Inleiding
Licht dat vanaf een voorwerp het oog binnenkomt, passeert het hoornvlies en de lens en vormt een scherp beeld op het netvlies. Dit beeld wordt via de oogzenuw naar de hersenen overgebracht. Als één van deze onderdelen beschadigd is, kan dit slechtziendheid of blindheid tot gevolg hebben.
Slechtziendheid betekent dat iemand niet scherp kan zien. Uiteenlopende aandoeningen kunnen slechtziendheid tot gevolg hebben. Dit zijn brekingsafwijkingen zoals bij- en verziendheid, lenstroebeling (cataract, grijze staar), aantasting van de gele vlek (maculadegeneratie) of glaucoom (verhoogde oogdruk). De laatste drie aandoeningen kunnen uiteindelijk tot blindheid leiden. De belangrijkste oorzaak van blindheid in de derde wereld is een vorm van lenstroebeling die voorkomen kan worden. In de ontwikkelde landen is de belangrijkste oorzaak daarentegen maculadegeneratie door veroudering.
Brekingsafwijkingen
Elke afwijking in de bouw van het hoornvlies of de oogbol kan tot gevolg hebben dat het licht voor of achter het netvlies valt, in plaats van precies erop. Dergelijke afwijkingen staan bekend als brekingsafwijkingen. Hierdoor ontstaat een onscherp beeld. Andere klachten kunnen zijn: pijnlijke of vermoeide ogen en hoofdpijn. Corrigerende lenzen (bril of contactlens) kunnen nodig zijn om het gezichtsvermogen te verbeteren.
Bijziendheid (myopie)
Iemand die bijziend is, heeft moeite voorwerpen in de verte scherp te zien. Voorwerpen op korte afstand worden wel duidelijk waargenomen. Door de ogen iets dicht te knijpen kunnen bijziende mensen soms voorwerpen op een afstand net iets scherper zien. Bijziendheid komt meestal voor bij kinderen in de schoolleeftijd of bij tieners. Tijdens de groei wordt de afwijking erger en moet(en) er regelmatig een nieuwe negatieve bril of contactlenzen aangeschaft worden. Zodra ze uitgegroeid zijn, rond de twintigjarige leeftijd, wordt de afwijking meestal niet meer erger. Als bijziendheid in de familie voorkomt, hebben kinderen een grotere kans ook bijziend te worden. Bij ernstige myopie bestaat er meer kans op het ontstaan van netvliesafwijkingen. Regelmatige controle bij een oogarts is in dat geval aan te raden.
Verziendheid (hypermetropie)
Bij verziendheid heeft iemand problemen met het zien van voorwerpen die zich op korte afstand bevinden, omdat de oogas te kort is. Een verziend iemand ziet in de verte wel scherp. Verziendheid is vaak al vanaf de geboorte aanwezig. Als de aandoening niet ernstig is, groeien kinderen er soms overheen.
Kinderen kunnen kleine fouten bij het scherpstellen compenseren, maar bij het ouder worden hebben zij een positieve bril of contactlenzen nodig om de verziendheid te corrigeren. Wanneer verziendheid in de familie voorkomt, vormt dit een risicofactor om dezelfde aandoening te krijgen.
Bij verziendheid worden voorwerpen die dichtbij zijn, wazig waargenomen.
Ouderdomsverziendheid (presbyopie)
Bij ouderdomsverziendheid gaat het scherpstellend vermogen van de lens als gevolg van de leeftijd verloren. Mensen zien voorwerpen op korte afstand dan niet scherp. Meestal wordt dit rond het 45ste levensjaar opgemerkt.
Bij ouderdomsverziendheid worden voorwerpen die dichtbij zijn, wazig waargenomen. Voor deze vorm van verziendheid is een leesbril nodig.
Astigmatisme
Bij astigmatisme is het oppervlak van het hoornvlies ongelijkmatig. Daardoor wordt het beeld vertekend. Deze afwijking kan worden gecorrigeerd met cilindrisch geslepen lenzen.
Behandeling brekingsafwijkingen
Een speciale
bril of lenzen zijn nodig om brekingsafwijkingen te behandelen. In gespecialiseerde centra zijn ook operatieve behandelingen beschikbaar. Laserbehandelingen worden in toenemende mate met succes uitgevoerd.
Preventie brekingsafwijkingen
Er is geen manier om brekingsafwijkingen te voorkomen. Vroeger dacht men wel dat lezen bij onvoldoende licht slechtziendheid zou veroorzaken.
Het gebruik van een bril of contactlenzen heeft geen invloed op de normale ontwikkeling van deze afwijkingen.
Lenstroebeling (cataract)
Normaal is de ooglens helder. Bij een wolkige of ondoorzichtige ooglens wordt van lenstroebeling gesproken. Lenstroebeling kan op elk moment ontstaan na een verwonding aan het oog waarbij het lenskapsel is beschadigd. De aandoening komt het meest voor bij 60-plussers, omdat het vaak bij het natuurlijke verouderingsproces hoort.
Volwassen- of ouderdomscataract begint langzaam en pijnloos met een geleidelijk verlies van het gezichtsvermogen. Gezichtsproblemen worden soms aangekondigd door problemen met zien in het donker. Soms wordt rond lichtbronnen een stralenkrans waargenomen of raakt iemand verblind als hij naar een lichtbron kijkt. Tenslotte neemt het gezichtsvermogen af, zelfs bij daglicht.
De aandoening komt in sommige families vaker voor en kan door omgevingsfactoren erger worden.
Het ontstaan van lenstroebeling kan ook te maken hebben met bepaalde ziekten, bijvoorbeeld diabetes, het langdurig gebruik van steroïden, blootstelling aan straling en buitensporige blootstelling aan ultraviolet licht (zonlicht). Andere gevallen zijn het gevolg van tamelijk zeldzaam voorkomende ziekten. Een voorbeeld hiervan is een aangeboren stoornis in de stofwisseling van galactose.
In sommige gevallen is de lenstroebeling al bij of kort na de geboorte aanwezig. Dan is er sprake van aangeboren cataract. Dit kan een complicatie zijn van een in de zwangerschap doorgemaakte infectie met rode hond.
In veel gevallen is de oorzaak van lenstroebeling echter niet bekend.
Preventie lenstroebeling
Lenstroebeling kan worden voorkomen door de gerelateerde ziekten te behandelen en blootstelling aan andere veroorzakers te vermijden. Door een bril met getinte glazen te dragen, worden de ogen in mindere mate aan ultraviolet licht blootgesteld. Let op, niet elke zonnebril houdt de schadelijke ultraviolette straling tegen.
Veel gevallen van aangeboren lenstroebeling kunnen worden voorkomen door vrouwen in de vruchtbare leeftijd op rode hond te screenen en hen, indien nodig, hiertegen te vaccineren.
Lenstroebeling die het gevolg is van normale veroudering kan over het algemeen niet worden voorkomen.
Behandeling lenstroebeling
Voor sommige mensen kan een andere bril, een sterkere bifocaal, of het gebruik van een vergrootglas helpen het gezichtsvermogen te verbeteren. Bij anderen is een operatie nodig, vooral wanneer het gezichtsvermogen ernstig achteruit is gegaan. Bij een lenstroebelingsoperatie wordt de ooglens verwijderd en door een kunstlens vervangen.
De gele vlek
De gele vlek of macula is het gevoeligste deel van het netvlies. Het is verantwoordelijk voor de scherpste beelden. Om een vliegende vogel of rijdende auto te kunnen volgen, bewegen we onze ogen zo, dat het licht op de gele vlek valt. Doordat de macula verantwoordelijk is voor ons centrale gezichtsvermogen, resulteert elke aandoening van de gele vlek (maculadegeneratie) uiteindelijk in een toenemend gezichtsverlies rond het centrum van ons gezichtsveld.
Leeftijdsgerelateerde maculadegeneratie
Degeneratie van de macula als gevolg van veroudering komt het meest voor.
Deze aandoening kent een droge en een natte vorm. Bij droge maculadegeneratie gaat het gezichtsvermogen geleidelijk over de jaren verloren. De oorzaak is onbekend. Het natte type wordt veroorzaakt door lekkende bloedvaten op het netvlies. Dit type is uiterst zeldzaam.
Maculadegeneratie komt bij vrouwen vaker voor dan bij mannen en bij het blanke ras vaker dan bij andere rassen.
Mensen boven de 60 hebben het grootste risico en alle mensen van middelbare leeftijd hebben een kans van ongeveer twee procent op maculadegeneratie. Voor 75-plussers is deze kans zelfs bijna 30 procent.
Maculadegeneratie als gevolg van ouderdom komt vaker voor bij:
- mensen met blauwe ogen;
- (zeer sterk) verzienden;
- mensen die al in één oog maculadegeneratie hebben;
- mensen met familieleden met maculadegeneratie.
Verschijnselen
Leeftijdsgerelateerde maculadegeneratie is pijnloos. Het meest voorkomende verschijnsel is wazig zien. Sommige mensen vinden het moeilijk gezichten te herkennen, terwijl anderen meer licht nodig hebben voor lezen en werken. Naarmate de ziekte voortschrijdt, kan in het midden van het gezichtsveld een wazige vlek verschijnen. Mensen met natte maculadegeneratie nemen soms vertekende beelden waar. Rechte lijnen lijken te golven en er is een sneller verlies van het centrale gezichtsvermogen.
De symptomen van de ziekte van Stargardt zijn hetzelfde als bij de andere vormen van maculadegeneratie. Bij deze aandoening vindt het verlies van het centrale gezichtsvermogen meestal tijdens de eerste twintig levensjaren plaats. Bij sommige mensen komt de aandoening pas op dertig- of veertigjarige leeftijd tot uiting.
Behandeling maculadegeneratie
Voor droge maculadegeneratie bestaat op dit moment nog geen behandeling, doordat de oorzaak onbekend is. Omdat de verschijnselen geleidelijk optreden en één oog vaak wordt gespaard, kunnen de meeste mensen toch een productief leven leiden.
Bij natte maculadegeneratie zijn lekkende bloedvaten soms met een laser te dichten, waardoor de voortgang van de ziekte wordt vertraagd.
Leeftijdsgerelateerde maculadegeneratie is niet te voorkomen, omdat veroudering een belangrijke oorzaak is van de veranderingen in het netvlies.
Maculadegeneratie op jonge leeftijd is erfelijk en kan niet worden voorkomen en ook niet behandeld.
Revalidatie
Sommige mensen met leeftijdsgerelateerde maculadegeneratie worden ondanks behandeling blind. Zij kunnen in belangrijke mate worden geholpen door revalidatie voor slechtzienden. Het programma bestaat uit uiteenlopende onderdelen zoals gesprekken of het voorschrijven van een speciale bril, vergrootglazen en soms elektronische apparatuur. Meestal vindt training plaats voordat mensen te weinig zien. Ook leren sommigen braille.
Glaucoom
Bij glaucoom is de druk in het oog verhoogd. Meestal komt dit doordat de vloeistoffen die in het oog worden gevormd, onvoldoende worden afgevoerd. Eén van de gevolgen is schade aan de oogzenuw die de informatie vanuit de ogen naar de hersenen overbrengt. Dit kan leiden tot stoornissen in het gezichtsvermogen. Wordt de aandoening niet behandeld, dan kan iemand zelfs blind worden.
Verschijnselen glaucoom
De verschijnselen van glaucoom ontstaan geleidelijk. Daardoor is het niet ongewoon, dat iemand zich in eerste instantie niet bewust is van de veranderingen. De verschijnselen kunnen onder meer bestaan uit lichte stoornissen in het gezichtsvermogen, verblinding en intolerantie voor fel licht. Als de druk in het oog plotseling stijgt, kunnen er ‘acute’ verschijnselen optreden zoals extreme pijn, misselijkheid en braken, in combinatie met een plotseling verlies van het gezichtsvermogen. Het aangedane oog voelt dan steenhard aan.
Als de druk in het oog gedurende lange tijd hoog blijft, kan dit vergroting van het oog tot gevolg hebben (buphtalmos).
Behandeling glaucoom
Voor de meeste gevallen van glaucoom bestaan geneesmiddelen (meestal in de vorm van oogdruppels) die de druk in het oog verlagen. Omdat dit door verschillende mechanismen kan worden bereikt, zijn er verschillende soorten geneesmiddelen beschikbaar. De meest gebruikte zijn beta-blokkers, soms carbonaatdehydrataseremmers. Operatief ingrijpen is alleen nodig als andere behandelingen falen. De chirurgische ingreep heeft tot doel de afvoer van vocht in het oog te vergemakkelijken.
Meer informatie
Informatie over revalidatiemogelijkheden en hulpmiddelen voor blinden en slechtzienden
www.bartimeus.nl