De nageboorte

Inleiding

De nageboorte is de laatste fase van de bevalling. De nageboorte bestaat uit de placenta (moederkoek) , de vliezen en een deel van de navelstreng. Meestal vindt de nageboorte binnen twintig minuten na de geboorte van de baby plaats.
 

Naweeën en persen

Nadat je kindje is geboren, krijg je opnieuw weeën. Deze weeën zorgen ervoor dat de placenta helemaal loskomt van de wand van je baarmoeder. Zodra de verloskundige of gynaecoloog merkt dat de placenta heeft losgelaten, moet je nog even persen. Als je wilt, kunnen ze je laten zien hoe je baby tijdens de zwangerschap in de vliezen heeft gezeten.
 

Geboorte en controle

Als de placenta en de vliezen zijn geboren, wordt gecontroleerd of alles compleet is. Zo kan een eventuele achtergebleven placentarest opgespoord worden. Als de nageboorte niet (volledig) is, wordt de placenta alsnog verwijderd op de operatiekamer (manuele placentaverwijdering ). Bij een thuisbevalling moet je dan alsnog naar het ziekenhuis.

 

Bloedverlies

Bij de geboorte van de placenta en de vliezen verlies je bloed. Bij overmatig bloeden of als het bloeden niet tijdig stopt, krijg je een injectie met oxytocine of een ander middel tegen atonie (verslapping van de spieren na de bevalling . Hierdoor trekt je baarmoeder samen en worden de openstaande bloedvaatjes in je baarmoederwand dichtgedrukt.
 

Meer informatie

Informatie van het Nederlands Huisartsen Genootschap
http://nhg.artsennet.nl
 
Bron:
Medic Info
Copyright:
Medic Info
Datum:
12/12/2011
Disclaimer

ADVERTENTIE