In het eerste jaar na de geboorte groeit het oog snel en ontwikkelt het gezichtsvermogen zich. Vlak na de geboorte ziet een baby alleen op 20 cm afstand scherp, als het een jaar is, is het scherpzien volledig ontwikkeld.
Om goed scherp en met diepte te kunnen zien, is het belangrijk dat de ogen recht staan. Alleen dan kan zich na de geboorte een optimale samenwerking tussen beide ogen ontwikkelen die noodzakelijk is om goed te kunnen zien.
Tot de leeftijd van 6 maanden mogen baby’s zo nu en dan scheel kijken.De wisselende oogstand in de eerste maanden is een uiting van de groei van het oog en de ontwikkeling van de oogbewegingcontrole.
Echter, continu scheel kijken is afwijkend en moet verder worden onderzocht door een oogarts of orthoptist (een orthoptist is iemand die gespecialiseerd is in het onderzoeken en behandelen -door bril of oefeningen- van afwijkingen in de oogstand of het scherpzien, en samen werkt met een oogarts). Regelmatig scheelzien na de leeftijd van 6 maanden is niet normaal. Kinderen die dit doen zullen ook -via de huisarts of het consultatiebureau- worden verwezen naar een oogarts of orthoptist.
Na de leeftijd van 1 jaar hoort een kind niet meer scheel te zien, ook niet zo nu en dan bijv. bij vermoeidheid. Doet jouw kind dit toch, dan is het belangrijk om dit te melden bij het consultatiebureau of je huisarts zodat zij je kunnen doorverwijzen.
Op het consultatiebureau wordt door de arts op de leeftijd van 11 of 14 maanden, 2,6 jaar en 3,9 jaar getest of beide ogen recht staan en of er sprake is van een lui oog. Daarnaast wordt tijdens het eerste onderzoek bij 1 maand gekeken of de pupillen helder zijn en er geen sprake is van b.v. staar. Ook wordt gekeken bij 1, 2 en 3 maanden of 'het zien' zich goed ontwikkelt.
Een lui oog (amblyopie) is een oog dat niet scherp kan zien terwijl er met het oog zelf niets mis is. Ook met een bril van de goede sterkte blijft het oog minder goed zien. Dit wordt veroorzaakt doordat het oog zich in de eerste levensmaanden of -jaren niet goed heeft ontwikkeld, meestal omdat het scheel stond.
Bij scheelstand van een of beide ogen ontstaat dubbelzien en omdat dit erg vervelend is, wordt dit in de hersenen onderdrukt door het zien van het schele oog te onderdrukken. (Dit kunnen de hersenen alleen doen zolang het zien nog in ontwikkeling is, als een volwassene een scheel oog krijgt, ontwikkelt hij geen lui oog, maar krijgt last van dubbelzien) De ontwikkeling van het zien in het schele oog komt dan tot stilstand en zo ontstaat het luie oog.
Andere oorzaken van een lui oog kunnen zijn: staar in een oog, een overhangend ooglid (ptosis), het te lang afplakken van een oog of één slechtziend oog.
De behandeling van een lui oog door scheelzien bestaat uit een occlusiebehandeling (‘afplakken’) en/of brilcorrectie. Deze behandeling wordt meestal door een orthoptist, in samenwerking met een oogarts, uitgevoerd. Soms moet, door de oogarts, operatief het scheefstaande oog worden rechtgezet. Voor de behandeling van een lui oog geldt: hoe jonger het kind is op het moment dat de behandeling wordt gestart, hoe sneller het herstel optreedt.
In het algemeen kan men zeggen dat tot 5 jaar de behandeling succesvol verloopt, van 5 tot 7 jaar moeizaam, en vanaf het 7e, 8e jaar is het bijna niet meer te doen.
| Bron: Sandra Vuik | Copyright: Medic Info | Datum: 22/04/2004 | Disclaimer |