Wanneer beginnen met bijvoeding?
Niet iedere baby draait zich op dezelfde tijd om en het ene kind gaat veel eerder kruipen dan het andere. Zo is het ook met voeding: niet alle baby’s zijn precies op hetzelfde tijdstip aan bijvoeding toe. Meestal is dit wel ergens in de buurt van de zes maanden. Welke voeding geef je dan? Kies je voor potjes, of maak je het zelf klaar ?
Kant-en-klaar
In de winkel zijn verschillende merken potjes en schaaltjes kant-en-klare bijvoeding verkrijgbaar, er zijn ook winkels die producten van hun eigen huismerk verkopen. Al deze voedingen moeten aan strenge eisen voldoen wat betreft samenstelling en hygiëne. Qua smaak is er heel wat keuze, zodat ook variatie geen probleem hoeft te zijn. Wacht niet te lang om jouw kindje ook voeding met stukjes te geven, zodat hij rond de eerste verjaardag met de gezinspot kan mee-eten. Je laat jouw kindje veilig eten door zelf te checken of de temperatuur van het eten goed is, hem rechtop te laten zitten (geef hem zonodig steun) en hem tijdens het eten in de gaten te houden.
Zelfgemaakt
Zelf eten klaar maken voor een kleintje is niet moeilijk en hoeft niet veel tijd te kosten. Zelfgemaakte voeding is meestal goedkoper. Bovendien kun je dit zo fijn of zo grof maken als wenselijk is. Doordat je alles apart kunt aanbieden, krijgt je kindje geen onherkenbare brei voorgeschoteld, maar kan hij alle smaakjes apart leren kennen. Baby’s moeten aan iets nieuws wennen en wantrouwen van nature iets nieuws. Zij waarderen een nieuwe smaak vaak pas na een keer of tien. Het kan dus lang duren voordat ze iets lekker gaan vinden, denk dus niet te snel: ‘lust hij niet’, maar neem er de tijd voor en biedt het een andere keer opnieuw aan. Als je borstvoeding geeft of hebt gegeven, heeft jouw baby via de moedermelk bovendien al kennisgemaakt met jullie gezinspot. Waarschijnlijk kies je voor jouw kindje ook de groente- en fruitsoorten die je zelf eet, waardoor jouw zelfgemaakte eten al een beetje vertrouwder smaakt, en waarschijnlijk sneller geaccepteerd wordt.
Aandachtspunten
Er zijn enkele aandachtspunten, maar die hoeven zeker geen reden te zijn om er maar vanaf te zien om het warme hapje zelf te maken, want waarschijnlijk doe je een heleboel vanzelf al goed! Nog een leuke bijkomstigheid: in de praktijk blijkt dat de meeste ouders zelf ook gezonder gaan eten als ze voor een kleintje koken!
Veilig
Ook bij zelfgemaakte voeding geldt: check zelf of de temperatuur goed is, laat jouw kindje rechtop zitten en houdt hem tijdens het eten in de gaten. Waarom zouden kinderen per sé van een lepeltje moeten eten? Het is natuurlijk even wennen om een baby met een stronkje gekookte broccoli in de hand te zien zitten. Het veroorzaakt ook vast wat meer schoonmaakwerk, maar een kindje is al snel in staat om vast voedsel met de hand eten. Misschien ben je ook bang dat jouw kindje zich eerder verslikt in grote stukjes. De meeste baby’s hebben echter een uitstekende kokhalsreflex. Weet je dat verslikken eerder met vloeibare of gemakkelijk opzuigbare voeding gebeurt dan met stukjes?
Voorraadje
Klaargemaakte voeding kun je afgedekt in de koelkast maximaal twee dagen bewaren. Handig als je de volgende dag bijvoorbeeld zelf een maaltijd gebruikt die niet geschikt is voor een kleintje, maar ook goed om jouw kindje eenzelfde smaak een aantal keren achter elkaar aan te bieden. Je kunt ook extra hoeveelheden klaarmaken en die in eenpersoonsporties invriezen.
Gluten
Geef pas na zes maanden producten waarin gluten voorkomen. De granen tarwe, haver, rogge en gerst bevatten gluten. Gluten komen daardoor ook voor in producten die hiervan gemaakt zijn, zoals brood, beschuit, koekjes, macaroni, spaghetti, paneermeel en papsoorten. Weet je dat niet alleen het zogenaamde ‘tarwebrood’, maar ook witbrood en volkorenbrood tarwe en dus gluten bevatten, tenzij het speciaal brood is dat gemaakt is van bijvoorbeeld rijst- of maismeel? Sommige kinderen reageren overgevoelig op gluten. Door pas na zes maanden gluten te geven, voorkom je dat die eventuele reactie al op heel jonge leeftijd optreedt.
Honing en zoet
Kinderen jonger dan één jaar kunnen ernstig ziek worden van honing, omdat er sporen van de Clostridium bacterie in aanwezig kunnen zijn, die botulisme kunnen veroorzaken. Dit is een ernstig ziektebeeld, dat kan leiden tot spierzwakte en verlammingen. Baby’s tot een jaar hebben nog onvoldoende weerstand tegen deze schadelijke bacteriën, omdat hun darmflora nog niet optimaal ontwikkeld is. Overigens is het niet aan te raden om een kind te veel aan een zoete smaak te wennen. Dus: geen honing, maar liever ook geen suiker toevoegen.
Groente en nitraat
Sommige groentesoorten bevatten veel nitraat. Tijdens het bewaren en opwarmen van deze groentesoorten kan het nitraat in nitriet worden omgezet. Nitriet kan bij jonge kinderen ademhalingsmoeilijkheden veroorzaken.
Nitraatrijke groentes zijn: andijvie, bietjes, bleekselderij, paksoi, postelein, sla, spinazie, snijbiet en venkel. Geef deze groentes niet als jouw kindje nog geen zes maanden is, en later niet vaker dan twee keer per week. Combineer deze groentes ook niet met vis. In kant-en-klare voeding worden deze groentes soms wel gebruikt, maar dan is gecontroleerd of het nitraatgehalte niet te hoog is. Gelukkig blijven er nog heel wat lekkere groentesoorten over. Enkele menusuggesties op alfabetische volgorde : aubergine, asperges, bloemkool, broccoli, courgette, doperwtjes, komkommer, peultjes, pompoen, snijbonen, sperziebonen, witlof en wortel.
Hygiëne
Baby’s zijn gevoeliger voor infecties dan volwassenen, let daarom extra op de hygiëne. Bewaar klaargemaakte voeding of een geopend potje maximaal twee dagen afgedekt in de koelkast.
Zout
In heel veel voedingsmiddelen zit zout: in bijvoorbeeld brood en kaas, maar ook in flesvoeding en borstvoeding. Kant- en klaarproducten zoals soepen, sauzen, chips en snacks bevatten veel zout, maar die komen nog niet voor op het babymenu. Omdat we veel meer zout binnenkrijgen dan goed voor ons is, is het af te raden om zout toe te voegen aan ons eten. Een zoute smaak is (vaak als kind) aangeleerd. Een baby in huis is dan ook een mooi moment om aan de eigen voeding minder of geen zout toe te gaan voegen.
Vet
Om het warme eten klaar te maken kun je het best een theelepel van een vetsoort gebruiken die veel onverzadigde vetten bevat zoals olie, vloeibaar bak- en braadvet of dieetmargarine.
Meer informatie
Informatie van het Voedingscentrum over bijvoeding
www.voedingscentrum.nl