Huilbaby

Huilbaby

Alle baby’s huilen. Baby’s hebben nu eenmaal geen andere manier om aan te geven dat ze zich niet prettig voelen. Sommige baby’s huilen echter meer dan anderen en zijn moeilijk te troosten.

Huil-gemiddelden
Pasgeboren baby’s huilen zo’n 2 uur per dag. Op de leeftijd van 6 weken huilen baby’s gemiddeld 3 uur per dag. Baby’s van 3 maanden huilen gemiddeld 1 uur per dag. Dit zijn natuurlijk gemiddelden. Zoals bij alles, heb je baby’s die veel en baby’s die weinig huilen.

Huilbaby
Er zijn allerlei definities over wanneer een vaak huilende baby een huilbaby genoemd wordt. Dit is natuurlijk ook afhankelijk van de ouders; de één kan beter tegen een huilende baby dan de ander.
Één definitie luidt:
Een baby wordt een huilbaby genoemd als hij iedere dag minstens 2 uur ontroostbaar huilt.
Een andere definitie is:
Een baby is een huilbaby als hij minstens 3 weken lang, ten minste 3 dagen per week, minimaal 3 uur huilt.
Belangrijk is ook of de ouders het huilen als een probleem ervaren.

Onrustige baby
Een baby hoeft niet al vanaf de geboorte veel te huilen, soms beginnen baby’s hier na 1 of 2 weken pas mee. Ook is het zo dat baby’s die veel huilen vaak ook anderszins onrustig zijn: ze zijn prikkelbaar, schrikachtig, en slapen onregelmatig.

Huilen, jengelen of krijsen?
Als je baby net is geboren, moet je hem nog leren kennen. Een baby ontwikkelt verschillende manieren van huilen, van jengelen en dreinen tot krijsend huilen. Na verloop van tijd ga je de verschillende huiltjes herkennen, en reageer je automatisch rustig, bijvoorbeeld bij “ik wil een schone luier”, “ik ben moe”of “ik heb honger”, of je springt op bij een alarmhuil.

Eigen geluid
Je zult ook merken dat je het gehuil van jouw baby tussen andere huilende baby’s kunt herkennen, bijvoorbeeld op het kinderdagverblijf of op een bijeenkomst van de zwangerschapsgym.
 

Als je vindt dat je baby veel huilt

Onzeker
Als je baby heel veel huilt, kun je daar erg onzeker van worden. Je maakt je misschien zorgen, raakt oververmoeid, voelt je tekort schieten of een slechte moeder/vader en bent geïrriteerd, gefrustreerd, boos en/of wanhopig. Daarover ga je je misschien weer schuldig voelen, en zo raak je steeds meer gestresst en gaat niets meer vanzelf. Onderaan deze tekst lees je wat je kunt doen en hoe je het zelf vol kunt houden.

Huilen en mishandeling
Uit verschillende onderzoeken blijkt dat er een relatie is tussen huilen van baby’s en mishandeling. Ouders slaan, schudden of smoren (door een hand of doek op de mond te houden) hun baby om het huilen te laten stoppen. Ook bleek niet het huilen van de baby op zich, maar de last die de ouders hiervan ondervonden, van invloed te zijn op eventuele mishandeling.
Daarnaast is er het gevaar dat de hechting tussen ouders en kind door het huilen niet goed verloopt. De ouders krijgen door het huilen een hekel aan de baby en kunnen de baby niet voldoende liefde en veiligheid bieden.

Shaken baby syndroom
Dit is een bijzondere manier van kindermishandeling waarbij de baby zo hard door elkaar wordt geschud dat er (blijvend) letsel kan ontstaan. Dit gebeurt meestal naar aanleiding van het onophoudelijk huilen van de baby. Wanneer de baby niet tot bedaren gebracht kan worden, wil men dit proberen te stoppen door hem te schudden. Vooral het hoofdje van een baby is erg kwetsbaar omdat het naar verhouding erg groot is en de nekspieren van de baby nog niet goed ontwikkeld zijn. Wanneer de baby zodanig geschud wordt dat het hoofdje heen en weer beweegt, kan dit beschadigingen van de hersenen en van belangrijke bloedvaten en zenuwen veroorzaken, soms met de dood tot gevolg.
 

Wat kun je doen

Als je vindt dat je baby erg veel huilt, kan het helpen een schema bij te houden. Schrijf een aantal dagen op, hoe lang je baby huilt, en wanneer – bijvoorbeeld altijd na het eten, of een uur aan het eind van de dag. Misschien herken je dan een regelmaat, of een reactie op bijvoorbeeld het optillen van de baby. Het is handig je schema te bewaren, zodat je het kunt meenemen naar het consultatiebureau of je huisarts, als je het huilen gaat bespreken.

Als je het gevoel hebt dat je baby veel huilt is het goed om actie te ondernemen. Neem contact op met je verpleegkundige van het consultatiebureau en bespreek daar je ervaringen en je zorgen. Hier kan het schema wat je eventueel al bijgehouden hebt helpen. Hoewel de oorzaak van het vele huilen vaak niet medisch is, is het goed om dit uit te laten sluiten. De consultatiebureauarts kan een lichamelijk onderzoek doen en naar de medische kant kijken. Met de verpleegkundige kun je tegelijkertijd diverse vormen van troosten bespreken.

Enkele medische oorzaken van veel huilen kunnen zijn: een gecompliceerde geboorte, vroeggeboorte of verblijf in de couveuse, luchtwegklachten, eczeem, voedingsproblemen zoals spugen of verteringsproblemen, infecties, allergieën of aangeboren afwijkingen. Uit onderzoek is bekend dat er bij slechts 5 tot 8 procent van baby’s die veel huilen een medische oorzaak aan ten grondslag ligt.

Als een medische oorzaak uitgesloten is, moet je een andere oplossing zoeken om het huilen proberen te minderen. Hier zijn drie sleutelwoorden van groot belang, namelijk: regelmaat, voorspelbaarheid en prikkelreductie.

Regelmaat betekent een zelfde opeenvolging van gebeurtenissen: slapen - wakker worden – voeden - knuffelen en spelen - alleen spelen in de box - bij de eerste vermoeidheidssignalen en nog wakker in bed leggen - stevig instoppen. Deze herhaling geeft herkenning waardoor de baby in een vertrouwde gedragsreeks komt. Het nog wakker (wel moe en voldaan) in bed leggen zorgt ervoor dat de baby in zijn eigen bedje in slaap valt en daar ook weer uit zichzelf wakker wordt als hij uitgeslapen is.
Voorspelbaarheid betekent dezelfde gebeurtenis of handeling op dezelfde plek. Slapen doet de baby in zijn bedje op een rustige plek en spelen doet hij bij mama of papa of alleen in de box.
Prikkelreductie betekent het vermijden van teveel prikkels zoals radio en tv, teveel uitstapjes, veel bezoek en het voortdurend vermaken van de baby. Een teveel aan indrukken kan zich uiten in onrust, oververmoeidheid en moeite met (in)slapen.

Aanvullende oplossingen en tips:

  • Als je borstvoeding geeft en vermoedt dat hier problemen mee zijn, of als je gewoon vragen hebt, kun je terecht op het consultatiebureau. Ook kun je eventueel een lactatiekundige raadplegen.
  • Probeer eventuele darmkrampjes te verlichten door het buikje zachtjes (met een warme hand en met de klok mee) te masseren, te ‘fietsen’ met de beentjes of door je baby bij je te dragen.
  • Probeer je baby zich te laten ontspannen door:
    o Hem in een draagdoek bij je te dragen
    o Een wandeling in de kinderwagen in de buitenlucht te maken
    o Een badje
    o In je armen te wiegen en er zachtjes bij te neuriën of te zingen
    o Babymassage
  • In sommige gevallen kan inbakeren een goed werkende aanpak zijn. Als je kiest voor inbakeren overleg dit dan altijd met het consultatiebureau. Er zijn enkele contra-indicaties zoals een (verhoogd risico op) heupdysplasie, koorts of luchtweginfecties. Ook is het aanleren van een goede inbakertechniek van belang. De verpleegkundige kan je die techniek aanleren en je informeren over de inbaker-aanpak.
 

Hoe hou je het zelf vol

Het is belangrijk om goed voor jezelf te blijven zorgen en voldoende uitgerust te zijn. Je houdt het dan beter vol, kan beter relativeren, en hebt meer gevoel voor humor. Je kunt veel minder hebben als je op bent. Een aantal voorstellen om zelf overeind te blijven:

  1. Maak een huildagboek waarin je bijhoudt hoelang en wanneer je baby huilt. Op deze manier krijg je meer overzicht en een groter gevoel van controle (het komt niet meer zo uit de lucht vallen).
  2. Realiseer je dat huilen bijna de enige manier van communiceren is, die je baby tot z’n beschikking heeft. Hij huilt niet om jou te pesten en ook niet omdat jij geen goede moeder zou zijn, of omdat jij iets fout doet.
  3. Als je partner bij de baby is, heb je tijd voor jezelf. Ga winkelen, naar de kapper, uitgebreid in bad, lunchen met een vriendin of lees een boek. En zorg regelmatig voor een oppas en ga er samen met je partner even uit. Ga bijvoorbeeld uit eten of naar de film, of maak samen een lange wandeling. Of besteed je baby eens echt uit (een nachtje bij opa en oma bijvoorbeeld) en slaap goed uit zodat je weer wat uitgerust bent.
  4. Zoek professionele hulp of hulp van ervaringsdeskundigen. Praat erover op het consultatiebureau. Noem het niet één keer en denk dan ‘dat heb ik al gezegd, en dan vinden ze me vast een zeur’. Als je er last van hebt, noem het huilen dan bij elk bezoek of bel voor een extra afspraak.
    Veel consultatiebureaus doen huisbezoeken door in huilen gespecialiseerde verpleegkundigen. Vraag hiernaar. Of zoek een moedergroep op internet of contact met de vrouwen van je zwangerschapsgym.
  5. Doe iets leuks met je baby: ga op babyzwemmen of volg een cursus babymassage.
  6. Vraag, als je echt het gevoel hebt dat er iets niet in orde is met je baby, om een verwijzing naar de kinderarts.
  7. Als je de neiging hebt om je kind iets aan te doen, haal diep adem, tel tot tien, loop even weg, doe je ogen dicht en stel je voor dat je je baby bent, of bel een vriendin, zet muziek aan en zing mee, hou je hoofd onder de kraan of regel een oppas en ga even weg.
  8. Als je merkt dat je het echt niet meer ziet zitten, zoek dan zelf hulp, bijvoorbeeld bij je huisarts of een psycholoog.
  9. Hou jezelf voor dat het overgaat. Als je er middenin zit lijken de maanden eindeloos, maar het huilen houdt echt een keer op!
 

Meer informatie

Een boekentip: “huilbaby’s”, H. Marx (2002), ISBN 9026922876, Unieboek.
Het vaak en langdurig huilen van een baby kan de ouders radeloos maken. Wat zijn de oorzaken van zoveel verdriet en onrust? Hoe kunnen ouders/ verzorgers omgaan met een huilbaby? Het is een praktisch en handzaam boekje en kost € 8,95

Verdere informatie: www.ouders.nl
www.inbakeren.nl

 
Bron:
Medic Info
Copyright:
Medic Info
Datum:
06/07/2010
Disclaimer

ADVERTENTIE