Inleiding
Veel vrouwen vinden het een opluchting als ze mogen persen. Eindelijk kunnen ze iets doen met de pijn en actief deelnemen aan de bevalling. Het persen, de uitdrijving, duurt bij een eerste kind gemiddeld een tot anderhalf uur. Bij een volgend kind is dat vaak aanmerkelijk korter, ongeveer een half uur.
Sommige vrouwen krijgen geen goede persdrang, ondanks een volledige ontsluiting. Het is dan beter om nog even te wachten met persen, meestal komt de persdrang vanzelf. Je kind naar buiten persen is een hele krachttoer. Zonder goede persdrang is dit nog veel moeilijker. Het loont de moeite om nog even te wachten, ook al zijn de weeën bijna niet meer op te vangen en doen ze vreselijk pijn.
Pershoudingen
Veel vrouwen kiezen ervoor om liggend in bed te bevallen. Eigenlijk is dit een tegen natuurlijke houding. Als je ligt is je bekken iets kleiner en werkt de zwaartekracht niet mee. Vroeger bevielen vrouwen altijd op een baarstoel. De baker (vroegere vroedvrouw) zat op een klein krukje voor de barende. Toen rond 1850 de toeter werd uitgevonden kon de vroedvrouw de hartslag van de baby controleren, maar dit ging alleen als de vrouw lag. Zo kwamen de barenden in een bed terecht. Ondanks dat we nu met de doptone in alle houdingen de hartslag kunnen controleren, is daarin nog niet veel veranderd.
Iedere houding is goed. Bepaal zelf waarbij je je het lekkerste voelt. De verloskundige moet wel voldoende zicht hebben om te kijken of het goed gaat.
- Hurkzit: Tijdens de wee zak je door je knieën en kantel je je bekken iets naar voren. Steun van je partner is hierbij noodzakelijk. Die kan b.v. op een stoel achter je gaan zitten, zodat je als je op je hurken gaat zitten met je armen op zijn benen kan steunen. Veel vrouwen kunnen niet zo goed op de hurken zitten en zeker niet als dat wat langer duurt. Buiten een wee kun je gewoon weer gaan staan en in het begin van het persen hoef je ook niet zo diep door de knieën te gaan. Pas als het hoofdje voor een klein stukje zichtbaar is zak je zoveel mogelijk door je knieën en kantel je het bekken naar voren. Deze houding zorgt ervoor dat de bekken uitgang iets groter wordt. Als je moeite hebt met het op je hurken zitten, kan het helpen om een paar schoenen aan te doen meteen klein hakje. Door het hakje worden de kuitspieren minder opgerekt en hou je het langer vol. Leg van tevoren een kussen klaar waar de baby op wordt opgevangen. Doe om een kussen een vuilniszaken dan een kussensloop. Dit ter bescherming van het kussen.
- Baarkruk: De meeste verloskundigen hebben een baarkruk. Eigenlijk is dit dezelfde houding als de hurkzit, maar met extra steun. Als je wat langer moet persen (vooral bij een eerste kind) gaat de baarkruk op een gegeven moment ongemakkelijk zitten. De randen gaan zeer doen in je billen. Om dit te voorkomen is het handig om tussen de weeën door iedere keer even te staan. Als je dan wat wiebelt met je heupen, wordt je onderlichaam ook beter doorbloed waardoor je minder snel kramp krijgt.
- Toilet: De wc is een prima plek om te persen: de houding is natuurlijk. Bovendien kun je de ontlasting die bijna altijd meekomt tijdens het persen, gelijk wegspoelen. Het overgrote deel van het persen kun je op de wc doen. Pas als het hoofdje bijna geboren wordt moet je van de wc af, want de verloskundige heeft onvoldoende ruimte om de baby aan te pakken. De wc is vooral geschikt bij een eerste kind, bij een tweede of volgende gaat het persen vaak zo snel, dat er geen tijd is om van plek te veranderen en is het risico te groot dat de baby in de wc geboren wordt.
- Op je knieën: Door op je knieën te zitten werkt de zwaartekracht mee. Belangrijk is wel dat je je billen laag houdt. Dus niet op handen en knieën gaan zitten. Je partner gaat met zijn rug tegen het hoofdeind van het bed zitten met een kussen in zijn rug om zo lekker mogelijk te zitten. Jij gaat op je knieën met je gezicht naar hem toe zitten. Zo hou je contact met je partner en kan je tussendoor met je hoofd in zijn schoot rusten en lekker tegen hem aanhangen.
- Liggend op bed: Vooral als je erg moe bent kan het fijn zijn om in bed te gaan liggen. Hoewel de zwaartekracht dan niet meewerkt, zijn er al miljoenen baby's op deze manier geboren. In het begin van het persen is het beter om de voeten in bed te laten staan. Als je de benen helemaal naar je toetrekt, verklein je de bekkeningang iets en wordt het moeilijker voor de baby om dieper te komen. Pas als de baby flink is ingedaald is het zinvol om de benen helemaal naar je toe te trekken, hierdoor wordt de bekkenuitgang iets groter waardoor het hoofdje makkelijker geboren kan worden.
Hartslag van de baby
Het persen is voor zowel moeder als kind een moeilijke klus. Normaal gesproken kunnen beide dit goed aan. Maar het is belangrijk om de conditie van de baby goed in de gaten te houden tijdens het persen. De verloskundige doet dit door regelmatig naar het hartje van de baby te luisteren met de doptone (een apparaatje wat het geluid uit de buik versterkt). Een normale hartslag van een baby ligt tussen de 110 en 160 slagen per minuut. Vaak zie je tijdens het persen dat de hartslag van de baby tijdelijk wat lager wordt, dit is een reactie van de baby die al dat drukken niet prettig vindt. Schrik hier niet teveel van, het is heel normaal dat de baby moet wennen aan het persen en na een aantal persweeën herstelt de hartslag weer. Je verloskundige houdt het scherp in de gaten en vertelt het je wel als het niet goed gaat.
Perstechniek
Aan het einde van de ontsluiting denken veel barenden dat ze geen energie meer hebben om te persen. Veel gehoorde kreten zijn: 'Ik kan niet meer', 'Ik wil slapen' en 'Ik heb geen kracht meer'. Gelukkig beschik je overveel meer kracht en energie dan je van tevoren denkt. Bij een normaal verlopende bevalling heb je altijd nog een reservepotje waar je energie uit kunt putten voor het persen.
Als je het niet meer ziet zitten, probeer jezelf dan moed in te praten. Een juiste instelling is het halve werk. Natuurlijk ben je moe en heb je al heel wat te verduren gehad, maar dit laatste stukje kun je ook.
Veel barenden moeten even wennen aan het persen, ze hebben zolang moeten puffen en zuchten, dat het omschakelen naar actief meedoen soms wat moeite kost. Dat geeft niks, neem je tijd. Als je er nog niet aan toe bent mag je best nog een poosje de weeën wegzuchten en alleen op het hoogtepunt van een wee meepersen. Meestal krijg je vanzelf zoveel persdrang, dat je wel mee moet doen.
Als je eenmaal goed gaat persen is het belangrijk dat je een wee goed gebruikt. Laat de wee eerst goed opkomen en neem dan een goede hap lucht. Zet de lucht vast in je buik, probeer geen lucht te laten ontsnappen. Maak geen geluid, want dan verlies je lucht en daarmee kracht om te persen. Probeer zo lang mogelijk en zo hard mogelijk te drukken in de richting van je onderbuik en anus. Als je de lucht niet meer kan vasthouden, blaas je zachtjes uit en neem je vervolgens weer een hap lucht en herhaal je het hele proces. Tijdens een wee probeer je drie keer te persen.
Tip: Als je veel moeite hebt om in de juiste richting te persen, kan het helpen als de verloskundige met haar vinger in je vaginadruk geeft in de richting van de anus. Hierdoor merk je soms beter welke kant je op moet drukken.