Dit is mijn bevallingsverhaal van mijn oudste dochter die bijna 32 wordt.
In de nacht van 12 op 13 januari 1976 werd ik om twee uur wakker met een flauwe buikpijn. Ik was op 30 december uitgeteld, dus ik was al veertien dagen overtijd.
Mijn eerste gedachte was: het begint!.
Mijn man had met zijn werkgever afgesproken dat hij, als het even kon, voor 8 uur 's morgens zou doorgeven dat hij niet kon komen werken, als hèt moment daar was.
Daarom belden we al vroeg naar de huisarts. Deze zei na een inwendig onderzoek dat ons kindje om 12 uur ’s middags geboren zou worden.
“Licht de kraamverzorgster maar in”, zei hij nog.
De buikpijn ging weer weg. Om 12 uur kwam de huisarts terug en nadat hij me weer had onderzocht, werd ik naar het ziekenhuis verwezen.
Daar aangekomen - en weer een onderzoek later - mocht ik gewoon op de afdeling rondlopen. Het werd 6 uur ’s avonds, maar er gebeurde maar niks.
Op een gegeven moment zat ik even met een assistent-gynaecoloog te praten. Hij zei: “Als je me maar niet vannacht om 3 uur mijn bed uithaalt!”
Ik begon meteen te rekenen. 3 uur? Dat was pas over acht uur! Maar goed, hij zal wel gewoon een grapje hebben gemaakt, stelde ik mezelf gerust.
Langzamerhand werden de weeën sterker, en vanaf 23 uur kwamen ze behoorlijk snel en ze werden ook weer sterker. Ik liep over de gang en kreeg na elke vijftien passen een wee.
‘Nu kan het niet lang meer duren’, dacht ik.
14 januari
Maar ook 13 januari ging voorbij. Om 1 uur ’s nachts werd ik weer in de verloskamer verwacht. Ik was er wat eerder en keek de verloskamer rond naar de instrumenten die er lagen en vroeg me af hoeveel kinderen er al binnen deze muren geboren waren. Al die vrouwen hadden toch ook bijna hetzelfde doorstaan als wat ik nu moet doen, dacht ik.
Maar de spanning werd er niet veel minder om.
Er werd weer een inwendig onderzoek gedaan, maar ik had nog niet voldoende ontsluiting. We spraken af dat ik twee uur later weer naar de verloskamer zou komen. Na die twee uur zou het dan toch nog 3 uur ’s nachts zijn, terwijl ik dacht dat de assistent… Maar goed, het is niet anders.
Om 3 uur ging ik weer naar de verloskamer. De weeën werden weer krachtiger en feller, en om de vijf stappen hield ik me vast aan de mailing van de ziekenhuismuur.
Nu ging het toch echt gebeuren: de vliezen werden gebroken en ik mocht persen.
Dat is eigenlijk het laatste wat ik me goed kan herinneren. Van de bevalling zelf weet ik helemaal niks – ik was helemaal weg.
Het enige wat ik weet, was dat ik mijn ogen opendeed en in een flits zag dat het voorhoofd van de gynaecoloog werd afgedept. De gynaecoloog zei nog iets, maar weg was ik weer.
Naderhand heb ik gehoord wat er zich heeft afgespeeld. De baby was al een kwartier met het hoofdje geboren, maar het zat klem met het nekje.
De gynaecoloog zag nog maar één uitweg; mocht dat niet lukken, dan moest de vader kiezen voor het leven van moeder of de baby. (Juist toen hij daarover aanwijzingen gaf, kwam ik die paar seconden bij bewust zijn, vertelden ze me later.)
Het bed werd gehalveerd, twee verpleegkundigen hielden mij in de rug wat omhoog en twee anderen vielen als het ware op mijn lichaam bij de volgende wee.
Onder mijn borsten, zodat er minder risico was dat ze de baby raakten.
Vier dochters
We zijn zo blij dat deze manier heeft gewerkt! Wat was ik blij toen ik hoorde dat we een gezonde dochter hadden van ruim 6 pond. Haar naam is: Ursula.
Na de geboorte van Ursula heb ik zes miskramen gehad. Maar er is ook goed nieuws: daarna heeft zij nog drie zusjes gekregen!