Normale ontwikkeling van haar en nagels

Inleiding

Het haar en de nagels vormen, samen met de huid en talg- en zweetklieren, het beschermend omhulsel van het lichaam. Overal op het lichaamsoppervlak bevindt zich haar, behalve op onder meer de handpalmen, voetzolen en lippen. Nagels zijn harde plaatjes die de uiteinden van de vingers en tenen aan de bovenkant bedekken en beschermen.
 

Embryonale stadium

De embryonale ontwikkelingsperiode omvat de eerste acht weken na de bevruchting. De ontwikkeling van haar en nagels begint gewoonlijk niet in deze fase.
 

Foetale stadium

De ontwikkeling van het haar begint in de vroege foetale periode, die loopt van de negende tot en met de twaalfde week na de bevruchting. Pas vanaf ongeveer de 23ste week is het haar echter goed herkenbaar. Haarzakjes beginnen als dichte, cilindervormige uitstulpingen van de basale laag van de opperhuid en steken schuin naar beneden in de lederhuid, die onder de opperhuid ligt. Vervolgens breidt het onderste gedeelte van deze haarzakjes zich uit tot de haarbulbus, welke al snel wordt opgenomen in het ondersteunend bindweefsel. De cellen die deze haarbulbus bekleden, vormen de kiemlaag of groeiplaat waaruit later het haar groeit. Daarnaast ontwikkelen de cellen aan de rand van het haarzakje zich tot de binnenste laag van de haarschacht. De cellen van het bindweefsel rondom deze structuren worden de buitenste schachtlaag. Naarmate de cellen in de kiemlaag groeien en zich vermenigvuldigen, worden ze naar de oppervlakte geduwd, waar ze drogen en verharden door afzetting van het eiwit keratine. Door deze verhoorning wordt het begin van de haarschacht gevormd.
Het haar groeit door de opperhuid heen en komt ongeveer in de twaalfde week tevoorschijn. Haar is meestal in eerste instantie te zien op de wenkbrauwen en bovenlip. Dit haar wordt lanugo (wolhaar) genoemd. Het is fijn en kleurloos haar, dat in de zeventiende tot en met twintigste week in een grote hoeveelheid groeit. Het zorgt er mede voor dat de vernix caseosa, een witte en vettige stof, goed blijft liggen op de huid van de foetus. De vernix caseosa verdwijnt meestal tijdens of kort na de geboorte.
Een aantal weken voor de geboorte wordt het pigment melanine, dat door de melanocyten is geproduceerd, overgebracht naar de cellen van de groeizone, waardoor het haar zijn kleur krijgt. Bovendien wordt een bundeltje spiervezels (musculi arrectores pilorum) gevormd, dat aan de haarwortel wordt bevestigd. Bij blootstelling aan kou en emotionele stress (bijvoorbeeld angst) trekken deze spieren samen, zodat de haren op het huidoppervlak verder overeind gaan staan, met kippenvel als gevolg.

De ontwikkeling van de vinger- en teennagels begint iets eerder dan die van het haar. Rondom de tiende week beginnen aan de vingertoppen nagels te ontstaan; vier weken later worden de teennagels zichtbaar. De nagels verschijnen eerst als verdikkingen aan de bovenkant van de vingertoppen en worden omgeven door nagelplooien. De cellen groeien vanuit het midden over het nagelgebied en verharden (keratiniseren), zodat een vroege vorm van het hoornplaatje ontstaat. In het begin is de nagel bedekt met het eponychium, dit is een bovenlaag van de opperhuid. De structuur van de nagel wordt later zichtbaar wanneer het eponychium verdwijnt en alleen aan de randen van de nagel nog als nagelriem aanwezig blijft. De huid onder de open rand van de nagel wordt het hyponychium genoemd. De vingernagels zijn rond de 32ste week gegroeid tot aan de vingertoppen en de teennagels bereiken de teentoppen rond de 36ste week.
 

Neonatale stadium

Tegen de geboorte is de ontwikkeling van het haar en de nagels bijna voltooid. Het lanugohaar valt bij of kort na de geboorte meestal uit, waarna het wordt vervangen door stugger haar. Tevens hebben alle nagels van de vingers en tenen bij de geboorte de toppen bereikt. Als dit niet zo is, is dit meestal een teken dat het kind te vroeg is geboren.
 

Stoornissen tijdens de ontwikkeling van haar en nagels

Er kunnen zich bij de ontwikkeling van het haar en de nagels een aantal stoornissen voordoen.
Wanneer de haarzakjes zich niet of niet goed ontwikkelen is het haar afwezig. Deze aandoening wordt aangeboren kaalheid (alopecia) genoemd. Tevens kan het voorkomen dat er teveel haarzakjes zijn of dat het haar dat gewoonlijk bij de geboorte verdwijnt, aanwezig blijft. Het resultaat is een overmatige beharing, een aandoening die hypertrichosis wordt genoemd. Vervorming van de haarzakjes kan gedraaide en geknikte haren tot gevolg hebben. Deze aandoening wordt pili torti genoemd. Tenslotte kan er te weinig of geen melanine aanwezig zijn in de huid, het haar en de ogen waardoor albinisme ontstaat.
Daarnaast kunnen tussen de negende en twaalfde week van het foetale stadium in de kiemlaag van de nagel en/of het nagelbed afwijkingen optreden. Een voorbeeld is pachyonychia congenita, waarbij abnormaal dikke nagels aan de vingers en tenen aanwezig zijn. Als tijdens de ontwikkeling geen nagelbedden zijn gevormd of als de nagelplooi zich niet heeft ontwikkeld tot nagelplaat, leidt dit tot de zeldzame aandoening anonychia, dit is het ontbreken van de nagels.
 

Meer informatie

Informatie over haren en nagels
http://www.huidarts.com
http://www.huidziekten.nl

Informatie over haren
http://www.huidinfo.nl/haar.html

Informatie over de babyhuid
http://www.huidarts.com

http://embryology.med.unsw.edu.au/Notes/skin3a.htm
The University of New South Wales (1999), Development of Skin, Hair and Nails, [Online], [Accessed: 2005, July 11]. (Engels)

Baran, R. and Tosti, A. (2003), Nails, in: Freedberg, I.M., Eisen, A.Z., Wolff, K., Austen, K.F., Goldsmith, L.A. and Katz, S.I. (eds), Fitzpatrick’s Dermatology in General Medicine, 6th ed, vol.1, The McGraw-Hill Companies, Inc., New York. (Engels)

Chu, D.H., Haake, A.R., Holbrook, K. and Loomis, C.A. (2003), The Structure and Development of Skin, in: Freedberg, I.M., Eisen, A.Z., Wolff, K., Austen, K.F., Goldsmith, L.A. and Katz, S.I. (eds), Fitzpatrick’s Dermatology in General Medicine, 6th ed, vol.1, The McGraw-Hill Companies, Inc., New York. (Engels)

England, M.A. (1996), Life Before Birth, 2nd ed, Mosby-Wolfe, London. (Engels)

Larsen, W.L. (1997), Human Embryology, 2nd ed, Churchill Livingstone, New York. (Engels)

Moore, K.L. and Persaud, T.V.N. (2003), The Developing Human – Clinically Oriented Embryology, 7th ed, Saunders, Philadelphia. (Engels)

Olsen, E.A. (2003), Hair Disorders, in: Freedberg, I.M., Eisen, A.Z., Wolff, K., Austen, K.F., Goldsmith, L.A. and Katz, S.I. (eds), Fitzpatrick’s Dermatology in General Medicine, 6th ed, vol. 1, The McGraw-Hill Companies, Inc., New York. (Engels)

Tortora, G.J. and Grabowski, S.R. (2003), Principles of Anatomy & Physiology, 10th ed, John Wiley & Sons, New York. (Engels)
 
Bron:
LSHTM
Copyright:
Medic Info
Datum:
08/04/2009
Disclaimer

ADVERTENTIE