De lagen rond de hersenen lopen via het achterhoofdsgat (foramen magnum) door in de lagen rond het ruggenmerg.
De craniale dura mater bestaat uit twee lagen: de buitenste en de binnenste laag. Deze lagen zijn stevig met elkaar verbonden, maar op verschillende plaatsen maakt de binnenste laag zich los en buigt deze naar binnen. Zo ontstaan zowel plooien als ruimtes tussen de binnenste en buitenste laag. Deze twee structuren heten de durale plooien en de durale veneuze sinussen. De durale plooien zijn scheidingswanden die in de schedelholte doorlopen en compartimenten vormen die vrij met elkaar in verbinding staan. Binnen deze plooien zijn de verschillende hersenonderdelen gelegen, die tevens door deze plooien worden beschermd. De durale veneuze sinussen zijn met bloed gevulde kanalen die zich vooral onder aan deze durale plooien bevinden. Hier wordt bloed verzameld dat uit de hersenen terugkomt, waarna het via bloedvaten de schedel verlaat.
De binnenste laag van de craniale dura mater loopt via het achterhoofdsgat door naar het ruggenmerg. Vanaf daar vormt het de spinale dura mater. Een verschil tussen deze twee vliezen is dus dat de dura mater op ruggenmergniveau maar uit één laag bestaat. Deze dura mater is niet met de wervelkolom verbonden, maar is door een vrij grote ruimte, de zogenoemde epidurale ruimte, van de wervelkolom gescheiden. Deze ruimte is voornamelijk gevuld met een zacht vetkussen en een netwerk van bloedvaten. Alle zenuwen die het ruggenmerg binnenkomen of het ruggenmerg verlaten, lopen hier ook doorheen. De craniale dura mater bevat talrijke bloedvaten, terwijl de spinale dura mater er weinig heeft. Bovendien worden de hersenen door de dura mater en de durale plooien binnen de schedel op hun plaats gehouden, waardoor wordt voorkomen dat ze te vrij in de schedel kunnen bewegen.
Het volgende hersenvlies is de arachnoidea, die weinig of geen bloedvaten bevat. De arachnoidea die de hersenen omgeeft, is aan de dura bevestigd en volgt de omtrek van de hersenen niet. Wel loopt hij samen met de dura mater in de plooien door. De spinale arachnoidea daarentegen omgeeft het ruggenmerg losjes en omgeeft naar onder toe de cauda equina (‘paardenstaart’, een zenuwbundel van het ruggenmerg).
De arachnoidea is door een smalle ruimte van de dura mater gescheiden, de zogeheten subdurale ruimte, en van de pia mater door de subarachnoidale ruimte. Deze ruimte bevat hersenvloeistof. Op bepaalde plaatsen aan de basis van de hersenen is deze ruimte vergroot: dit zijn de subarachnoidale cisternen. De subarachnoidale ruimten staan in verbinding met de hersenkamers. Dit moet ook wel, anders zou de hersenvloeistof niet vrij kunnen stromen.
De derde laag is de pia mater. Deze bedekt de gehele hersenen en het ruggenmerg. De pia mater bevat talrijke bloedvaten die het ruggenmerg en de hersenen van zuurstof en voedingsstoffen voorziet. De craniale pia mater volgt de plooien van de hersenen volledig en vormt een onderdeel van de structuur die de hersenvloeistof produceert, de plexus choroideus. De pia mater vormt aan de onderkant een verbinding met het stuitbeentje. Door deze verbinding is het ruggenmerg op zijn plaats verankerd, zodat het niet door bewegingen van het lichaam kan worden vervormd. Bovendien ligt er over de gehele lengte van het ruggenmerg aan de voorkant een bindweefselplaat. Hierdoor is de pia mater met de arachnoidea en de dura mater verbonden.
Samenvattend zijn de verschillende spinale lagen en ruimtes:
| Bron: LSHTM | Copyright: Medic Info | Datum: 28/08/2008 | Disclaimer |