Non-Hodgkin-lymfoom

Inleiding

Een lymfoom is een tumor in het lymfestelsel, lymfeklierkanker. Naast de zeldzamer voorkomende Burkitt’s lymfoom en mycosis fungoides is één van de typen lymfomen het non-Hodgkin lymfoom. Er worden verschillende indelingen gebruikt, die gebaseerd zijn op de soort cellen die het betreft en de mate van agressiviteit van de tumor. Het non-Hodgkin lymfoom treft iets meer mannen dan vrouwen. De aandoening komt het meeste voor in de leeftijdsgroep boven de 50 jaar. Dit in tegenstelling tot het Hodgkin lymfoom, dat meer een type kanker is die voorkomt bij jongeren.

 

Oorzaken

Het lymfestelsel bestaat uit lymfe, waarin zich witte bloedcellen (voornamelijk lymfocyten) bevinden. De witte bloedcellen hebben als taak infecties te bestrijden. Een lymfoom ontstaat door ongeremde celgroei van deze lymfocyten in het lymfestelsel. Dit kan op verschillende plaatsen in het lymfestelsel ontstaan, onder andere in de:

  • lymfeknopen;
  • milt;
  • thymus (zwezerik);
  • amandelen;
  • beenmerg.

De oorzaken van het ontstaan van een non-Hodgkin lymfoom vanuit één van deze plaatsen, zijn niet precies bekend. Wel is bekend dat dit lymfoom kan optreden als een vergevorderd verschijnsel van een HIV-infectie (human immunodeficiency virus). Specifieke non-Hodgkin lymfomen worden in verband gebracht met bepaalde virussen, zoals het Epstein-Barr virus (ziekte van Pfeiffer), bacteriële infecties (bijvoorbeeld een Helicobacter pylori-infectie van de maag) en bepaalde genetische afwijkingen. Het non-Hodgkin lymfoom kan daarnaast voorkomen bij patiënten met een verzwakt of onderdrukt immuunsysteem (het verdedigingssysteem van het lichaam) zoals dat kan optreden bij transplantatiepatiënten. Deze patiënten gebruiken namelijk medicijnen om het afweersysteem te onderdrukken en daarmee afstoting tegen te gaan.

 

Verschijnselen

Het non-Hodgkin lymfoom kan worden onderverdeeld naar de ernst van de aandoening: de maligniteitsgraad. Lymfomen met een hoge maligniteitsgraad verspreiden zich snel, veroorzaken snel verschijnselen en zijn dodelijk als ze niet worden behandeld. Lymfomen met een lage maligniteitsgraad verspreiden zich langzamer, veroorzaken veel geleidelijker verschijnselen, maar zijn meestal ongeneeslijk.

Kenmerkend voor lymfeklierkanker is de aanwezigheid van stevige, pijnloze zwellingen van de lymfeknopen. Ook bij infecties zijn de lymfeknopen opgezwollen, maar dan gaat de zwelling gepaard met pijn bij aanraking. Het vergrote lymfeweefsel kan op de darmen drukken en verstopping veroorzaken, of op de ruggengraat, met mogelijk verlamming als gevolg.

Verder zijn de verschijnselen weinig specifiek: perioden met koorts, gewichtsverlies en een gebrek aan eetlust, sterke vermoeidheid en vooral ´s nachts hevige transpiratie. Door de abnormale toename en wildgroei van cellen kunnen de lymfocyten niet goed meer functioneren. Hierdoor verliest het lichaam een deel van zijn afweer tegen virussen en bacteriën, waardoor gemakkelijker infecties ontstaan.
 

Diagnose

In eerste instantie wordt lichamelijk onderzoek en bloedonderzoek verricht.
Bevestiging van de diagnose kan worden gesteld op basis van het wegnemen van een stukje weefsel uit het aangedane lymfeweefsel en het beenmerg (via de bekkenkam of borstbeen): een biopsie.

Daarnaast is het belangrijk te bepalen in welk stadium van uitbreiding de ziekte is, of het uitgezaaid is en waar naartoe. Ook dit heeft consequenties voor de behandelingsmogelijkheden en verwachtingen. Er worden röntgenfoto’s gemaakt, onderzoek wordt verricht om het functioneren van lever en nieren te controleren.
Doordat Hodgkin-lymfoom in alle lymfeknopen in het lichaam kan voorkomen, kan het nodig zijn een CT-scan van het hele lichaam te maken.
 

Behandeling

Behandelmethoden bij lymfomen zijn radiotherapie (bestraling), geneesmiddelen om de kankercellen te vernietigen (chemotherapie), of een combinatie van beide. Ook kunnen bepaalde lymfomen met succes worden bestreden met bepaalde stoffen die het afweersysteem van de patiënt versterken (immunotherapie). Een andere mogelijkheid is een transplantatie met stamcellen.
Stamcellen zijn zeer jonge bloedcellen in het eerste stadium van hun ontwikkeling. Zij specialiseren zich tot rode bloedcellen (die zuurstof vervoeren), witte bloedcellen (die ziekten en infecties bestrijden) en bloedplaatjes (cellen die een rol spelen bij de bloedstolling). Deze stamcellen kunnen worden getransplanteerd naar de patiënt, nadat eigen cellen kapot zijn bestraald. Hierdoor zijn ook de kwaadaardige cellen niet meer aanwezig en wordt het tekort aan cellen opgevuld door de transplantatie.

In gevallen van gevorderde stadia van kanker vanuit andere organen, waarbij er uitzaaiingen zijn naar de lymfeknopen of lymfevaten, is het aantal genezingen meestal aanzienlijk lager. Behandeling is afhankelijk van de primaire tumor.

De kans op genezing is afhankelijk van het soort non-Hodgkin lymfoom, de omvang van het kankerweefsel en de uitzaaiing op het moment van de diagnosestelling. Bij non-Hodgkin lymfomen met een lage maligniteitsgraad leven de patiënten nog 10 jaar of langer nadat de diagnose is gesteld. Bij non-Hodgkin lymfomen met een hoge maligniteitsgraad reageert een groot aantal patiënten goed op de behandeling, maar de aandoening komt vaak terug. Afhankelijk van de risicofactoren is tussen 26% en 73% van de patiënten na 5 jaar vrij van de ziekte.
 

Wat kunt u zelf doen?

De werking van het afweersysteem wordt door chemotherapie onderdrukt. Daardoor is de patiënt vatbaarder voor infecties. Als de patiënt koorts krijgt, moet hij of zij onmiddellijk een arts raadplegen.
Zowel bestraling als chemotherapie kunnen de vruchtbaarheid nadelig beïnvloeden. Voor mannen is het van belang met de arts te bespreken of er zaad moet worden ingevroren.

 

Meer informatie

www.nki.nl
Informatie over het non-Hodgkin lymfoom

www.kankerpatient.nl
Lymfeklierkanker Vereniging Nederland

www.cancer.gov
(Engels) Informatie over het non-Hodgkin lymfoom (USA)

www.nlm.nih.gov
(Engels) Informatie van de National Library of Medicine (USA)

Mackie, M.J., Ludlam, C.A., Haynes, A.P. 1999, Diseases of the blood, in: Davidson's Principles and Practice of Medicine, eds C. Haslett, E.R.E. Chilvers, J.A.A. Hunter & N.A. Boon, 18th ed, Harcourt Publishers, London.

Rohatiner, A.Z.S., Slevin, M.L., Tate, T. 1999, Medical oncology, in: Clinical Medicine, eds P. Kumar & M. Clark, 4th ed, Harcourt Publishers Limited, London.
 
Bron:
LSHTM
Copyright:
Medic Info
Datum:
17/03/2008
Disclaimer

ADVERTENTIE