Beginnen met bijvoeding

Inleiding

Borstvoeding en volledige zuigelingenvoeding bieden je baby de eerste zes maanden voldoende voedingsstoffen. Vanaf vier maanden kun je - als je flesvoeding geeft - eventueel al beginnen om bijvoeding te geven. Sommige kinderen maken al eerder veel smakkende geluidjes of willen alles in hun mond stoppen. Andere kinderen kunnen het eten wel uit je mond kijken als je zelf aan het eten bent. Het is soms moeilijk te beoordelen of jouw baby aan bijvoeding toe is. Als je twijfelt, kun je het consultatiebureau om advies vragen.
 

Bij borstvoeding

Bij borstvoeding is het niet aan te raden om eerder dan bij zes maanden met bijvoeding te beginnen, omdat de melkproductie dan terug kan lopen. Als jouw kindje risico heeft op een voedselovergevoeligheid of andere allergieën, dan is het belangrijk om niet eerder dan met zes maanden bijvoeding te geven. Onderzoek heeft uitgewezen dat bij zes maanden volledige borstvoeding, dus zonder bijvoeding, de kans op het ontwikkelen van een allergie sterk wordt verminderd.

Het oefenen van de mondspieren is bovendien belangrijk voor de spraakontwikkeling. Kauwen is bovendien goed voor het gebit.

Tot nu toe was je kindje alleen gewend aan melkvoeding via de borst of fles. Het is voor hem of haar een hele verandering om voeding met een andere smaak en van een andere substantie te krijgen, en dan ook nog via een lepeltje. Het beste kun je beginnen met een vloeibaar hapje, bijvoorbeeld een paar lepeltjes verdund en gezeefd vruchtensap. Als dit goed gaat, kun je vruchtenmoes of gezeefde groente geven. De ene baby went heel snel aan bijvoeding, de andere heeft daar meer tijd voor nodig. Neem de tijd om nieuwe smaken uit te proberen, maar blijf wel steeds variëren.
 

Waarmee beginnen?

Een kant-en-klaar maaltijd (uit een potje) is net zo volwaardig als een zelfgemaakte voeding. De potjes moeten aan strenge eisen voldoen wat betreft bijvoorbeeld conserveer- en bestrijdingsmiddelen. Voeding die je zelf klaarmaakt is meestal goedkoper, en met een staafmixer, roerzeef of later een vork, is zo'n maaltijd ook gemakkelijk fijn te maken.

Voor de smaakontwikkeling is zelfgemaakt eten beter, omdat voeding uit een potje minder smaak heeft. Bovendien kun je door de voeding zelf klaar te maken de voeding steeds wat grover aanbieden, zodat je kindje een andere structuur leert eten.

Je kunt beginnen met verdund gezeefd vruchtensap, vruchtenmoes of gezeefde groente. Geef maar één soort tegelijk, en kies soorten met zachte smaken. Kies als vrucht bijvoorbeeld peer, perzik of banaan. Voor de groentehap kun je nitraatarme groenten nemen zoals bloemkool, worteltjes, broccoli of snijbonen. Na de eerste bijvoeding verandert de ontlasting van kleur en vastheid.
 

Hoe begin ik vast voedsel te geven?

Doe verdund vruchtensap op de punt van een schoon plastic lepeltje. Begin met één theelepel. Bied het overdag aan na een melkvoeding. Dring niet verder aan als de baby niet wil, en probeer het na een dag of twee opnieuw. Breng geleidelijk enige variatie in het aanbod aan, zo eens in de drie vier dagen een nieuwe smaak. Meng geen brood, beschuit of koek door het hapje. Tarwe, haver, rogge en gerst bevatten namelijk gluten. Sommige kinderen zijn daar overgevoelig voor. Je kunt wel rijstebloem, rijst of glutenvrije kinderkoekjes gebruiken. Na zes maanden kun je wel glutenbevattende producten geven.
 

Vanaf zes maanden

Als het fruit- of groentehapje goed gaat, kun je één keer per dag een melkvoeding vervangen door een kleine warme maaltijd. Deze kun je samenstellen uit twee eetlepels groente, één a twee eetlepels aardappel, witte rijst of peulvruchtenpuree en één theelepel olie of (dieet)margarine.

Je kunt ook een melkvoeding vervangen door pap of een sneetje licht bruinbrood met beleg en een bekertje opvolgmelk. Om je kindje goed te leren eten is het beter om de pap met een lepel te geven dan uit de fles.

Vanaf negen maanden kunnen kinderen al uit een beker leren drinken. Dit is goed voor de kaakontwikkeling en het gebit.

Als je het voedsel warm hebt gemaakt, proef het dan even om te controleren of het niet te heet is.

Voeg geen zout of suiker toe aan de voeding van de baby. Zijn lichaam is niet bestand tegen meer zout dan van nature in voedsel aanwezig is. Kook je voor je gehele gezin, laat dan het zout achterwege.

Door suiker toe te voegen aan de voeding van uw baby laat je hem wennen aan zoete dingen, wat later moeilijk af te leren is.

Zo rond een maand of zeven, acht kun je het voedsel wat grover laten. Probeer gehakt, fijngestampt of geraspt voedsel in plaats van gepureerd. Als je baby zelf dingen kan vasthouden, kun je hem een lepeltje in de hand geven terwijl je het grootste deel van zijn maaltijd gewoon zelf geeft. Dit zal gepaard gaan met het nodige geknoei. Je kunt hem ook voedsel in de hand geven, zoals stukjes geschilde appel, broodkorstjes, soepstengels en geschrapte worteltjes. Hierdoor leert de baby goed kauwen en zelf te eten.

Het is erg belangrijk dat je een etende baby niet alleen laat, want hij kan zich in het voedsel verslikken. Als jouw kindje begint te kauwen, hoef je de voeding alleen nog maar in kleine stukjes te snijden of met een vork te prakken.

Vanaf de leeftijd van één jaar eet je kind normaal gesproken, alle gezonde dingen met de pot mee.
 

Hoeveel melk heeft mijn kind nodig?

Tot zes maanden kan het beste borstvoeding of volledige zuigelingenvoeding worden gegeven. Vanaf die tijd is het aan te raden om de volledige zuigelingenvoeding te vervangen door opvolgmelk. Deze bevat een aangepaste hoeveelheid voedingsstoffen. Als je nog borstvoeding geeft, kun je daarmee doorgaan.

Vanaf acht maanden heeft uw baby een halve liter melkproducten nodig per dag. Geef niet veel meer dan deze hoeveelheid. Geeft u minder dan 500 ml opvolgmelk per dag, dan moet u 400 i.e. vitamine D in tabletvorm geven.
 

Verdere informatie

Op het consultatiebureau zal de wijkverpleegkundige je meer informatie en een folder geven. Als je vragen hebt, vraag hen dan gerust om advies. Bij het Voedingscentrum is het boekje 'Goed eten voor baby en peuter' te bestellen.
 
Bron:
LSHTM
Copyright:
Medic Info
Datum:
25/04/2001
Disclaimer

ADVERTENTIE