Kinderen krijgen eerder koorts dan volwassenen. Bij koorts kan de temperatuur variëren gedurende de dag. Koorts is ’s avonds het hoogst.
Wanneer de lichaamstemperatuur plotseling oploopt kan er een ‘koude rilling’ ontstaan. Wanneer de temperatuur vervolgens weer daalt, moet het lichaam de warmte kwijt en dat gebeurt door transpireren. Deze combinatie van stijgen en dalen wordt een 'koortspiek' genoemd.
Koorts gaat vaak gepaard met:
- zich onwel voelen
- vermoeidheid
- slaperigheid
- gebrek aan eetlust
- spierpijn
- hoofdpijn
- concentratieproblemen
Bij kinderen kan plotseling opkomende koorts leiden tot een
koortsstuip . Hierbij ontstaan plotseling heftige trekkingen in armen en benen. Soms houdt het kind even op met ademhalen of is de ademhaling onregelmatig. Na enkele minuten, maximaal een kwartier is de aanval weer over. Het kind is daarna meestal enige tijd suf en reageert niet of weinig op zijn omgeving. Later kan het kind ook verward en onrustig zijn en huilen.