen prenatale screening te laten doen kan ingewikkeld zijn. De huisarts, verloskundige of gynaecoloog kan informatie en uitleg geven en begeleiding bieden.
 

Meer informatie

Informatie van het Nederlands Huisartsen Genootschap
http://nhg.artsennet.nl

Informatie van de Koninklijke Nederlandse Organisatie van Verloskundigen
http://www.knov.nl

Informatie van het Erfocentrum
http://www.prenatalescreening.nl
 
Bron:
Medic Info
Copyright:
Medic Info
Datum:
26/03/2010
Disclaimer

ADVERTENTIE